Singapore, een eiland? De zuidelijke eilanden.

De zuidelijke eilanden zijn één van mijn lievelingsplekjes in Singapore. Er liggen heel wat eilandjes tussen Singapore en Indonesië: enkele zoals Jurong zijn erg industrieel. Sentosa is wellicht het bekendste eiland, maar het is erg op toerisme ingesteld, al lig er ook hier een oud Portugees fort. Andere zuidelijke eilanden zoals the Two Sisters kan je enkel met een gehuurde boot bereiken.

Die waar ik gewoonlijk heen trok heten Saint John’s, Lazarus Island en Kusu Island. Je bereikt St John’s en Kusu Island met een ferry die vertrekt van Marina South Pier, waar een loket staat. Je kan de uren hier raadplegen: https://www.islandcruise.com.sg/ferry-schedule/.

Als je wat tijd hebt, ga dan even naar de eerste verdieping (of de tweede, voor Singaporeanen): er is een mooi gratis museum over de haven van Singapore. Ik nam altijd de vroegste ferry op zondag: daarop zaten veel Maleise gelegenheidsvissers en relatief weinig toeristen.

Op alle zuidelijke eilanden kun je zwemmen. Saint John’s ligt het dichtst bij het hoofdeiland en velen stappen er af. Om naar Lazarus Island te gaan moet je er hier  ook hier af en dan te voet verder. De ferry heen blijft hier een half uurtje liggen – tijd voor een praatje onder bootslui – en vaart dan verder naar Kusu Island.

Toch wel enkele tips: als je op Kusu wil gaan zwemmen, kijk je best eerst de getijden na: https://www.tideschart.com/Singapore/Central-Singapore/Singapore

Saint John’s

Dat heb ik tot mijn eigen schade en schande aan den lijve ondervonden. De derde keer dat ik er kwam stond het water gewoon veel te laag om te kunnen zwemmen, en zwemmen op Kusu is meer dan de halve pret: het is de beste plek in Singapore om het te doen. Verder zijn er op geen van de eilanden eettentjes of winkeltjes, dus je moet zelf meenemen wat je wil eten en/of drinken.

Op Kusu zijn er wel toiletten en douches, maar – tenzij dit recent veranderd is – op Lazarus Island niet. Dit is nog een wild stukje Singapore.

De reis naar St. John’s neemt een klein half uur, en op de meeste boten kan je buiten zitten. Pas op: je kan hier heel snel verbranden.

Even wat geschiedenis: St. John’s heeft een rare voorgeschiedenis. Eerst werd het gebruikt als quarantaine eiland voor moslims die van de Hajj terugkwamen, later als gevangenenkamp voor politieke dissidenten. Je kan nog goed zien dat dit ooit een kamp was, al worden die resten beetje bij beetje opgeruimd. Ik weet niet of nu al het hele eiland toegankelijk is: dingen veranderen nogal snel in Singapore. Er staan ook wat oude gebouwen uit de koloniale tijd zoals dit: het vroeger huis van de kampoverste. Het ligt op je weg wanneer je van de ferry stapt en rechts het wegje volgt dat je over de brug naar Saint John’s voert.

Eens dit huis voorbij draait de weg naar links en kom je aan een dam die naar Lazarus Island leidt. Let ook op de vele katten die hier nestelen: sommige Singaporeanen komen die voederen.

Tussen St. John’s en Lazarus eiland

Het zicht vanop de dam is adembenemend mooi met op de achtergrond Batam in Indonesië en een fishfarm, maar het kan er behoorlijk warm worden! Ook Lazarus Island (Pulau Sekijang Pelepah of: eiland van het blaffend hert en een palmboom) was ooit een gevangenis, maar het is nu onbewoond.

