Singapore met Geert Barbier: Sungei Buloh

Heel ver weg van het centrum van Singapore, in de linkerbovenhoek ligt een stuk dat nog redelijk landelijk is. Er zijn bosschages waar de lokale scouts komen kamperen, er zijn Chinese begraafplaatsen, er is Lim Chu Kang Road, een lang recht stuk autobaan in the middle of nowhere die – fluistert men – gepland is als nood landingsbaan en ’s nachts soms misbruikt wordt door snelheidsduivels die hun dure opgefokte wagens hier tegen mekaar laten racen.

Er zijn ook boerderijen – ja, Singapore heeft boerderijen – en er zijn viskwekerijen. Ooit waren hier ook garnaalkwekerijen maar die zijn er niet meer. Waar ooit de garnaalkwekerijen waren ligt nu een prachtig natuurreservaat, Sungei Buloh. Sungei betekent rivier in het Maleis, en hier vormt een kleine rivier een moerassig mangrove gebied dat erg onderhevig is aan de getijden: wanneer je bij laagtij komt staan hele vlaktes droog, terwijl je bij hoogtij de krabjes de bomen ziet inklimmen.

Zeearend probeert blauwe reiger te verschalken. Beeld: J. Choo

Het is vooral voor vogelliefhebbers een interessante plek: heel veel trekvogels die tussen het Aziatische vasteland en Australië migreren komen hier even verpozen, vooral in de winter. Ook voor de wandelaar is het een goede plek: het is hier heerlijk rustig, en aan de andere kant ligt Johor in Maleisië zo dichtbij dat je de muezzins hoort oproepen voor het gebed en soms het eten kan ruiken.

Een vlucht Mongoolse Pleviers. Beeld J. Choo

Hoe kom je er? Je kan met de MRT tot Kranji rijden, en dan een bus nemen. Kranji is de plek waar de Japanners overstaken bij de verovering van Singapore, en er is een parkje aan de brug waar een herdenkingsmonument staat voor de gesneuvelden, en waar lokale inwoners komen luieren. Wanneer het eb is, kan je tot ver op de slijkplaten lopen, en er zijn altijd wel mensen die hier schelpen komen rapen of uitgraven. Je vindt er van alle soorten, en ook de gepantserde degenkrabben. Toch wel opletten: de brug is terzelfdertijd de afsluiting van het Kranji reservoir, en soms worden de sluizen opengezet. In 2002 verdronken een paar mensen hier door onoplettendheid.

Kranji War Memorial

De bus doet een interessant parcours in een stuk Singapore dat je anders niet te zien krijgt: kleine bouwondernemingen, scheepsherstellingsbedrijfjes, plantenkwekerijen: het ziet er allemaal wat slordig en dorps uit. En overal veel gastarbeiders, vooral Bangladeshis die hier werken en logeren.

Sungai Boleh van bovenaf gezien.

Je kan natuurlijk ook een taxi nemen, en dat is het snelst. Iedere keer ik dat deed, jammerde de taxichauffeur dat hij daar nooit klanten zou vinden, en iedere keer stond een paar mensen te wachten op een taxi of bus, zelfs wanneer ik ’s morgens vroeg – de beste tijd – er arriveerde. Sungei Buloh is door de tien jaar dat ik in Singapore woonde wel serieus veranderd: er is een mooi ontvangcentrum gebouwd met tuinen errond en paden die je langs de kust voeren. Dit is waar je het rode wandelpad ziet. Ooit was hier een onooglijk slingerend pad dat je van net na de brug in Kranji tot het oude bezoekerscentrum bracht. Aan het begin stond een waarschuwingsbord: opgepast, krokodillen. Ik heb in dat stuk gelukkig nooit een krokodil gezien, maar in Sungei Buloh wel een paar keer.

Krokodil in Sungao Boleh. Beeld: Fang Fang Lo

Helaas is met de vernieuwing ook een stuk dat vroeger toegankelijk was niet meer open voor het publiek. Dat ligt links van het gele wandelpad. Ik heb wel nog het oude plan en soms glipte ik door naar een van mijn favoriete plekjes, maar ssst, het mag eigenlijk niet. Probeer het zeker niet zonder kaart, want je kan hier echt wel verloren lopen, en de getijden zijn verraderlijk.

Er was ook een houten pad dat net boven de mangrove uitstak en dat een goed beeld gaf van het leven in zo’n mangrove. Ook dat pad werd afgesloten – ik had er ook wel eens een krokodil gezien – maar er waren plannen het weer op te bouwen. Geen idee of dat intussen gebeurd is.

Indische varaan (Asian water monitor)

Maar ook zonder is Sungei Buloh een prachtig stuk natuur. Wees niet verbaasd wanneer je water monitors ziet: het wemelt ervan en sommige worden behoorlijk groot. De eerste keer dat ik hier kwam zag ik er een uit het water komen, en ik dacht dat het een krokodil was, zo groot was ie. Ze storen je niet, maar stoor hen ook niet: wanneer er een op het pad ligt te zonnen, ga er dan voorzichtig voorbij of maak een omwegje: hun beet is op zich niet giftig, maar ze leven van een mengelmoes van vis, schelpdieren en afval, dus toch beter opletten.

Otter in de mangrove

Er zijn tientallen soorten vogels, vlinders, vissen en af en toe kan je een slang of een familie otters ontmoeten. En heel af en toe een krokodil. Ik vermoed sterk dat het deel dat afgesloten werd voor toeristen net de plek was waar die soms opdoken. Ooit kwam ik er me een Koreaanse vriendin wandelen, en ik vertelde dat ik er de vorige keer een krokodil op een eilandje had zien zitten. De eerste keer in wel tien keer dat ik er kwam. “Geen zorg”, zei ik, “dat is heel uitzonderlijk.” Die keer zagen we er twee: een heel grote die al gelokaliseerd was door de parkwachters en waar we in een grote bocht omheen moesten trekken, en een kleinere op één van de mudflats die niemand gezien had. Toch even schrikken.

Maar de kans om ze nog te zien is klein dus. Er is ook een prachtig boek uitgegeven over dit stukje natuur: Wetlands in a City. Je vindt er meer over op www.simplygreen.com.sg (ze geven ook heel mooie natuurboeken over Thailand uit)

Lees ook: Singapore, een eiland? Pulau Ubin

 
Over Geert Barbier 23 Artikelen
Van oorsprong uit Oostende maar woonde 20 jaar in Mechelen. Verder ook jarenlang in Duitsland, in de VS en in Singapore. Zijn werk als internationale verzekeringsadviseur stelde hem in staat een groot gedeelte van de wereld te bereizen. Sinds 2019 woont hij in Thailand en houdt zich bezig met bezig met tuinieren, tekenen, schilderen, talen leren, schrijven en koken.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*