Soepkip


Roman is een handige jongen. Hij weet alles van computers en scharrelt er naast zijn baan bij een Russisch-Amerikaans computerbedrijf duchtig bij. Als er iets met mijn computer mis is – en helaas gebeurt dat om de haverklap – komt Roman nieuwe ‘script files’ intikken en andere ingewikkelde dingen die meestal op ‘exe’, ‘bat’ of ‘com’ eindigen.

Roman kent Viktor. Een zakenman. En laat die nou gehoord hebben dat je in Nederland goedkoop aan ingevroren kippenpoten en rundvlees in blik kunt komen. Hij wil bestellen: voor twee miljoen dollar aan kippenpoten en nog eens twee miljoen aan ingeblikt rund. En, allemaal rijk, Roman en ik krijgen bij een geslaagde transactie allebei één procent van het totaalbedrag.

Twee dagen later staat de vriend voor m’n neus. Viktor straalt succes uit. Van mijnwerker tot directeur, dat soort. Snelle Italiaanse schoentjes, een Brits maatpak, gouden horloge en een permanente spotgrijns die blinkend witte tanden blootlegt.

Viktors bedrijfje staat geregistreerd in de VS. ‘Handig voor de bankzaken’, zegt hij er met een knipoog bij. ‘Hollanders willen toch graag verdienen?’, vraagt hij grijnzend. ‘Jij hebt een goeie telefoon en een fax, je spreekt Nederlands en je hebt vast connecties daar. Ik niet. En, maak je geen zorgen, alles gaat officieel, met bankgaranties.’

Zwetend lig ik ‘s avonds in bed te piekeren over twintigduizend snel te verdienen dollars. Weggeven dat geld aan arme Russische weeskinderen, of toch maar liever een dure vakantie nemen? Nachtmerries over beroepsethiek en oneigenlijk inkomen. Tot de gouden oplossing komt. Dit wordt in elk geval een column.

Dus ga ik aan de slag. Ik benader een vijftal Nederlandse bedrijven. Of ze maar even een offerte willen leveren. De reacties vallen tegen. ‘Twee miljoen dollar’, roept een vleesboer. ‘Och, die Russen kunnen alleen maar in miljoenen denken. Maar betalen, ho maar.’ Na een week heb ik twee offertes binnen. En een probleem. Want de wakkere kippendealer vraagt me of het om poten van grill- of soepkippen gaat. Die laatste categorie is taaier, maar aanmerkelijk goedkoper.

Ik doe navraag bij Viktor, die ondanks zijn zakelijke succes een kamer betrekt in een Moskous hotel van bedenkelijke reputatie. ‘Soepkipppen, natuurlijk’, schaterlacht hij. ‘Denk je dat onze afnemers geroosterd het verschil proeven?’Dus bestel ik diepgevroren soepkippenpoten, voor het soepele prijsje van 820 dollar per ton.

Dan laat de potentiële Nederlandse partner weten slechts voor 160.000 dollar te kunnen leveren. Het tweede bedrijf laat het afweten ‘wegens gebrek aan levende aanvoer’, veroorzaakt door de net failliet verklaarde slachterij.

Dit bedrijf kan echter wel ‘in eigen sap ingeblikt rundvlees’ leveren, maar de prijs is volgens Viktor zo hoog dat hij meteen van elke bestelling in Nederland afziet. Uiteindelijk is Viktor contract-gereed voor de soepkippenhandelaar. Maar op het beslissende moment blijkt de directeur de Veluwe voor de Spaanse kust te hebben verruild en is er niemand die een contract op mag maken bij afwezigheid van ‘de directie’.

Inmiddels ben ik om de oren geslagen met douanetermen, EU-restituties en transportformulieren. Het is mooi geweest, denk ik, en geef gratis en voor niets alle adressen en telefoonnummers van het falende Nederlandse bedrijfsleven door aan Viktor.

Hij kan inmiddels feilloos ‘soepkip’ zeggen, ik weet hoe staatsondernemingen via de Viktors hun roebelkredieten zonder belastingproblemen in dollar-importen omzetten. Ik begrijp echter vooral waarom een hoofdredacteur ooit tegen me zei, dat je in elk beroep kan mislukken en toch slagen als journalist. Als je maar meer van schrijven dan van dollars houdt.


Hans Geleijnse
Over Hans Geleijnse 346 Artikelen
Hans Geleijnse (1944, Zaandam). Voormalig beroepsmilitair en dienstweigeraar. Passie voor reizen, schrijven en muziek. Belandde in journalistiek, leerde het vak in de praktijk. Werkte twee decennia als buitenlands correspondent voor persbureau GPD en div. andere Nederlandse media. Hij woonde met partner en dochter ruim tien jaar in Thailand.