Siam! Siam! Tour d’histoire met Erik Kuijpers 19

De stammen van noordelijk Siam

 

Deze berichten komen uit reisverslagen van ontdekkingsreizigers en missionarissen uit het einde van de 19e eeuw.

De afgelegen districten

‘ Tot enkele jaren geleden was niets bekendover de inwoners van de afgelegen districten van Siam.

Door het afmattende klimaat en de vele gevaren van het reizen door oerwoud en wildernis hebben onderzoekers tot dusver maar weinig bijgedragen aan onze kennis van de schuwe en wilde stammen in het noorden en het westen.

Ondanks onze onwetendheid echter moet worden toegegeven dat de rassen gevonden op het Indo-Chinese schiereiland ons voor problemen stellen van groot volkenkundig belang waarvan de vragen nu onoplosbaar zijn.

Voor de meeste buitenlanders bestaat Siam uit Bangkok en de omgeving. Maar om een juiste voorstelling te krijgen van dit koninkrijk als een van de meest opmerkelijke staten van Azië moeten we de diversiteit en de omvang van het land kennen waarvan we een enkele blik hebben hebben gekregen door de verslagen van hen die de wildernis hebben bezocht.

Volken langs de Mei-Klong

‘ De verslagen van McCarthy, die zes jaar leiding had van het onderzoek door de regering wat hem tot autoriteit maakt, wonen de mensen in de nederzettingen langs de rivier en leven vooral van de verbouw van rijst.

Er zijn maar weinig dorpen verder weg van de rivier gelegen en in deze bergachtige delen van het koninkrijk zijn steden en dorpen gebouwd in vlakke valleien, omringd door de bergen die van top tot voet bebost zijn en waarvan het kreupelhout zo dicht is dat je zelden of nooit een plek ziet die het monotone leven vergroot tot meer dan een paar meter zicht.

Het bijzondere aan deze bevolking van diverse nationaliteiten is dat ze niet samensmelten met andere volken en zo komt het dat je in Bangkok zelf ook dorpen ziet waar alleen Birmezen wonen of Annamieten en waar ze hun eigen talen en gewoontes koesteren.

De regio ten westen van de Meinam is vooral bergachtig en een dichte jungle en daarom heel dun bevolkt.

Niet ver van de brede vallei ligt de hoge helling die de waterscheiding vormt tussen de golf van Siam en de baai van Bengalen. Dit deel van de hoogvlakte lijkt te worden gevoed van het westen uit maar niet door de ‘moeder der wateren’ zelf maar door de Mei-Klong die bijna parallel daaraan loopt van Karengebied naar de golf. ‘

‘ Deze rivier naar Kanburi’, aldus dr Collins, Amerikaans missionaris die als eerste het gebied doorkruiste tussen Bangkok en Moulmein, ‘is een buitengewoon kronkelige, brede, heldere en ondiepe stroom, traag stromend en met duidelijke oevers waar enkele dorpen liggen en veel verspreide gehuchten.’

‘ Het beste land daar schijnt in handen te zijn van Chinezen die tabak telen, suikerriet, katoen en rijst. Veel van deze Chinezen zijn gehuwd met inheemse vrouwen en vormen de beste delen van deze populatie. Behoorlijk veel van hen zijn Rooms Katholiek terwijl ze allemaal zuinig zijn, vlijtig, orderlijk en geslaagd. ‘

De Karen

 

Erik Kuijpers, Siam 19

 

(Verslag van missionaris Rev Collins)

‘ Wij hebben de rivierboot achtergelaten in Kanburi en gaan per olifant door de gebieden bevolkt door de Karen, een simpel levend en gehard ras van bergbewoners dat de bosgoden vereert. Dit volk bezet in kleine gemeenschappen het grensgebied tussen Siam en Beneden-Burmah .

