Singapore met Geert Barbier: Pasir Ris

Ik heb het al eens over Pasir Ris gehad: hoe ik er dankzij een taxichauffeur die hier vroeger kwam vissen terecht kwam, en er het Filipijns meisje dat het winkeltje openhield leerde kennen. Maar na die eerste keer, is het langzamerhand mijn lievelingsnatuurplekje in Singapore geworden. Plekje is overdreven: zo klein is het Pasir Ris park zeker niet.

Maar het is er rustig, het heeft een erg gevarieerde natuur en een schat aan wilde vogels. Pas enkele weken terug las ik een laaiend enthousiaste fotoreportage, gemaakt door één van de Singapore Urban Gardeners voor wie dit park een openbaring was: het is voor de meeste inwoners onbekend terrein.

Je kan er makkelijk heen met het openbaar vervoer: het park ligt een boogscheut – zoals dat heet – van het Pasir Ris MRT station en White Sands shoppingcenter. Wanneer je met de taxi gaat, wees dan niet ongerust wanneer ineens hoge woontorens opduiken: Pasir Ris is één van de ‘new towns’, gebouwd door de overheid om de groeiende bevolking op te vangen.

Ooit was het anders: al het land in Singapore is overheidsland, en toen de prille overheid stukken te huur aanbood (je kan maximaal voor 99 jaar huren) keek men misprijzend neer op diegenen die in die verre uithoek van Singapore gingen wonen. Nu is het wel even anders: het land en de oude villa’s langs bv. Pasir Ris Road of Riverine View zijn goud waard en zeer begeerd.

Er zijn verschillende in- en uitgangen en om het wat overzichtelijk te houden gaan we wandelen zoals ik het meestal deed. Eens uit de MRT ga je via de linkse arm van de busterminal (merk de Indisch aandoend architectuur) tot aan de grote baan, steekt die over en dan zit je al aan de rand van het park. Ga links op Pasir Ris Drive 3 tot het teken aan je rechterkant dat naar de parking van het park leidt en ga het park binnen. 

Een honderdtal meter verder zijn op de rechterkant het winkeltje waarvan eerder sprake, en een gebouw waar je fietsen kan huren. Aan het uiteinde zie je een eerste van de twee rivieren die het Park bevloeien: de Sungei Api Api. 

Vanwaar de namen? Die zijn weer Maleis: ooit was er een Kampong Pasir Ris. Pasir betekent strand, maar Pasir is minder duidelijk: het woord wordt normaal gebruikt om een stuk dunne koord aan te duiden dat gebruikt wordt bij het naaien van zeilen. Dus een smalle strook strand? Meestal wordt het vertaald als Wit Zand, maar dat is wel een erg vrije vertaling. 

Api Api is een woord dat nogal eens voorkomt in de kuststreken van Indonesië en Maleisië, en het verwijst naar een kleine mangrove boom met medicinale eigenschappen. De boom groeit van India tot Vietnam.

Links langs de Api-Api rivier is een mooi maar ook populair wandelpad. Je kan er beter niet op een weekend gaan wandelen. Nochtans heb ik er regelmatig mooie vogels gespot: vooral verschillende soorten reigers en ijsvogels – trouwens een rare naam voor een vogel die vooral in de tropen gedijt.

Wanneer je de Api-Api naar rechts volgt gaan we richting de zee, of beter: de Straat van Johor. We wandelen door een park met heel hoge en oude bomen waar regelmatig grote vogels nestelen: neushoornvogels en grote uilen naast heel wat klein grut. Ooit moet hier een manege geweest zijn, maar daar is nu nog weinig van te merken. In het regenseizoen staat het hier vol paddenstoelen.

We komen aan een brug met een netafsluiting: hier komt het zeewater en het rivierwater samen, en het net zorgt ervoor dat de plastic rommel niet de zee ingaat. Links over de brug is het playground stuk van het park: in het weekend staat het hier vol tentjes, wordt er gevoetbald, gezwommen, gevist, gejogd en gegrild. In de week is het toch een mooi stuk om te wandelen, en heel af en toe kan je een verrassing krijgen: een wild zwijntje of een dwerghertje. Af en toe zal je in het park ook het gekakel van kippen of de roep van een haan horen: dit is een van de enige plekken op het hoofdeiland waar nog wilde hoenderen zitten, de verre voorouders van onze kippen.

In de verte kan je Punggol en Serangoon island (‘Coney’ island) zien liggen. Er is ook een bar/restaurant waar je kan zitten luieren en kijken naar de zee, maar de plek is al zoveel keer van uitbaters veranderd dat ik het eten niet kan garanderen. Achter het restaurant loopt Pasir Ris Road, en hier kan je een bus terugnemen naar het MRT station. Ik heb nooit langer dan tien minuten moeten wachten en de bus rijdt door een typische buurt.

Maar laat ons nu de kust even volgen in oostelijke richting: dit stuk park vind ik persoonlijk plezieriger en het is er nooit druk. Er is een groot grasplein en op zondag komen Indiërs hier cricket spelen. Het is één van de weinige velden dat groot genoeg is.

Achter het veld is een heel groene zone waartussen bananenbomen uitpiepen. Dit is een mooi stukje en er zijn twee ‘community gardens’ waar vrijwilligers mekaar helpen. Er is een ‘vlindertuin’ met planten die vlinders aantrekken (er zijn er intussen een heleboel op Singapore), en er is een tuin met inheemse groenten en planten zoals nootmuskaat, een boompje dat ik nooit eerder zag.

Ik moet eerlijk zeggen dat verschillende planten in mijn Thaise tuin van zaad hiervandaan komen. Ik kwam hier een paar keer op vrije vrijdagen helpen, tot mijn werkrooster veranderd werd en de vrije vrijdag een maandag werd, een dag waarop niemand daar is.

Er zijn verschillende gazebo’s waar het heerlijk vertoeven is: je zit er in de schaduw, temidden een grote verscheidenheid aan vlinders en kleine vogels zoals de mooie gele oriolen en sunda spechten die hier thuis zijn, en er zit een eekhoorn die je nieuwsgierig komt begluren.

Een zijingang van de community garden geeft uit op een houten pad dat je door de mangrove voert tot aan de andere rivier, de Tampines (ook een lokale boomnaam).  Er staan verschillende educatieve panelen die uitleggen hoe een mangrove werkt en welke dieren er wonen: een fascinerend wereldje en een uitverkoren plek voor dierenfotografen.

Aan de rand van de rivier is een rustig overdekt plekje waar ik graag kwam lezen en kijken: er is altijd wat te zien: dartelende otters, neushoornvogels, reigers en zwermen visjes. In de mangrove zelf wemelt het van schelpdieren, krabben en weer eens de moeraskreeften, te herkennen aan hun kleiburchten.

Wanneer je nu richting Tampines neemt kom je weer aan een mooi stukje waar regelmatig beeldhouwwerken tentoongesteld worden. Je kan de brug oversteken en via de andere kant van de Tampines rivier terug wandelen of langs het strand richting Changi. Waar je ook komt, je zal zeker ontdekkingen doen. Of gewoon naar de grote baan gaan en terug naar het bus- of metrostation.

Over Geert Barbier 23 Artikelen
Van oorsprong uit Oostende maar woonde 20 jaar in Mechelen. Verder ook jarenlang in Duitsland, in de VS en in Singapore. Zijn werk als internationale verzekeringsadviseur stelde hem in staat een groot gedeelte van de wereld te bereizen. Sinds 2019 woont hij in Thailand en houdt zich bezig met bezig met tuinieren, tekenen, schilderen, talen leren, schrijven en koken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*