Singapore met Geert Barbier: China Town

U zat zich al af te vragen: waarom schrijft die over plekken in Singapore die geen toerist kent? Wel, net daarom. Vandaag een uitzondering: we gaan naar China Town. Is China Town druk? Sommige stukken wel, daar loop je over de koppen, maar andere weer helemaal niet. Waar te beginnen? China Town loopt van tegen het CBD (het Central Business District – omgeving van Raffles Place – en daar beginnen we ) tot aan New Bridge Road of Eu Tong Seng Street: de ene kant heeft een Engelse naam, de andere een Chinese.

Ooit werkte ik op Cecil Street, maar daar wil je niet heen: dat is puur CBD. Maar evenwijdig ermee loopt een heel mooie straat van aan Cross Street tot Cecil Street, en die heet: Telok Ayer Street. Die straat nam ik elke morgen van MRT station Raffles Place en het was een heel ontspannende voorbereiding op een werkdag.

En ja, ook dit was ooit een weg langs de kust, al lijkt dit heel ver weg. Het was traditioneel de plek waar de Chinezen landden en de stad inkwamen. Letterlijk: het water aan de baai. Telok Ayer Street heeft het allemaal: twee mooie oude moskeeën één in Indische stijl, één in Art Deco – een grote Chinese tempel die je beslist moet binnenlopen (geen inkom te betalen) en veel eethuisjes waar traditioneel Chinezen kwamen ontbijten. Intussen zijn die eethuisjes up-market geworden door de nabijheid van het CBD. Dit is waar veel mensen komen lunchen. Je kan er nog altijd de typische viskoppensoep krijgen, maar er zijn lekkere Koreanen, Vietnamezen en Japanners bij de vleet en duur zijn ze hier niet.

De Chinese tempel heet Thian Hock Keng, en je kan hem echt niet missen. Het is de oudste tempel in Singapore en hij is het centrum van de Hokkien gemeenschap (één van de belangrijkste taalgroepen in Singapore: hun taal klinkt eerder als Italiaans dan als Mandarijn). De tempel is gewijd aan Mazu, de godin van de zee, en hier kwamen pas aangekomen Hoklos de godin bedanken voor een behouden aankomst. Ik wandelde er dikwijls ’s morgens doorheen en stak er soms een wierookstokje aan. Je weet maar nooit waar dat goed voor is.

Ga niet tot op het einde, maar sla rechtsaf in McCallum Street tot Amoy Street. Een straat met veel restaurantjes, maar ook heel mooie huizen. Maar ik stel iets anders voor: op de hoek van Amoy Street loopt een pad rechtdoor dat je naar een verrassend parkje voert, het Ann Siang Hill Park. En inderdaad, het gaat omhoog! In de gelijknamige straat waar we straks doorlopen woonde midden de negentiende eeuw een rijke Hokkien houthandelaar in een mooi huis, Chang Ann Siang en op heuvel had hij nootmuskaat- en kruidnagelbomen staan. Het is echt een onverwacht rustig plekje in één van de drukkere stukken van Singapore.

We dalen de heuvel weer af en komen in Ann Siang Street, waar het oude huis van Ann Siang (en tevoren van Scott, de originele planter) nog staat. We zijn op twee passen van het drukkere China Town nu. Op de hoek van Maxwell Road ligt één van de oudste en bekendste food courts van Singapore, het Maxwell Food Court. Hier nam ik een eerste hap in Singapore en ik ben er dikwijls terug geweest.

Een food court is een overdekte ruimte waar verschillende eet- en drankstandjes hun waren aanbieden. Je gaat zitten waar je wil (of kan: het kan soms heel druk worden). Heb je een plekje gevonden en moet je nog bestellen, dan laat je een pakje papieren zakdoekjes achter. Iedereen weet, dit betekent ‘bezet’.

Probeer gerust wat uit: Tian Tian Chicken Rice, rojak (Javaanse fruit en groenten curry in een spicy dressing), oestercake, curry rice, gefrituurde rode bonen buns. Je kan er ook Thai en Japans eten. Wil je een voorproefje? Mevrouw Tam Chiak is een echte Singapoorse die goed haar weg kent en echt Singlish spreekt, een heerlijk taaltje waar je even moet aan wennen.

Aan de overkant van de straat (South Bridge Road) ligt nog een tempel maar wat voor een: de Tempel van de Tand van Boeddha. Het is beslist de grootste van Singapore – de tempel, niet de tand en er is ook een museumpje aan verbonden. Eerlijk, ik ben er nooit binnen geweest. Ik heb het eerder op kleinere stulpjes.

