Siam! Siam! Tour d’histoire met Erik Kuijpers 61

De strafexpeditie die er geen wordt…

Deel 1 van 2

‘Kort nadat ik in Siamese dienst ben komt er verschil van inzicht tussen de Siamese regering en de prins van Cochin China. Enkele Siamese soldaten zouden handelslui slecht behandeld hebben. Ze krijgen het niet uitgepraat; de Cochin-Chinezen zijn de beledigde partij en vragen terecht een ruime schadeloosstelling voor de slachtoffers. ‘

Erik Kuijpers, Siam 61, Strafexpeditie
Oud Cochin

‘ Maar de Siamese regering, even trots als onnozel, bedenkt dat ze militair veel sterker zijn, behandelen de kwestie met verachting en beledigend, en in tegenstelling tot wat zelfs barbaren niet doen gooien ze de ambassadeur en zijn gevolg in de bak en laten ze er een vrij om naar de grens te gaan en het verhaal te vertellen.

Hij kreeg een brief mee van de koning die daarin foetert en de oorlog verklaart plus nog wat dreigementen ondermeer dat als de potentaat van Cochin China zo doorgaat met zijn vervelende berichten aan het rijk van de witte olifant hij spoedig de cel mag delen met zijn ambassadeur. ‘

De kettingreactie….

‘ Als die brief aan komt worden net Siamese jonken ingeladen in Cochin China en die worden ingepikt en de bemanning tewerkgesteld, in kettingen, aan bosbouw, wegenbouw, het hakken van stenen en meer dingen die je niet voor je plezier doet.

Dit is weer niet naar de zin van Siam en de koning roept zijn raadgevers bij zich. En dat doet hij alleen bij nacht.

Meneer H is immer daarbij; zijn oordeel wordt net zo hoog geschat als dat van alle andere raadgevers bij elkaar en tenslotte komt er een besluit: Siam gaat de zeehavens kapot schieten en een leger van 8.000 man gaat over land om, en dat blijkt later goed te werken, die lui van Cochin China een lesje te leren. ‘

Erik Kuijpers, Siam 61, Strafexpeditie
Cochin

‘ Aan het hoofd van het landleger worden twee generaals aangesteld met een goede staat van dienst. Wat dat inhoudt is niet bekend behalve dat men eens op de vlucht is geslagen voor een maar half zo grote horde bandieten. Maar ze zijn toch onderscheiden voor hun daden.

Het schip belast met de wraakoefening is de 1.000 ton metende ‘Caledonia’, een zeilschip. ‘

Oorlogsschip Caledonia

(Van de Caledonia is geen tekening; hieronder staat de USS Franklin, in 1819)

Erik Kuijpers, Siam 61, Strafexpeditie
Oorlogsschepen

‘ Kapitein Middleton moet de Caledonia direct zeeklaar maken en ik krijg opdracht mee te gaan en de leiding te nemen over 250 mariniers; mariniers die alleen half-barbaarse landen bij elkaar kunnen krijgen, en die net zo goed getraind zijn in oorlog voeren als barbaren in wiskunde.

Maar ze hebben mooie uniformen, fijne musketten en sabels, en ze zijn getraind om stil te staan en te marcheren en maken aan boord indruk behalve als het schip stampt en rolt. Dan tref je de mariniers aan liggend bij de spuigaten, en de musketten achter de kombuis.

Het is gewoon mazzel dat de kok niet is afgeknald door rondslingerende musketten want die kunnen spontaan afgaan als ze vallen; er zitten altijd kogels in.

Middleton heeft een raar groepje zeelui aan boord.

Onder de moedige zeelui zitten Manilla-mannen, Maleiers, Gentoos, Malabaren, wat Arabieren en wat Siamezen. De Manilla-mannen en de Maleiers zijn uitstekende zeelui en ook de Siamezen; maar die anderen kunnen geen twee touwen van elkaar onderscheiden en zijn permanent zeeziek. ‘

Wapens en vracht. Vracht ?

