Singapore: Lani (Deel 2)


Dit is het tweede deel van het verhaal over Lani, het eerste deel is hier te vinden.

Een week of wat erna stuurde ze me een mailtje. Ze zat in de Filipijnen en had haar cellphone verloren op de bus naar huis. Verder klonk ze heel gewoon. Er was thuis een probleem, en ze wilde ook een stuk rijstveld kopen. Alles goed verder?

Die januarimaand zag ik haar niet. Tot ze me belde en vroeg of ik die vrijdag geen zin had om met haar naar een Karaoke-bar te gaan. Karaoke, ik kromp even ineen. Filipijnen houden van zingen, als het even kan de hele dag door. Dus gingen we naar de Karaoke, waar ze heel wat afzong en afdronk – ja, ze dronk wel dus, alleen weet ik niet meer wat. Een of ander zoeterige cocktail? We gingen ook eten – voor de Karaoke, en ze vertelde wat over haar busreis en over haar moeder die thuis de plak zwaaide.

Voor het eerste liet ze ook wat meer los over zichzelf. Ze was weduwe. Weduwe? En toen vertelde ze me dit verhaal dat zo ongelooflijk klinkt dat het moet waar zijn. Haar man was een boer en op een nacht was hij gaan drinken. Hij werd zo dronken dat hij de staart van zijn buffel vasthield om terug thuis te raken. Hij sukkelde van het pad af en verdronk in de rivier. “Het was nochtans volle maan”, zei ze terwijl ze haar keel schraapte en wegkeek.

Ik was er stil van. Zo was ze in Singapore terechtgekomen, want haar kinderen waren nog jong toen. Ze zei iets over een dochter die studeerde – in Singapore. In Singapore? Die had ze goed verborgen gehouden. Ook iets over een andere dochter die thuis rondhing.

Later, toen ik haar ’s afhaalde op het HDB-appartement in Whampoa Drive dat ze met andere Filipino’s deelde liet ze me een zwart-wit filmpje zien van het huis, haar moeder, haar rijstvelden. Het was nogal houterig opgenomen en erg snel zodat er weinig van te maken viel. Er waren sporen van een overstroming – daarvoor was ze teruggegaan. Wanneer ik dit neerschrijf lijkt het net alsof we bijna een vaste relatie hadden, maar zo was het niet. Soms hoorde ik weken niets van haar, en andere keren had ze het te druk. En ineens was ze weer daar.

Op een dag nodigde ik haar uit voor een weekendje Bintan – Singapore is OK als je er om de zoveel weken weg kunt. Niet naar de toeristische zuidkant die Singapore huurt van Indonesië en vol tourist traps staat. Mooi als je de hele dag op het strand wil liggen en je alleen van je ene zijde op de andere wil wentelen. Zo kan ik er wel nog een hele resem opnoemen: mooi op plaatjes maar doodvervelend voor meer dan een dag.

Ik was er tevoren al eens geweest: boot naar Tanjung Pinang en dan met een bestelde taxi verder. Maar naar dat primitief uit palmplanken getimmerde kamp wilde ik haar niet meenemen. Ik vergeet trouwens nooit het met versplinterde tl-lampen bestrooide strand, en de koude wind die me ’s nachts pal in het gezicht blies. Een geluk dat ik een Tanzaniaanse kanga bijhad om me te bedekken. Ik heb er wel verleidelijke foto’s van. De Indonesische stranden! Wit-blauwe zee, ruisende palmen en vol afval wanneer ze niet door geruisloze schimmen voor dageraad opgekuist worden.

De boot uit Tanah Merah – Tanah Merah, doet dat niet dromen? Rood Land, in het Malay, de boot vertrok er om acht ’s morgens. Ik had tickets gekocht, maar geen Lani te zien. Ik berustte er al in alleen te vertrekken, maar ik draalde zo lang mogelijk aan de paspoortcontrole, tot ze ineens opdaagde. Ze zag er niet op haar best uit, net alsof ze de hele nacht uit was geweest. En ze had een grote laptop bij. Een oude Toshiba. Met een laptop naar Bintan?

De boot was van het sardienendoos-type, wat ik haat: je zit helemaal ingesloten binnen en ziet met moeite door de vuile raampjes de zee. Die was behoorlijk woelig die dag. Lani trok verschillende keren bleek weg en stormde naar het toilet voor luidruchtige beurten. Tegen de tijd dat we aankwamen, twee uur later, waren zowel de zee en haar ingewanden bedaard.

Tanjung Pinang! Hoe de geur te beschrijven wanneer je de haven binnenkomt? Er drijft vuil en olie op de golven en het ruikt naar Afrika. En de grond is er net zo rood. De elektriciteit was uitgevallen en honderden generators tuften hun vuile lucht uit. Net Dar Es Salaam! Die moslimwereld heeft toch wel wat dingen die verbinden. Zoals mannen die vragen of je een vrouw zoekt: hun zus enz.… Aandacht voor milieu is er – helaas – er nog niet bij.

Dit klinkt negatief en ik moet corrigeren: Indonesië is zonder meer het meest fascinerende land in Zuidoost-Azië. Een land dat in duizend jaar van hindoeïsme naar boeddhisme naar islam gehinkeld is zonder al te veel haperen – een paar honderdduizend doden niet te meegerekend – maar dat is peanuts hier. En ongetwijfeld springt het ooit nog wel eens naar iets anders.

De moderne Indonesische kunst is onvoorstelbaar: Indonesische kunstenaars weten op een onovertrefbare manier heel moderne vormgeving te combineren met aloude mythes en legendes en de literatuur is bezig met een explosie van talent. Ik wou nu dat ik ook Maleis (of Bahasa Indonesia, wat eigenlijk een vorm van Malay is) geleerd had naast dat overdreven complexe en archaïsche Thai. Al weet ik dat het Javaans wellicht even complex is, zonder te spreken over de honderden andere talen die er nog zijn. Soms sta ik in een galerij, en ik wou dat ik een curator was met een budget van een paar honderdduizend euro – ach, daar koop je zelfs geen Borremans meer voor. Hier kan je daarmee een heel museum bouwen.

De alledaagse werkelijkheid is natuurlijk ontnuchterend, als je Afrika niet gewend bent. Vuile straten, smoezelige paleizen van vroegere sultans, huizenrijen met allemaal dezelfde betonstructuur: beneden winkel, boven woonruimte, kaalgeslagen bossen. De droom van een opkomende lagere middenklasse. Maar wel hier en daar een kerk en een boeddhistisch centrum.

De taxi stond er al. Ik ben de naam en het telefoonnummer van de kerel kwijt, verloren met een vorige telefoon, maar dit keer had hij geen histories over zijn zus. Het begin van de rit was zo vervelend als in mijn herinnering. Pas later, toen we langs de kust reden werd het mooier; een belommerde weg met tussen de bomen uitpiepende nederzettingen op palen in het water. Intussen was Lani helemaal terug op plooi en taterde ze lustig met de chauffeur die in hetzelfde singsong-Engels antwoordde.

Ik had dit keer gereserveerd in een namaak-paaldorpje aan een mooie baai. Het hotel zelf was twee kilometer verder, maar had hier een aantal lokale bungalows met strooien dak en bamboe muren gebouwd boven het water. Het viel best mee. We lanterfantten wat, gingen wandelen langs de zee. Later gingen we eten in het restaurant van het hotel waar – ojee – ook een Karaoke-bar was, maar dit keer had Lani daar geen  belangstelling voor.

Het weekend was een succes, maar kort: om vier uur ’s middags moesten we alweer de boot op. Namen we afscheid? Of bleef ze slapen? Ik weet het niet meer, maar daarna werd het weer stil. Eén keer ontmoette ik haar jongste dochter, in de foodcourt aan Whampoa Drive: ze had hotelwetenschap gestudeerd en zocht – niet echt overtuigend, vond ik – een job in Singapore. Ze was lief maar van een heel ander kaliber dan haar moeder. Nogal meegaand, weinig punch. En na een maand verdween ze weer. Ik kreeg de indruk dat Lani’s kinderen allemaal zo waren: ze lummelden wat aan, er waren hints dat de zoon, voor wie ze een busje gekocht had om als taxi dienst te doen, het in de prak gereden had. En weer was ze weg om de problemen op te lossen.

Toen kwam haar verjaardag, ergens vroeg in maart. Ze nodigde me uit voor een onderonsje met vrienden bij haar thuis op Whampoa Drive, blok 18, level 12? Of Blok 12 level 18? Whampoa Drive is genoemd naar een rijke Chinees die ooit hier in het midden van de negentiende eeuw een export-imperium opbouwde. Tot mijn verbazing las ik jaren later een beschrijving van het bezoek dat Ivan Gontsjarov – de schrijver van Oblomov – ooit met de officieren van zijn schip hier aflegde. Van dat mooie domein is niets over: het is nu een reeks HGB-torens met een wet market.

Er was familie –een zus die in Pasir Ris werkte, of was het een nicht? Een neef die kookte in een Italiaans restaurant tegen Tanjong Pagar. Er was ook de Australische baas waarvan ik lang vermoedde dat hij een relatie met haar had. Als hij die had kon hij die in elk geval goed wegsteken. Hij was gezellig, luidruchtig en goedlachs. Ik kon geen valse noot bespeuren.

Ze vroeg me of ik de volgende avond met haar en een ander paar wilde verder vieren. Een Engelsman die met een vriendin was getrouwd. Ik had niets omhanden en ik was nog nooit in een Singapoorse disco geweest.

De Engelsman was me meteen onsympathiek: het soort dat doet alsof ze nog als meesters over de wereldzeeën varen – hij werkte in een maritiem advocatenbureau. Zijn vrouw was een Filipijns seutje dat bewonderend en hoogzwanger naar haar echtgenoot opkeek. Ik vroeg me af waar ze dit soort ‘vrienden’ opgescharreld had.

We dronken iets – ik betaalde, het was tenslotte haar verjaardag – en namen een taxi naar de disco, de St. James Powerstation. Die betaalde ik ook, want de Engelsman maakte geen aanstalten om iets boven te halen. Daarna moesten we de entrance fee in de disco betalen. De Heer der Zeeën vroeg of ze NETS accepteerden. Dat deden ze niet. Spijtig want hij had alleen zijn NETS kaart bij. De dames aan de ingang suggereerden dat hij geld kon afhalen in één van de ATM’s die aan de overkant stonden te wenken. Ach, had hij toevallig geen andere kaarten bij. Er volgde een verward verhaal over geld en kaarten waar niemand iets van begreep. Behalve dat hij geen geld bij had. Nada.

Wat was ook weer de reden dat hij andere footwear moest aantrekken? Hij was op flip-flops? Ze gaven hem een soort vliegtuigsokken. Dansen op vliegtuigsokken is wellicht niet je dat, want hij bleef met het adorerend vrouwtje meestal aan de kant. Bedachtzaam slurpend van de bieren die ik besteld had. En betaalde.

Het werd laat: twee – drie uur. Iedereen kreeg honger, en Lani kende een restaurant dat waarschijnlijk nog open was. Hier zou hij betalen, verzekerde hij. Het restaurant was inderdaad nog open. Alleen was zijn NETS kaart niet open for business. Ik betaalde weer knarsetandend de krabben en de oesters die onze jonge Meester van de Zeeën met veel gusto verorberde met de hulp van het Filipijns adorerend vrouwtje. En natuurlijk Lani.

We namen een taxi die het paartje ergens afzette en de Brit vertikte het om zelfs ‘bedankt’ over zijn lippen te krijgen. Ik was ziedend. Een paar weken later wandelde ik in China Town langs North Bridge Road, en daar zag ik ze afkomen. Ik verdween in een portiek, en daarna zag ik hen nooit weer. Lani verdween weer voor een aantal weken en ik ontmoette Sue. Die geen probleem had met katholieke remmen.

Maanden later – na weer een verloren cellphone – nam ik terug contact op, en we spraken af nog ’s naar Pulau Ubin te gaan. Het was ongemakkelijk. Ik vertelde haar van Sue, en ze wilde een fotootje zien. “Ach, je hebt gewoon een jongere versie van mij genomen”, riep ze uit. Ik hield mijn mond.

Die keer betaalde ik – uit schuldgevoel? – 200 SGD voor de verdere opleiding van haar jongste dochter. Daarna zag ik haar nooit terug. Ik belde niet, zij belde niet, en ik had geen zin om nog naar Now and Then te gaan. Was ze nog in Singapore? Later zocht ik haar terug op Facebook, maar ik wist haar familienaam niet meer, en ze was onvindbaar. Een gemiste kans?

Lees ook: Een ode aan de taxichauffeurs van Singapore


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Geert Barbier
Over Geert Barbier 20 Artikelen
Van oorsprong uit Oostende maar woonde 20 jaar in Mechelen. Verder ook jarenlang in Duitsland, in de VS en in Singapore. Zijn werk als internationale verzekeringsadviseur stelde hem in staat een groot gedeelte van de wereld te bereizen. Sinds 2019 woont hij in Thailand en houdt zich bezig met bezig met tuinieren, tekenen, schilderen, talen leren, schrijven en koken.

1 Comment

  1. Beste Geert, om je een hart onder de riem te steken
    als nieuwbakken auteur op TA, wil ik zeggen
    dat ik met plezier je bijdragen lees en je stijl waardeer.
    Ik kijk uit naar meer leuke bijdragen.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*