Singapore met Geert Barbier: Bugis, Kampong Glam en de Golden Mile

Vandaag zitten we echt in het oude centrum van Singapore, en – hoewel je dat niet meteen merkt – tegen de zee aan. Of beter: tegen de vroegere kust: Singapore heeft heel wat opgespoten land, maar waar nu Beach Road ligt, lag vroeger wel degelijk de zee en het strand.

Laat ons even naar de kaart kijken: in de linkerbovenhoek zie je een beruchte toeristenval: Sim Lim Tower. Zogenaamd kan je er elektronica aan heel goede prijzen kopen, maar waag je hier niet binnen: je wordt gegarandeerd gevlooid door handige verkopers die je uiteraard nooit terugziet. Ik ben zelf twee keer in die val getrapt.

Bugis Village is een MRT-kruispunt met nogal wat shopping malls erboven en in de omtrek, en ook een straatmarkt waar je je toch één keer in je leven moet doorheen worstelen. Wel oppassen: er wordt weinig gestolen in Singapore, maar dit is een uitgelezen plek. Dus geen blingbling of dure camera’s dragen en goed op je spullen passen.

De naam Bugis zegt je waarschijnlijk niets: hij zei me ook niets. Nochtans gaat er een heel stuk etnografie achter die naam schuil: de Bugis zijn een volk van handeldrijvende zeevaarders die oorspronkelijk uit Zuid- Sulawesi (Celebes heette dat ooit) stammen. En nog wonen: er zijn er zo’n drie miljoen. Elk jaar voeren ze met de passaatwinden naar Singapore en sloegen hun kamp op in… Bugis.

Naast handel drijven zijn ze vooral bekend omdat ze in plaats van twee geslachten (man/vrouw) er vijf erkennen, en geslacht niet beschouwen als een vast gegeven, maar als een kenmerk binnen een spectrum van mogelijkheden. Veel meer kan ik er hier niet over vertellen. Als het je interesseert kan je verder lezen op Wikipedia.

Voor mij heeft Bugis vandaag één opmerkelijk gebouw, maar wat voor één: het mooiste art deco gebouw dat ik ooit zag, het Park View. Je kan er niet naast kijken (al zijn er net tegenover de laatste jaren twee lelijke moderne gebouwen neergepoot). Je moet er langs om onze volgende bestemming te bereiken: Kampong Glam, of beter bekend: de Arab Quarter. Best langs North Bridge Road, één van de oudste straten van Singapore.

Let ook op de details: hoewel het gebouw er erg Westers uitziet zit het vol Chinese symboliek. Zo spuiten de fonteintjes niet naar buiten, zoals dat bij Westerse fonteinen het geval is, maar naar binnen. Water staat symbool voor rijkdom en dat wil je binnenrijven.

Je steekt de straat over, en nu zijn we in Kampong Glam. Kampong Glam was de kampong (het dorp) waar de sultan van Singapore woonde, en zijn paleis staat er nog maar het is nu een mooi museum. Maar niet te vlug! Neem je tijd, kijk naar de gevels en geniet van de kleuren: Kampong Glam is het kleurrijkste stuk Singapore.

Een eerste straatje heet Bali Lane, en hier worden kleurrijke stoffen verhandeld. Het eerstvolgende straatje heet Haji Lane. Het is één van de weinige echte winkelstraatjes in Singapore en je vindt er kleine klerenboetieks, vooral van beginnende lokale couturiers.

Arab Street

Dwaal de straat door en sla op het einde links af. Zo kom je in Arab Street, de meest toeristische straat van de buurt met vooral Turkse restaurantjes. Ik weet niet of het antiekwinkeltje waar ik ooit een mooie kris kocht er nog is, je ziet maar. Aan het uiteinde van de straat staat de grote moskee van Singapore, de Sultan Moskee. Hier is het altijd een drukte van belang, maar dit is niet de plek waar je het best souvenirs koopt.

In de omliggende straatjes, zoals Kandahar Street of Subhan Street vind je wel nog de traditionele Maleise keuken. Voor enkele van de populairste Maleise eetplekken moet je even achter de moskee terug naar North Bridge Road. Daar liggen bekende roti restaurantjes ZamZam of Al Tasneem. Zeer druk met meestal files tot buiten. Goedkoop en lekker.

Istana Kampong Glam, paleis van de Sultan.

Wandel terug en neem Muscat Street, dan loop je pal op het vroeger paleis van de Sultan. Het is nu een klein museum van de Maleise geschiedenis en cultuur in Singapore dat echt de moeite waard is. Het heet: Malay Heritage Centre. Er is ook een mooi bezoekerscentrum waar je gegarandeerd een souvenir vindt. Als je de tijd hebt, vraag dan eens naar activiteiten: er zijn regelmatig tentoonstellingen (o.a. over andere bevolkingsgroepen in Singapore die uit Sumatra stammen zoals de Minangkabau of de Batak). Pas zo krijg je een idee wat voor een echte mengelmoes Singapore wel is.

Vergeet niet even in de tuin rond te wandelen: er is een stuk met lokale groenten en kruiden waar je rustig in de schaduw kan zitten op een bank en kijken naar de drukte. Als je het park weer uitgaat door de tuin, kom je in Sultan Gate, en daar heb ik al mooie batiks gekocht. Er zijn verschillende winkeltjes met Indonesische en Maleise kunst.

Wat verder op een pleintje zijn regelmatig openluchtvoorstellingen die georganiseerd worden door het Aliwal Arts Centre: een gamelanorkest, een demonstratie van kung fu, Teochew opera of iets heel moderns. Altijd gebracht door Singaporese groepen. Om te weten of er iets gepland is, download je best de Peatix app voor Singapore.

Ben je nog niet moe gewandeld? Iets verder op Beach Road ligt een gebouw met geschiedenis, toch in Singapoorse begrippen: the Golden Mile complex. The Golden Mile was één van de eerste gebouwen waarin wonen en shoppen gecombineerd werden en het ruikt naar vergane glorie. Dat shoppen is intussen vooral Thai en Vietnamees, en beneden zijn er ook verschillende Thaise restaurants. Naast de Golden Mile vertrekken de bussen naar Maleisië en Zuid-Thailand, dus zijn er ook nogal wat reisbureaus.

Ooit zat het hier op zondag stampvol werkvolk uit Isaan dat in de bouw bedrijvig was, maar Thais worden nog zelden aangeworven: ze spreken geen andere taal, en zijn nogal berucht voor hun drinkpartijen. Nu zijn de meeste bouwvakkers Indiërs of Bangladeshis. Het complex staat te koop, maar er is discussie over om minstens een stuk te bewaren: de architectuur is inderdaad typisch voor de zestiger jaren van de vorige eeuw in Singapore.

Lees ook: Thuis in Singapore

Over Geert Barbier 23 Artikelen
Van oorsprong uit Oostende maar woonde 20 jaar in Mechelen. Verder ook jarenlang in Duitsland, in de VS en in Singapore. Zijn werk als internationale verzekeringsadviseur stelde hem in staat een groot gedeelte van de wereld te bereizen. Sinds 2019 woont hij in Thailand en houdt zich bezig met bezig met tuinieren, tekenen, schilderen, talen leren, schrijven en koken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*