Sloophamer missen in somber Sommelsdijk


wolkendek

Er hangt een zwaar wolkendek boven de kustprovincies. Waarmee maar weer eens duidelijk is dat lange termijn weerverwachtingen nog steeds behoren tot een soort science fiction en dan nog in de meest gewaagde soort. Het klopt van geen kanten met wat ons vorige week voorspeld werd: “Droog, zonnig en warm weer”.

Synchroon met het weertype ontwikkelt zich mijn stemming, raak ik in de vicieuze cirkel van neerslachtigheid, dreig ik weer een hypochonder te worden want als ik hier druk doet het daar pijn terwijl het net zo goed ging met zonovergoten dagen die een Indian Summer aankondigden. Het hardnekkige wolkendek gooit roet in het eten en meer dan hiervoor haat ik mijn agenda die mij herinnert aan afspraken met het Erasmus voor een check-up in oktober met daaraan gekoppeld de uitslag in november. Hierna kan ik pas de beslissing nemen; terug naar Thailand of niet.

“How are you,’ vraagt zij. Op het kleine beeldscherm van mijn telefoon zie ik haar. Hoeveel kilometer zit er precies tussen ons? Rond de tienduizend schat ik. Het signaal zal wel via een satelliet gaan. 36000 kilometer omhoog en dan weer naar beneden, in een flits recht de ontvanger van mijn telefoon in. Wie kan er meekijken eigenlijk? Veel valt er niet te zien. Haar hoofdje, mijn hoofd. Veel valt er niet te beluisteren. Geen staatsgeheimen, geen kritiek op beider regeringen, slechts ‘I miss you, en I miss you too. Geklets in de ruimte zogezegd via een satelliet.

Bert van Balen, Sloophamer, Sommelsdijk
Satellite of Love
Afbeelding van Devian Art

Houden van is zelfbedrog. Of pijn en verdriet

Of gaat het helemaal niet via een satelliet? En mis ik haar eigenlijk wel? Is het uit een soort misplaatste beleefdheid dat ik via Skype contact met haar zoek. Misschien ook wel uit verveling omdat er een wolkendek aanwezig is en het er buiten niet aantrekkelijk uitziet. Normaal weet ik niet hoe snel ik het huis uit moet. Een overblijfsel uit mijn werkzame jaren toen ik ’s morgens altijd haast had om op tijd te zijn. Al jaren achter mij liggend en een nooit versleten gewoonte.

‘Ik denk wel dat zij van je houdt,’ zei een goede vriend in Thailand tegen mij toen ik samen met haar bij hem op bezoek was. Was het zijn observatie geweest naar haar? Hoe zij naar mij keek, op mij reageerde? Waaraan kan iemand zien of iemand van iemand houdt? En dan, kon hij aan mij zien dat ik van haar hield. Dan zou hij een verkeerde inschatting gemaakt hebben. Hoe kun je houden van de sloophamer die je gebruikt hebt om een acht jaar oude muur te slechten. Grof geweld was het. Het kon niet anders. Zo moest het. Ruimte scheppend.

Tienduizend kilometer schat ik. Daar. “With lovers and friends, I still can’t recall.” ‘Hi John,’ zei ik wandelend in het Central Park in New York waar hij met zijn handen diep weggestoken in zijn jeans aan de wandel was. Haast onherkenbaar met een hoed op zijn hoofd waaronder lange haren die naar buiten staken. ‘Hi,’ was zijn korte antwoord en slenterde door. Niet omkijken, dacht ik. Niet nagapen. Geen foto’s maken. Hij is ook maar een mens. Twee jaar daarna was ie dood. Geen mens meer, niets meer over van dat gecompliceerde karakter, en wat er overbleef was het “Strawberry Fields monument.” Zo moet het. Een rockster moet of vermoord of door zelfmoord, wel of niet veroorzaakt door drugs, het leven laten. En beslist niet als grootvader nog met z’n heupen wiegend een menigte ouden van dagen toezingen.

Mijn heupen wiegen nog slechts in een traag ritme, bang te snel buiten adem te raken, en toezingen doe ik niet. Heb ook geen enkele behoefte om op een podium te staan. In Thailand had ik nog een podium. Piepklein waar ik mocht optreden en mijn heupen in een traag tempo wiegen. Is het daarom. Haar “I love you”? Hield ik eigenlijk van haar? Ik zei het wel, maar was het ook echt waar? Mijn tweestrijd was groot. Hoeveel doet een mens onbewust? Komt hij vele malen tot de uitspraak: ‘Dit had ik nooit zelf kunnen bedenken.’ Het resultaat ontvouwt zich en verbaasd over zoveel vernuft keek ik toe. Daar zat dus de liefde. Het werkelijke houden van met pijn en verdriet want pijn en verdriet is liefde. Wie zijn kind lief heeft, kastijdt het. En geeft het een toekomst die vele malen beter is.

