Sliptongen, zomerbloesjes & afstand nemen

De airconditioning is een zachte bries uit het Zuidoosten. Het water in het smalle kanaal rimpelt tegen de kademuren. Het op de kasseien geplaatste terras is bevolkt met 60 plussers, hun stalen rossen geparkeerd tegen het wit geschilderde hekwerk van de ophaalbrug. Korte broeken, zomerse bloesjes, tevreden gezichten, glas bier, rosé, een portie bitterballen en vanuit de kerktoren bulderen drie slagen echoënd tegen de schuin voorover -of juist iets achterover hellende panden uit de zeventiende eeuw.

Wij eten sliptong en paling met toast. Drinken een droge witte wijn. Een Chardonnay uit het goede Frankrijk. Saône-et-Loire. Frankrijk kan nog wachten. Dat komt later. Wanneer Nederland weer zijn normale weerbeeld vertoond en niet zoals nu het warmste plekje binnen Europa is. De zestigers hebben hun eengezinswoningen verlaten, hun fietsen afgestoft, een natte lap over het zadel gehaald en zijn in de pendalen gegaan. Een fietsroute gevolgd, aangegeven door hun mobieltje uitgerust met een GPS.

Bert van Balen, sliptong en afstandVoorwaarts. Langs weide en akkers over smalle paden. Links en rechts om zich heen kijkend. Frisse lucht insnuivend. Hier ruik je de zee al van verre. Dan links het Haringvliet, rechts het Slijkgat over de Haringvlietdam, Stellendam voorbij en dan Goedereede. Een terras met parasols, koud bier en koele rosé.

Het gaat goed met Nederland, zie ik. Tevreden zestigers, gepensioneerd, gestopt met roken, sportschool, beetje fietsen, zo willen we oud worden. Kijk, hij was vroeger manager bij een transportbedrijf. Heeft een mooie carrière achter de rug. Zijn wilskrachtige kin verraadt een man van stavast. Om hem kon je niet heen. En zijn vrouw, in dat kleurige bloesje, haar witte korte broek tot aan de knieën, de moeder van zijn kinderen, heeft eerst moeten wennen, haar man de godganselijke dag thuis, wat uiteindelijk meeviel toen ie boven op de kamer, wat vroeger de kamer van hun dochter was, een computer plaatste. Wat ie daar de hele dag deed? Zij heeft het zich nooit afgevraagd.

Aan een ander tafeltje zit een ander echtpaar van dik in de zestig. Zij praten niet. Zitten stil de handen gevouwen op hun schoot en kijken vanachter hun zonnebrilglazen hoe een kind in een bootje het kanaal op en neer vaart. Aan de spiegel van het bootje hangt een aanhangmotortje. Zo’n elektrisch ding wat geen of nauwelijks geluid maakt. Zij drinken geen bier of Rosé, maar thee. Alcohol gaat in de benen zitten en zij moeten het hele eind nog terug. Haast hebben zij niet, de boodschappen voor het weekend zijn al gedaan. ’s Morgens vroeg al. Toen er haast nog niemand in de Albert Heijn liep.

Zij deden het samen, de boodschappen. Vaak doen zij boodschappen voor de hele week tegelijk en dan laden zij de kofferbak van hun Toyota Prius vol met allerhande aanbiedingen. Kijk nou toch, normaal betaal je hier tweemaal zoveel voor. Vergeet de airmiles niet bij het afrekenen. Hij keek dan zijn vrouw even met gefronste wenkbrauwen aan. Precies zoals hij naar zijn leerlingen kon kijken. Vroeger, toen hij nog voor de klas stond. Hij moest autoritair overkomen. Anders namen ze een loopje met hem.

Een heel groepje zestigers landt op het terras. Een fietsclubje dat hun fietsen met een elektrisch motortje parkeert aan de andere kant van de brug tegen het hek. ‘Hier, we kunnen misschien hier zitten. Als we dat tafeltje er bijzetten, zitten we een beetje bij elkaar zo. Kan het juffrouw,’ vragen zij aan het meisje van de bediening. Zij knikt van ja. Als alles georganiseerd lijkt neemt het meisje de bestelling op. Niet zoals vroeger met een blocnootje en een potlood, maar op een computertje die de bestelling gelijk doorgeeft naar de bar binnen. Efficiënt, zonder tijdverlies.

