Singapore met Geert Barbier: Katong


Katong is het stuk Singapore aan de Oostkust dat ruwweg begrensd wordt door de zee in het Zuiden, de Geylang rivier in het Westen, Changi Road (het verlengde van Geylang Road) in het Noorden en Still Road in het Oosten.

De hele tijd die ik in Singapore verbleef, heb ik hier gewoond – afgezien van de eerste maanden op Wilby Road en een korte periode op Upper Cross Street, midden in China Town. Katong is voor altijd mijn thuis in Singapore. Nu kan je met de nieuwe MRT makkelijk tot aan Marine Parade, maar tien jaar geleden was dat anders: Katong stond bekend als het meest authentieke en ook het moeilijkst te bereiken stuk Singapore.

Katong staat voor Tanjong Katong. Tanjong of Tanjung betekent ‘kaap’ of ‘een stuk land dat in de zee uitsteekt’, en veel plaatsnamen in Indonesië, Maleisië en Singapore beginnen met dat woord. Het ligt aan de Oostkust van Singapore, voor mij de aangenaamste plek om te wonen. Dichtbij de zee en altijd staat er een bries: tijdens de wintermaanden kon ik drie maanden lang mijn airco afzetten.

Ooit lag Katong aan de zee op de plaats die nu Amber Road is en was het een rustiek vissersdorp. Maar ook hier werd het land opgespoten om meer bewoonbare grond te krijgen. Later werd het de speeltuin van de rijke Chinese, Britse en Portugees-Indische elite die hier villa’s bouwde voor verblijf tijdens het weekend. Vooral langs Mountbatten Road kan je nog sommige van hun enorme panden bewonderen. Voor ons moeilijk voorstelbaar, want Katong ligt helemaal niet zo ver van het centrum. Wel was het al eerder een residentieel stadsdeel. In sommige wijken, zoals het stuk tussen Tanjong Katong Road en de Kallang rivier, staan nog altijd eerder twee dan één Mercedes voor de deur.

Maar Katong is meer dan een residentiële buurt: er is Tanjong Katong Road die ruwweg van Paya Lebar tot aan de zee loopt. Tanjong Katong Road staat bekend om zijn authentieke Peranakan restaurants en wees niet verwonderd wanneer voor sommige een lange sliert mensen te wachten staat op hun Katong Laksa, een typisch gerecht van Singapore. Maar er zijn ook buurtwinkeltjes waar je Portugese eiertaartjes, groenten, papierwaren en zelfs zangvogels kan kopen, al verdwijnen die langzaam.

Mijn straat, Ipoh Lane, is een zijstraat van Tanjong Katong, en elke morgen nam ik aan de kerk – die in het weekend vol Filipijnen zit – de bus naar het Paya Lebar station. In mijn straat waren alleen een paar kleinere condo’s, maar ooit was er op de plek waar ik woonde een madrassa van radicale moslims die door de staat met de grond gelijkgemaakt was. Hier wordt niet gelachen met radicalisering. Aan de straat evenwijdig met de mijne, Thiam Siew Avenue staan statige koloniale villa’s met grote tuinen, maar volgens oude taxichauffeurs waren dit ooit huizen van plezier. Ik zou met plezier in eender welk ervan willen wonen.

Pebble Lane

Wanneer ik naar Paya Lebar station wandelde ging ik via een mooi rustig straatje: Pebble Lane. Op de hoek staat een oude Chinese villa, en ooit vroeg ik de eigenares om een stekje van haar uitbundige devil’s backbone plant (Japanse poinsettia). Sedertdien heeft de duivel hier in mijn tuin zijn plekje gevonden.

Net om de hoek ligt een Maleise markt waar ik op zaterdagmorgen ging inkopen. Daarvoor moest ik langs de HDB’s op Haig Road, de door de overheid gesponsorde appartementsblokken waar ik geregeld stond te kijken naar de pétanque spelers. Ik werd zelfs uitgenodigd om lid te worden, maar pétanque heb ik sedert mijn jeugd niet gespeeld en ik bedankte, zeggend dat ik het spel niet kende. Hier wordt beneden ook gekaart en gekletst, en er zijn een paar uitstekend onderhouden volkstuintjes.