Misschien ben ik wel ontoerekeningsvatbaar

Het wolkendek hangt zwaar over Sommelsdijk. Het voedt mijn depressiviteit, mijn eindeloze vragenlijstje. Bewust ben ik verre van een goed mens. Onbewust. Ja, onbewust. Da’s een ander verhaal. Maar ben ik onbewust ook IK? Is alleen het bewustzijn de IK vorm. Ontoerekeningsvatbaar. Daar worden misdadigers voor opgenomen. Veroordeeld. TBS. Zij handelden onbewust en zijn hiermee ontoerekeningsvatbaar verklaard. Misschien ben ik ook rijp voor opname. Veilig in een instelling waar mensen zich bekommeren over je ontoerekeningsvatbaarheid.

Flikker toch man, zeg ik tegen mezelf om mijn depressiviteit. Je hebt alles weer voor mekaar in een ijltempo. Een huis om in te wonen, je zelfstandigheid terug, vriendinnen van weleer die zich om je bekommeren, een golfbaan op tien minuten rijden, en een werksterplus die godsdienstonderwijs geeft. Nog geen televisie, die heb ik nog niet en ik denk dat ik dit zo laat ook. Ik lees ineens weer boeken. “Bonita Avenue” van Peter Buwalda. “Huid en Haar” van Arnon Grunberg. “De man zonder ziekte”, ook van Grunberg. Ik luister weer naar muziek. Naar Bach, Schubert, Mozart en op bijna hetzelfde niveau; “The Beatles”. Ik ben bijna weer terug op af. Een kamer, ongeveer van dezelfde grootte als ik nu heb, in het oude Noorden van Rotterdam. De cirkel is bijna rond.

Bert van Balen, Sloophamer, Sommelsdijk
,,,, er moest wat ruimte komen…
Foto De Geschoolde Arbeider

Bijna? Wat schort er nog aan dan. De muur die geslecht is. Met een sloophamer omver gehaald. Omdat er ruimte moest komen. Mijn sloophamer wil ik hier niet hebben. Zij vist wel, maar ik reageer niet. Er valt niets meer te slopen, ruimte hoeft er niet geschapen te worden, er is nieuwe bouwgrond voldoende. ‘I come to you. In November yes. Wait and see.’

Een met veel onzekerheden omgeven uitspraak. Hoe sta ik er voor. Hoe terminaal ben ik. Ik moet bijna zeker weten daar niet weer in een ziekenhuis terecht te komen. En dat wordt natuurlijk weer het RAM in Chiang Mai. Zij hebben nou eenmaal mijn record. Een dikke map vol. Nauwelijks te tillen door een van de verpleegsters. ‘Mister Robert,’ hoor ik alweer roepen. Nadat ik een uur heb zitten wachten, het afsprakenbriefje tussen mijn vingers geklemd. Ik was op tijd. Ik ben altijd op tijd. 10.30. Ik was er. ‘It’s CIDP Doctor. I know that. I’m sure.’

‘We make you strong again’

Ik zak door mijn benen. Heb geen spierkracht meer in mijn armen, mijn vingers. ‘I need a infuse. IVIg, that’s what I need.’ In Godsnaam, dit niet nog eens. Vier dagen liggend op de intensive care van het RAM. De meest deprimerende afdeling van het hele hospitaal. Zonder een streepje daglicht in een kleine kamer met naast je andere kleine kamers waar mensen liggen dood te gaan. Liggen aan het infuus, je niet kunnen bewegen. Een luier onder je billen als je moet poepen.

Hier kwam mijn sloophamer op bezoek. Zij sloopte niet, er viel niets meer te slopen. Zij begon mij te herbouwen. Elke dag. Kroop naast mij in bed toen ik op een gewone kamer lag, weg van de intensive care. Zij werd intensive care. Zij, haar man, haar kinderen. De Thaise zorgzaamheid. ‘We make you strong again.’

Sterk werd ik weer terug in Holland. In het Erasmus aan een tweewekelijks infuus. Sterk werd ik weer toen mijn onafhankelijkheid terug was. Maar er moet geen wolkendek hangen. Dan voel ik hoe de geest nog steeds niet synchroon loopt met het lichamelijk welzijn.

Dan ga ik via Skype contact zoeken. Hoor ‘I miss you so much.’ En raak ik in de war.


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Bert van Balen
Over Bert van Balen 453 Artikelen
†Bert van Balen (20 juni 1945 - 26 oktober 2018) verbleef een decennium lang regelmatig in Thailand, vooral in Chiang Mai. Bert leerde als autodidact van zijn hobby fotografie zijn beroep te maken. HIj was ook chauffeur, magazijnbediende, semi beroepszeiler, redacteur en journalist voor Kidsweek en flierefluiter. De reden tot zijn regelmatig langdurig verblijf in Thailand is terug te vinden in zijn boek: Hoera, ik heb kanker. Te bestellen via Bol.com