Vrijwel direct verschijnt er een ander meisje met een dienblad waarop de bestelling. ‘Zullen we bitterballen bestellen?’ wordt er gevraagd. ‘Ja, en misschien geroosterde kippenpootjes. Ik weet niet of zij die hebben. Hebben jullie ook geroosterde kippenpootjes?’ ‘Ja hoor,’ zegt het meisje. ‘Hoeveel porties had u gewild.” ‘Wat zullen we doen jongens. Vier porties. Hebben we allemaal twee pootjes. Ja, maar ook bitterballen graag. Ik ben niet zo van de kippenpootjes. Nou weet je wat, dan neem jij alleen de bitterballen.’

Bert van Balen, sliptong en afstandWij fileren de sliptong. Gebakken in de roomboter. Als gods woord in een ouderling, zo glijden de stukjes vis langs onze smaakpapillen. Met een forse teug van onze Chardonnay zwemt de vis langs onze huig. Een ogenblik de ogen gesloten. Dit moet. Geen andere informatie via andere zintuigen maar volledig geconcentreerd. De zee neemt, de zee geeft. De lucht van frituurvet overspoeld het terras wanneer de bitterballen worden geserveerd. Het groepje valt aan. Niet geruisloos.

Bert van Balen, sliptong en afstandEr passeert een motorclub. Vlak langs het terras. Zeker zeven monsters met het zware geluid van hun machines. De bestuurders hangen achterover op hun zadels. De armen gestrekt naar het stuur. Allemaal dragen zij een zonnebril. En allemaal dragen zij een woeste snor. Hun blikken zijn grimmig. Als zij over de brug rijden, geven zij even extra gas met de koppeling ingetrokken. Grooommmm, klinkt het. Het geluid ketst van antieke gevel naar antieke gevel. De ramen van de Pausenkamer trillen.

De enige Nederlandse Paus, Adrianus VI, verbleef hier ooit en sindsdien, zo wordt beweert, heeft men zijn kamer intact gelaten. De motorclub groet de Paus. De zestigers kijken verstoord. Wij beginnen aan de Paling. Oesters. Zullen we nog wat oesters nemen. Drie euro per stuk. Kan ons het schelen. De zon schijnt. Wij hebben de hoogste temperatuur in Europa.

Voor het laatst dit jaar, daar kunnen we zeker van zijn. Dan gaan we maar naar Frankrijk. Misschien nog door naar Spanje. We zijn in Europa. Reizen vrij rond zonder grenzen zonder wisselkantoren met dezelfde munt. Hoelang nog? Wij zestigers maken ons geen zorgen. Het zal onze tijd wel duren.

De gepensioneerden peddelen de pedalen rond, met bijstand van een elektrisch motortje. Terug naar huis. Hun inmiddels te grote eengezinswoning nu de kinderen allang het huis uit zijn. In de garage wacht de camper of de caravan. Nog een maand, dan gaan zij. Twee dagen rijden en dan zijn zij op dezelfde plek als voorheen. Het jaar daarvoor, en het jaar daarvoor.

Het avontuur ligt op de autoroute, allang niet meer op de plaats van bestemming. Dat voelt als thuis. Onder dezelfde boom, met hetzelfde uitzicht. Een maand lang. Langer gaat niet. De kleinkinderen worden gemist. Voor je het weet zij ook zij volwassen. Is de leukste tijd achter de rug.

Wij slurpen de oesters uit de schelpen. Drinken een vers glas koele Chardonnay. Thailand is niet alleen fysiek ver weg, maar nu ook al in het hoofd. Ik praat mijn vriend bij. Hoe heet het was. Hoe smerig dat Thaise eten eigenlijk is. Altijd hetzelfde  smaakt. Hoe erg de luchtvervulling dit jaar. Hoe stomvervelend om elke dag tegen diezelfde berg te moeten kijken. Hoe chaotisch het verkeer. Hoe stompzinnig de Thai zelf.

Ik zaag het land af tot aan zijn enkels. Was sich liebt das neckt sich.

Wanneer ik weer terug ga. Zo snel mogelijk, zeg ik.

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

4 Reacties

  1. ” Als gods woord in een ouderling, zo glijden de stukjes vis langs onze smaakpapillen. ”
    Wat een beeldspraak! Ik lag plat van het lachen.
    Chapeau!

  2. De schoolmeestert schoolmeesterde te veel: het is toch sliptong (van sleepnet, niet van slib).

    • Schoolmeester, uw leerling dacht ook in b’s.
      Maar Bert had de p gebruikt, dus ben ik even gaan checken.
      Kan nu mee met het Groot Dictee.

      Hans
  3. Slibtong — een slip of the tongue?

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)