‘ Wij hebben geen grote kanonnen aan boord; alleen de kleine en de persoonlijke wapens. De koning heeft namelijk besloten om wat geld te verdienen met deze tocht zodat alle grote kanonnen van het schip af moeten opdat het schip beladen kan worden met suiker.

Een Arabische handelaar heeft gehoord dat in Bombay de suiker ineens veel opbrengt en hij heeft de regering een hoge vrachtprijs geboden om de suiker naar Singapore te brengen waar het wordt overgeladen naar Bombay. De Arabier neemt het risico van schade voor lief.

Het aanbod is te goed om af te slaan en wij krijgen de oneervolle opdracht eerst een lading suiker naar Singapore te brengen en daarna pas oorlog te voeren.

Als alles in orde is, het schip geladen en aangemeld voor de tocht proberen we het zwaar geladen schip van de wal te krijgen. Als dat eindelijk is gelukt wordt een saluut afgeschoten en vertrekken wij met een stapel opdrachten die wij in Singapore moeten uitvoeren.

De rijke Arabier zegt een laatste gebed voor ons en voor zijn lading en dan varen we de rivier af met wind en tij in ons voordeel en gaan zo snel dat we de volgende ochtend al de zandbank achter ons laten. Met alle zeilen bij varen we tien mijl per uur richting Singapore.

We hebben deze wind twee volle dagen maar dan begint ie te draaien en zien wij een verandering in het weer die aanzienlijk is, zware wolkenpartijen aan de horizon en dat kan een storm worden of een tyfoon. De zware zee komt met hoge golven aanrollen en we zien aan het oosten de bergen van Cambodja. Het schip rolt en stampt.

Nu de avond valt en de wind helemaal weg is wordt het zware schip onbestuurbaar. De kapitein, die zijn beide luitenants kwijt is, een heeft een andere order gekregen, de ander ligt thuis ziek in bed, is helemaal afhankelijk van de stuurlui uit Manilla en de pientere hersens van de Maleise bootsman en lagere officieren om zijn orders uitgevoerd te krijgen.

De deining wordt zo zwaar dat het schip kans loopt de masten kwijt te raken. In deze situatie krijg ik de opdracht taken van een officier uit te voeren en geen gemakkelijke maar wel een die ik blij aanvaard uit respect voor de kapitein en om ervaring op te doen.

Ik ga eerst de wapens drie keer zekeren. Daarna het controleren van de tuigage aan de masten en het omlaag laten halen van alle grootzeilen. De zeilen worden opgeborgen. Daarna worden de wachten verkleind van vier naar twee maar de ploegen vergroot zowel aan bak- als aan stuurboord.

Dan valt de nacht. Nog geen zucht wind maar de deining neemt nog steeds toe in kracht en de golven slaan over de reling heen. Veel leden van de bemanning zijn landrot en beginnen zeeziek te worden en als de wacht 12 uur slaat op de grote scheepsbel ligt de laatste marinier ziek aan de gangboord.

Ja! Het detachement mariniers van zijne majesteit’s koninklijke Siamese mariniers onder de leiding van uw nederige schrijver is om tien minuten na middernacht ‘hors de combat’ ‘

(Wordt vervolgd)

 

Toelichtingen

Bron: Narrative of a Residence at the capital of the Kingdom of Siam (1852), by Frederick (Fred) Arthur Neale (1821-1863)

Cochin China; het zuiden van het huidige Vietnam. De geschiedenis van Cochin-China : https://en.wikipedia.org/wiki/Cochinchina

Caledonia; geen afbeelding gevonden. Als voorbeeld de USS Franklin op de rede van Vietnam, 1819.

Gentoos; Madras, tegenwoordig Chennai, India
Malabaren; India, peperkust

Afbeeldingen:

Cochin-China, oude kaart uit 1651 met ook Tonkin; Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1155725

Cochin-China, kaart, By Bearsmalaysia – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=25382329

USS Franklin, warship begin 19e eeuw; http://www.historicvietnam.com/john-white-in-1819-part-2/

Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 583 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland