Singapore, een eiland? Pulau Ubin.

Zo, je dacht dat Singapore een eiland was? Dat is het ook, maar er is meer dan één eiland en een paar ervan zijn mijn voorkeurbestemmingen voor een dagje weg van de drukte. Er zijn er aan de Noordkant in de Straat van Johor met aan de overkant Johor Bahru in Maleisië, en er zijn er in het Zuiden, vanwaar je Batam mooi kan zien liggen. 

Het bekendste eiland is Pulau Ubin – Pulau betekent eiland in het Maleis. Het is ook het drukstbezochte eiland, al hangt het ervan af wanneer je gaat en waar je precies heen gaat op het eiland. Zoals te verwachten is het er in de weekends het drukst, maar als je ’s morgens vroeg gaat, kan dat nog best meevallen. Wanneer je door de week gaat of op een miezerige dag, heb je het eiland bijna voor jou alleen. Maar vergeet niet een insectenproduct op te doen, vooral op je benen!

Als je van plan bent te gaan fietsen op een mooie dag – dit is wat de meesten er doen – kan je gewoon in je zomerkleren (zonnebrand niet vergeten). Wanneer je wat avontuurlijker bent aangelegd, en je wil een stevige wandeling maken, is het aan te raden goede schoenen aan te trekken en insecten product mee te nemen. Water kan je kopen in een van de winkeltjes op Pulau Ubin of in Changi Village, je vertrekpunt. En vergeet niet: vertrouw het weer in Singapore niet! Het kan elk moment betrekken en gaan regenen – meestal een korte plensbui maar dat kan tegenvallen. Singaporeanen hebben altijd een opvouwbare paraplu bij.

Hoe kom je er? Ik nam zelf gewoonlijk een taxi – taxi’s zijn relatief goedkoop in Singapore en je krijgt er nog een gratis gesprekje bij – en ik nam de bus terug naar de stad vanaf de busterminal (bus 2). Waarheen? Je moet naar Changi Village, helemaal in het Noordoosten van het Singapore eiland. In Changi Village – het is maar een schort groot – moet je naar de Ferry Terminal.

Maar niet te snel! Changi Village zal er op het eerste gezicht niet uitzien als het Maleis dorp dat je in gedachten had, maar het heeft zoals veel plekjes in Singapore zijn charmes: je kan er lekker eten in één van de restaurants langs de weg naar de terminal of even naar de markt. Je komt gegarandeerd meteen in vakantiestemming bij het zien van de winkeltjes met kampeer- en visgerief. Hier kan je ook water en een insectenproduct kopen mocht je nog geen hebben. En kijk ook omhoog als je rondloopt: in de hoge bomen zitten regelmatig hornbills – die mooie vogels met hun dubbele bek – en er nestelen honderden groene parkieten.

Als je op een mooie zon- of feestdag naar Pulau Ubin gaat, dan kan er wel een rij wachtenden zijn: het transport naar het eiland gebeurt met kleine lokale bootjes die elk tien tot veertien passagiers mogen meenemen, maar de rij wordt snel korter: er varen veel van die bumbleboats. Je kan van hieruit ook in zuidelijke richting naar het strand, of naar het noorden, een wandeling maken langs de kust tot aan de jachthaven. Misschien een andere keer?

Even iets anders: in de oorlog werden honderden Singaporezen doodgeschoten door de Japanse bezetter in de branding van Changi, een stukje verder naar het zuiden. Geen mens die daar ’s nachts komt, want het spookt er.

Je moet de trap af en gewoon de rij volgen. Tenzij je een bumble boat wil nemen naar Pengerang, in Maleisië, maar dat doen we een andere keer.

Zicht op het strand park en een bumbleboat

De boottocht duurt een kwartiertje en je wordt afgezet aan een pier die je afloopt. Dan heb je twee mogelijkheden: als je wil gaan fietsen of gewoon in het dorpje eten of wat rondslenteren, ga je links. Je kan de fietsverhuurders echt niet missen! Rechts is er een infokiosk, gewoonlijk onbemand maar er hangen wel mooie foto’s van de flora en fauna.

Misschien een woordje over het eiland zelf: dit was heel lang de steengroeve van Singapore: veel van de koloniale gebouwen werden opgetrokken met stenen uit Pulau Ubin. Die groeven zijn intussen volgelopen en er hebben zich meertjes gevormd.

Pulau Ubin gezien vanuit Changi village

Helemaal aan het einde links is een mountain bike parcours. Ik heb geen mountain bike en was er dus nooit. Helemaal een de rechterkant is een mooi beschermd natuurgebied, hier kan je alleen te voet in. Als je geluk hebt zie je er wilde zwijnen, en je zal zeker wilde kippen en hanen horen. Er wonen hier en daar nog wat mensen op Pulau Ubin. Het is een stap terug in de tijd want er is geen elektriciteit. Verwacht geen echte stranden! Die zijn aan de Noordkant afgeschermd met prikkeldraad om illegale bebouwing  tegen te gaan.

Maleisisch huis op Pulau Ubin

Ik zelf ging de eerste keren fietsen, maar intussen ken ik het eiland als mijn broekzak, en ik ga te voet. Ook omdat er kleine, niet geasfalteerde paadjes zijn die soms voor verrassingen zorgen: planten, bloemen, vogels en veel vlinders.

Op het weggetje aan de rechterkant ligt niet ver van het dorp een tuin met lokale planten: je leert er van alles over gembers, pandan, (dé plant van Singapore voor mij), en ook over de speciale soorten palmen en andere bomen van de mangrove, zoals de typisch vissenstaart palm. Want Singapore is een mangrove gebied met diep ingesneden riviertjes, al is dat niet overal nog zichtbaar. Een volgende keer neem ik je mee naar plekjes waar dit nog zichtbaar is. Al die planten werden in het verleden gebruikt: sommige voor hout, andere om te weven, weer andere om instrumenten van te maken. Als je rechtsom blijft volgen, en niet verdwaald – geen nood, echt verdwalen zal je niet, maar de voetpaden zijn niet altijd even goed herkenbaar, dan zal je deze vergezichtjes zien.

Dit meertje vind ik een van de mooiste. Het verandert ook voortdurend gedurende het jaar: soms is het helemaal overdekt met lotus, soms met andere bloemen. Het zit hier ook vol mooie vogels, maar ssst, anders zie je ze niet. En helaas zijn de meeste Chinezen niet echt stille wandelaars.

Kijk, dit is hetzelfde meertje in een ander seizoen.

Hier lopen we langs een mangrovebos bij hoogtij. Alle bomen staan in het water, en de krabbetjes kruipen de bomen in. Je komt ook langs nederzettingen van slijkkreeften: aarden torentjes met een gat bovenaan. De kreeftjes zijn heel schuw, je krijgt ze zelden te zien, tenzij je ’s morgens heel vroeg gaat. En heel soms zie je een ‘watermonitor’, een varaan die thuis is in Singapore en in heel Zuid-Oost-Azië. Ze kunnen tot twee meter lang worden, maar het zijn geen krokodillen, al zitten er wel in de Straat van Johor. Meestal slaan de Monitors meteen op de vlucht, maar wanneer ze van het zonnetje liggen te genieten, loop je er voorzichtig een bochtje omheen. Hun beet is niet giftig maar ze eten wel allerlei rommel.

Helemaal aan het einde aan de rechterkant ligt het natuurgebied, en aan het eind daarvan is een loopbrug gemaakt. Deze volgt de kust en laat je het spel van de getijden met de koraalriffen zien. Ooit stond hier een dorp, en hier en daar zie je er nog overblijfselen van: een stuk trap, een scheefgezakte grafzerk. Er zijn geen bewoners meer, maar er is wel een natuurcentrum met informatie en vroeg in de ochtend zitten hier wilde zwijnen.

Als je tocht voorbij is, kan je eten in een van de restaurants in het dorp van Pulau Ubin. De toiletten kunnen er wel enigszins anders uitzien dan je gewend bent. Er staat ook een oude Chinese tempel waar je even kan mijmeren over de vergankelijkheid van de menselijke aanwezigheid op dit mooie eiland. Gelukkig wordt hier goed voor de natuur gezorgd, zonder te veel ingrepen.

 

Over Geert Barbier 23 Artikelen
Van oorsprong uit Oostende maar woonde 20 jaar in Mechelen. Verder ook jarenlang in Duitsland, in de VS en in Singapore. Zijn werk als internationale verzekeringsadviseur stelde hem in staat een groot gedeelte van de wereld te bereizen. Sinds 2019 woont hij in Thailand en houdt zich bezig met bezig met tuinieren, tekenen, schilderen, talen leren, schrijven en koken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*