Eén van de standjes waar ik vaste klant was, was de bloemenwinkel: ik kocht er altijd een tuiltje orchideeën en een kaffir lime voor mijn huisboeddha.

Wat verder ligt de belangrijkste straat van Katong: Joo Chiat. Het is voor mij ook één van de mooiste, en zeker een van de meest verscheidene: tegen Geylang aan is het vooral Maleis, met specerij winkels die geuren als verhalen van Somerset Maugham (of is het omgekeerd?). Winkeltjes die binnen eindeloos doorlopen met restaurantbenodigdheden, Maleise trouwkleren en kleren om naar de Hajj mee te gaan, kapsalons, een kleine moskee. Hier worden ook de lokaal beroemde fishcakes (mackerel otah) gemaakt en verkocht naast Maleise patisseries.

Je moet je haasten want de laatste tien jaar komen er steeds meer sjieke lui in de buurt wonen en trekken oorspronkelijke bewoners naar goedkopere wijken. Helaas verloor ik zo mijn Maleise bakkerin die heerlijke croissants, stokbrood en appelflappen bakte (haar man was Nederlander). Wie er eigenaar is kan er een goede slag slaan. Zo was er een Chinese brocanteur bij wie ik regelmatig langs ging en ook soms wat kocht. Nu staat er op die plek een klein appartementsgebouwtje. Een andere – Indonesische – brocanteur verderop waar ik een paar mooie vondsten deed is ook weg. Tja…

Maar deze wijk vernieuwt zich constant, dus ben ik er zeker van dat er nu winkeltjes of restaurants zijn die ik nooit zag.

Ook de zijstraten zijn de moeite waard. Zo heb ik toevallig Hat of Cain gevonden, een winkel gespecialiseerd in panama hoeden op Joo Chiat Terrace. Er zijn verschillende Peranakan restaurants in de buurt (o.a. op Joo Chiat Place) en er is een interessant Eurasian restaurant dicht in de buurt (Quentin, Dunman Road/Ceylon Road). Wat is Eurasian of wat zijn Eurasians? Ooit, toen Portugal over alle wereldzeeën zwierf, vestigden de Portugezen zich ook in Zuidoost-Azië. Zowel in Singapore, Maleisië als Thailand zijn er nog inwoners die prat gaan op hun gemengde afkomst. In Maleisië (tegen Malakka) en Singapore spreken ze nog hun eigen taal, Kristang, een archaïsch soort Portugees. De lokale keukens werden sterk beinvloed door de Portugese keuken: niet alleen voerden de Portugezen planten en bomen uit Europa en Zuid-Amerika in (denk maar aan de chilipepers en cashew noten), ze gebruikten ook wijn voor marinades en maakten heerlijk zoete desserts zoals pasteis de nata (egg tarts). Quentin is het restaurant en trefpunt van deze afstammelingen en weerspiegelt hun kookkunst, en er is een klein museumpje aan hen gewijd.

Verder naar Changi Road toe vind je meer internationale restaurants, en op Changi Road zelf zijn nog enkele winkeltjes waar Nonya kleren of pantoffels verkocht worden.

Er zijn ook nogal wat bars, maar daar zie je overdag weinig van. ’s Avonds ligt dat wel anders: Joo Chiat is bekend om zijn Vietnamese meisjes die tot middernacht de bars bevolken. Hoe dat nu zit met Covid? Ik vermoed dat Joo Chiat nu een stuk rustiger is.

Een raad: neem de tijd en kuier rustig rond. Zijstraten zijn soms verrassend mooi. Kijk omhoog en bewonder de mooie art nouveau of art deco tegels op de gevels. Sla zijstraatje in en ga op ontdekkingsreis.


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Geert Barbier
Over Geert Barbier 20 Artikelen
Van oorsprong uit Oostende maar woonde 20 jaar in Mechelen. Verder ook jarenlang in Duitsland, in de VS en in Singapore. Zijn werk als internationale verzekeringsadviseur stelde hem in staat een groot gedeelte van de wereld te bereizen. Sinds 2019 woont hij in Thailand en houdt zich bezig met bezig met tuinieren, tekenen, schilderen, talen leren, schrijven en koken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*