Wat verder in dezelfde straat zijn nog twee tempels: een Indische (Sri Mariamman) en de oudste moskee, the Jamae moskee. Beiden pareltjes. Als je nu verder zou lopen tot Upper Cross Street zie je aan de overkant een lelijk shopping center, China Center of China Square (de naam ontsnapt me). Op zondagmorgen en tot een stuk in de namiddag is er hier een ‘antiek’ markt en hier kan je echt soms een mooie slag slaan. Al heb ik er ook ooit fake antieke borden gekocht. Al doende leert men.

Links op het plein loopt Sago Street en op zaterdag is het hier rommelmarkt. Meestal is het ook rommel maar af en toe kan je een ontdekking doen. Het oude shoppingcenter aan de rechterkant van de straat heeft weinig interessants te bieden al heb ik er ooit voor een habbekrats uit hout gesneden koekvormen gekocht. Je moet zelf maar zien.

Aan de andere kant van het plein lokt de Chinatown Street Market. Eens je een tijd in Singapore woont, word je blasé: dit is voor toeristen. Zo is het ook, maar toen ik hier nieuw was vond ik dit best leuk.

Laat je gewoon meedrijven met de toeristenhordes: dit is het toeristische centrum van Singapore. Smith Street, wat verder op, staat bekend als China Town Food Street, en dat zal je geweten hebben. ‘Makan’ – eten, was trouwens het eerste Maleise woord dat ik leerde, en dat was in China Town. Veel keuze, maar probeer eens Szechuan eten? Of anders shaved ice cream in Chen Suzhen in Trengganu Street, ook weer een specialiteit van Singapore. Alle ijs parlors zijn trouwens uitstekend en laat je verrassen door smaken of combinaties die je nooit eerder zag.

Of dit plekje in Temple Street: enkel een Chinese naam (味香园甜品), maar heerlijk ijs. Het ligt net tegenover de McDonald’s op de hoek van New Road en het is er altijd druk.

Na al die drukte gaan we weer naar een rustiger stukje Chinatown. We lopen New Bridge Road naar links tot we op dezelfde kant iets binnenin weer een Indische tempel zien, de Sri Layan Sithi Vinagar temple. Klein maar fijn: voor mij de mooiste in Singapore.

Die straat heet Keong Saik Road. Tien jaar geleden was dit een wat verlopen straat met louche bars naast kleine hotelletjes, maar dat is grondig veranderd. Het is nu het upscale restaurant centrum van Singapore en het is voor mij een van de meest authentieke straten in China Town met zowaar art deco gebouwen tussen de traditionele shophouses. Slenter erdoor en geef je ogen de kost: je ziet prachtige gevels, deuropeningen, kleuren… Probeer gerust ook de zijstraten: er zijn ontdekkingen te doen.

Op de achtergrond doemen de Duxton Towers op: een prijzige HDB, de eerste in zijn soort op een plek waar ook ooit specerijen gekweekt werden.

Verderop rechts is een wegje zonder naam dat je weer naar een verborgen park voert: het Duxton Plain Park. Ook nu weer zal je verrast staan: dit is een ander soort Singapore waar mensen rustig rondkuieren, lezen op een bankje, wat keuvelen of Mah Jong spelen.

Wanneer je het park naar rechts volgt kom je terug bij de Indische tempel. Links, de brug onderdoor, loopt het park tot Yan Kit Road, en vandaar naar Craig Road, een zijstraat van Tanjong Pagar.

Als ik je een restaurant mag aanraden: probeer eens The Blue Ginger op Tanjong Katong Road – het water loopt me in de mond wanneer ik eraan terugdenk: authentieke en heel verzorgde Peranakan keuken in een prachtig decor. Probeer Ngo Heong als voorgerecht, een gerecht met diepe Hokkien en Teochew roots. Daarna kan je niet fout gaan met een babi gerecht: het varkensvlees heeft een aroma dat ik nergens anders ooit proefde. Er was een gerecht met keluah, maar dat zie ik niet op het menu. Keluah is een grote Indonesische noot die drie dagen moet geweekt worden eer ze bruikbaar is. Opgelet: het restaurant is niet al te groot, dus reserveren is veiliger. Je kan hier al een blik werpen.

Over Geert Barbier 23 Artikelen
Van oorsprong uit Oostende maar woonde 20 jaar in Mechelen. Verder ook jarenlang in Duitsland, in de VS en in Singapore. Zijn werk als internationale verzekeringsadviseur stelde hem in staat een groot gedeelte van de wereld te bereizen. Sinds 2019 woont hij in Thailand en houdt zich bezig met bezig met tuinieren, tekenen, schilderen, talen leren, schrijven en koken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*