Even voorbij de dam is er een klein wegje rechts. Als je even een idee wil krijgen van hoe Singapore er ooit moet uitgezien hebben neem je dit wegje: je komt in een betoverend mooi landschap overwoekerd door hoge bomen waar honderden vogels in nestelen. Neem je tijd, dan zie beslist vlinders, hagedissen en misschien een varaan. Af en toe ook Maleisische vissers… Ik ging er regelmatig zwemmen op een klein onbekend strandje, maar helaas lag het de laatste keer vol plastic rommel.

In dit mooie gebied nestelen ook verschillende zeearenden, waarvan je er regelmatig enkele boven Singapore ziet cirkelen. De trekpleister – al is dat relatief: gewoonlijk zit er niet veel volk, soms zat ik er zelfs alleen – is de baai en het strand. Hier geen probleem met getijden: het is een van de zuidelijke eilanden waar je altijd kunt zwemmen.

Van Lazarus Island kan je niet naar Kusu Island, tenzij je erheen wil zwemmen. De afstand is niet groot maar er staan gevaarlijke stromingen. Wat is er speciaal aan Kusu Island? Het is het kleinste van de drie, en ‘Kusu’ betekent ‘schildpad’ in de Hokkien taal (de meest gesproken Chinese taal in Singapore, na het officiële Mandarijns).

Er is ook een legende aan verbonden: ooit zouden hier in een storm twee oorlogsbodems bijna vergaan zijn, maar een reuze schildpad redde hen door een eiland te vormen. Er is op het eiland dan ook een kleine put waar schildpadden gehouden worden.

Het eerste wat je ziet wanneer je op Kusu van boord gaat is een mooie oude Chinese tempel, omringd door water. Op de foto is het laagtij, maar bij hoog tij zitten er vissen. Voor je aan de tempel komt zie je een wensput. Probeer met je muntje de metalen belletjes te raken, dan wordt je wens vervuld.

De tempel is gewijd aan een Tao godin en een god (Tua Pek Kong – Grote Oom): de ene zorgt voor voorspoed, en de andere voor zonen. Soms kan je hier ook eten of iets te drinken kopen, maar dat is bijlange niet altijd het geval, dus reken er niet op. En voor ik het vergeet: twee weekends lang in november kan je hier over  de koppen lopen: dan is het Chinese bedevaart. Ook niet vergeten: een paraplu! Want het weer kan ineens omslaan, en op Kusu is er weinig schuilgelegenheid. Je zult er ook een pleintje zien waar een bordje hangt dat ‘Food Court’ spelt, maar die opereert alleen op die twee weekends: ik heb hier nog nooit een eetstalletje gezien. 

Er is ook een Maleis tempeltje, boven op de heuvel midden op het eiland – een steile maar korte klim. Ooit leefden hier drie Maleisische ‘heiligen’ en ter ere van hen staan er boven drie keramats, grafmonumenten. Als je naar boven klimt ontmoet je gegarandeerd degene die voor het tempeltje zorgt en voor 20 SGD leest hij jouw (uiteraard mooie) toekomst in bloemblaadjes. 

Kijk, hier aan de casuarina ging ik zwemmen. Kusu ligt op de grote schepenroute, en daarom is een half ovalen dam gebouwd. Die zorgt ervoor dat het water nooit te woelig wordt. Een zalig plekje op deze zuidelijke eilanden en ’s morgens vroeg zit je hier alleen, want de vissers zitten aan de andere kant van het eiland. Op de achtergrond weer Indonesië. Ik heb hier ook veel getekend en aquarellen gemaakt: geen mens komt je storen.

De ferry gaat van hier rechtstreeks terug naar Singapore. Maak dat je hem niet mist want anders kan het zijn, dat je een hele tijd moet wachten…

Over Geert Barbier 23 Artikelen
Van oorsprong uit Oostende maar woonde 20 jaar in Mechelen. Verder ook jarenlang in Duitsland, in de VS en in Singapore. Zijn werk als internationale verzekeringsadviseur stelde hem in staat een groot gedeelte van de wereld te bereizen. Sinds 2019 woont hij in Thailand en houdt zich bezig met bezig met tuinieren, tekenen, schilderen, talen leren, schrijven en koken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*