Wij zien maar weinig tekenen van dierenleven in de bossen; in het algemeen heerst er een diepe stilte slechts onderbroken door het wilde gezang van de Karen en het kraken van bamboetakken waar de olifanten lopen. Vroeg in de morgen zien we aan de oevers veel apen zich koesteren in de warme zon maar later trekken ze zich terug in de diepte van het woud.

Deze bossen kunnen gewoon geen wilde dieren huisvesten als tijgers en andere gevaarlijke dieren want wij passeren regelmatig Karenfamilies die te voet van dorp naar dorp gaan.

De Karen hebben gehuchtjes overal in de jungle. Hun kleine dorpen bestaan uit wat primitieve bamboehutten en nabij kweken ze rijst en katoen terwijl ze veel vis halen uit de bergbeekjes.’

Erik Kuijpers, Siam 19

‘ Soms hebben ze gevogelte en kweken ze zoete aardappelen, rode peper en bloemen. Ze blijven zelden twee seizoenen op de zelfde plek maar gaan naar ander en onontgonnen land. ‘

‘ Wij passeren veel verlaten Karen dorpjes en velden waar nu rijen onkruid en bamboe de rijst en katoen verdringen.Erik Kuijpers, Siam 19

De Karen die wij ontmoeten zijn heidenen. Ze schijnen geen rijkdom te hebben en ontginnen net voldoende land om zich te kleden en te voeden. De vrouwen zijn beleefder dan de Siamese en Birmese en het is plezierig te zien hoe ze vrolijk en bekwaam rijst planten, hun kleding weven of gewoon het huishouden doen en die taak verlichten met lokale klaagliederen.

Tengevolge van de traditie dat ze op een dag van een religie vanuit het westen zullen horen komt het ons voor dat deze mensen vreemd genoeg wel vatbaar zullen zijn voor de invloed en het onderricht van christelijke missionarissen. ‘

De Lao of Laosians

‘ De Lao en Shan stammen komen vermoedelijk uit Centraal China onder de oude naam Tai en vormen een gedegenereerd restant daarvan. De naam Lao of Laosian wordt gegeven aan de stammen die in noord en oost Siam wonen al komen enkele stammen zo zuidelijk als de grens met Cambodja.

Van alle Laosians zijn zij die in het noordelijkste deel wonen het meest achtergebleven en wat men meermalen beweert, ze zijn absoluut niet de slimsten.

Ze zijn tot op zekere hoogte gemeen. Vrijgevigheid en ruimhartigheid kennen ze niet, ze zijn verstoken van gewoon menselijke sympathie geobsedeerd als ze zijn om uit de klauwen van de geesten te blijven.

Hun hoogste ambitie is geld hamsteren, boten, gouden en zilveren sieraden en andere dingen van waarde. En over de manier waarop ze dat vergaren zijn ze niet echt gewetensvol.

Laosians zijn hoogst onbetrouwbaar en bijzonder schrander om uitvluchten te vinden; ze vinden het erger op roken betrapt te worden dan op een leugen.

Toelichting

 

James McCarthy, ontdekkingsreizieger, bekend van zijn verslagen van de Ho/Haw oorlogen.

Moulmein; Mawlamyine, Myanmar, op de hoogte van Mae Sot en Tak..
Kanburi; vermoedelijk Kanchanaburi.

Dr Collins; Rev David G. Collins, werk gepubliceerd in 1888.
De Karen; volk in Thailand, Laos en Myanmar. Tot deze groep behoren ook de ‘langnekvrouwen’.

Bron: Voornamelijk Siam, Land of the White Elephant: as it was and is. George Blagden Bacon (1836-1879)
Foto Karen langnek: “Kayan woman with neck rings” by Steve Evans, Flickr via Wikimedia
Foto Karen dames: By Takeaway – Own work, CC BY-SA 4.0, $3
Foto Karen huis: By Adbar – Own work, CC BY-SA 3.0, $3

Over Erik Kuijpers 862 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland