Siam! Siam! Tour d’histoire met Erik Kuijpers (42)


‘Audiëntie bij de majesteit; zich prosterneren met een besmuikte lach’

Erik Kuijpers, Siam 42, prosterneren
Zich prosterneren

‘ De koning staat ons een audiëntie toe, kort na mijn aankomst in Bangkok. Meneer Hunter stelt mij en een aantal Europese scheepskapiteins voor aan hem.

Wij verlaten meneer Hunters huis rond 14 uur in een schitterende vergulde staatssloep ons ter beschikking gesteld door Prenawa Consett, de Lord High Admiral van Siam.

Maar komen wij bij de trappen van het paleis aan dan zijn die zo gevaarlijk glibberig en kwetsend smerig dat we ons gedwongen voelen de roeiers over te halen ons tegen een beloning op de schouders te nemen tot we vaste grond onder de voeten hebben. Onze witte katoenen broeken zijn niet echt geschikt om mee door de modder te springen.

Eenmaal aan land bekijken wij de binnenhof van het paleis. Er staat een vreemde verzameling Italiaanse standbeelden geplaatst op eenvoudige houten voeten met veel lompe en lelijke figuurtjes voorstellende Siamese afgoden en veelarmige goden. Tussen die beeldjes in zien wij veel afbeeldingen van door de Siamezen vereerde veelvoetige dieren.

Wij verdoen een half uur van onze tijd en worden dan uitgenodigd in de wachtkamer waar we ongebruikelijk luxe mogen zitten in Europese stoelen om wat te rusten. ‘

ErikKuijpers, Siam 42, prosterneren

‘ En dan acht de majesteit, verwant aan de vele heldere sterren aan het firmament, de tijd rijp te gelasten ons te begeven in zijn hoogst doorluchtige aanwezigheid. Daar komt de opdracht en wij worden begeleid naar de ontvangstruimte.

Zeg ik: begeleid? Ik moet schrijven dat wij ons naar de ontvangstkamer begeven ‘op alle vier’ als een groep kikkers aan de rand van een moeras en deze manier de koning te benaderen is een grote gunst alleen aan ons verleend want de Siamezen zelf kruipen voort op hun buik en blijven het hele interview zo liggen.

Na aankomst kan ik eerst niets anders onderscheiden dan een schitterend gordijn volledig bewerkt met gouden en zilveren stoffen die over de hele lengte van de kamer hangt. De zachte tonen van een opmerkelijk vriendelijk gestemd instrument bereiken onze oren alsof het een van Mozarts meesterstukken is.

Dan gaat het gordijn wat opzij en zien onze verwachtingsvolle ogen het gezette en halfnaakte lichaam van de machtige en tirannieke koning van Siam.

De stilte die nu minutenlang volgt wordt alleen onderbroken door de zachte klanken van het muziekinstrument en ontelbaar zijn de diepe buigingen door angstige ondergeschikte hovelingen en vleiers. ‘

Erik Kuijpers, Siam 42, prosterneren

‘ De koning zit op een troon met de benen gekruist natuurlijk, ongeveer twee voet van de grond af. De troon is gemaakt met verfijnde ambachtskunst in ivoor en ebbenhout met een kussen en met draperieën van fijn rood fluweel ingelegd met zilver.

De hele scene zou imposant zijn zonder het bespottelijk voorkomen van de majesteit zelf die behalve een kleed van gouden stof van zijn middel tot aan zijn knieën er uit ziet als een opgeblazen Brahmaanse priester. De man ziet er uit of ie op zijn laatste benen loopt en zijn laatste oortje heeft versnoept.

Tenslotte, na puffen en blazen als een dolfijn, krijgt hij met duidelijke inspanning een hijgerige en zielig krakende stem aan de gang en zegt de tolk ons mede te delen dat hij in onenigheid leeft met het Birmese rijk.

Al enkele jaren gaat het om een grensprobleem. Hij zegt dat de Birmezen een stel stomme ganzen zijn die het wagen zijn rechten te betwisten en dat bij voortduring van hun onwetendheid en dwaasheid hij verplicht is een groep moedige soldaten te sturen en enkele van zijn onbedwingbare oorlogsbodems met het kwade doel de Birmese gans te koken.

De corpulente majesteit raakt zo opgewonden van dit onderwerp dat hij er op staat dat de kaart van beide koninkrijken, getekend zoals hij trots zegt door de eerste minister, op de grond voor ons wordt gelegd zodat wij ten volle overtuigd raken van de complete waanzin van de Birmese aanspraken.

Een grote linnen rol is daarvoor gemaakt maar voordat hij toestaat die af te rollen benadrukt de majesteit het onweerlegbare feit dat het rode deel van de kaart het Siamese deel is en het groene deel het Birmese gebied. Dan wordt de kaart afgerold. ‘

Erik Kuijpers, Siam 42, prosterneren‘ Terwijl de kaart langzaam en voorzichtig wordt ontrold kijkt de koning ons aan alsof hij verwacht dat het briljante van het schilderwerk en het verfijnde vertoon van Siamees aardrijkskundig talent ons ter plaatse flauw doet vallen of wij in extase gaan uitbarsten.

Helaas, dit effect blijft uit want wij Europeanen en zeker de Engelsen hebben vaker kans gehad kaarten te bekijken.

Maar wij zijn van het lachen bijna aan de rand van het fatsoen geraakt en het is pijnlijk dat we verplicht zijn onze lol in te tomen. De neiging te lachen moet toch zichtbaar zijn voor de majesteit en kan verkeerd worden uitgelegd maar de majesteit raakt in vervoering en bewondering voor dit prachtige kunstwerk dat onze ogen verblindt door buitengewone kleurschakeringen.

De kaart is groot drie voet bij twee. In het midden zit een rode lap van 18 inch bij 10, en er boven een groen lapje van 10 inch bij 3.

Op het deel in rood is een eigenaardig figuurtje geplakt, gesneden uit zilverpapier, met in zijn ene hand een werpvork en in de andere een sinaasappel. Er staat een kroon op het hoofd, er zitten sporen aan de hielen en de x-benen die akelig dun zijn uitgevallen raken elkaar welwillend bij de knieën. Dit er als een kadaver uitziend figuurtje moet voorstellen het opgezwollen stuk mens dat voor ons zit en macht heeft van de ene naar de andere kant van zijn bezit. ‘
Erik Kuijpers, Siam 42, prosterneren

‘ Op het groene lapje staat een van inkt gemaakt Indiaas figuurtje; een druppeltje voor het hoofd, een grotere vlek voor het lijfje, en vier streken met de pen om armen en benen aan te duiden en dit alles stelt voor de stumper Tharawaddy, koning van Birma. Een groepje duiveltjes danst in verschillende houdingen door zijn rijk en deze raadselachtige figuurtjes moeten de niet-kenner vertellen in welke roerige staat het Birmese rijk wel is en welk een onbeduidende koning hij is in zijn eigen rijk.

Tussen de rode en de groene lap staat een brede zwarte lijn, een onbetwistbare grens, en net boven de kroon staat een krom lijntje aangevend welk deel betwist wordt. De rest van de rol is blauw, voorstellend de zee, en alleen in het rode stuk staan armoedig getekende schepen die af en aan varen, sommige zelfs met de mast naar beneden. De Birmezen hebben geen boten op de rol.

Nu wij, uiteraard, hebben ingestemd met de woorden van de majesteit en van onze verrassing hebben laten blijken lijkt de oude koning verrukt en geeft hij opdracht de kaart weg te dragen.

En ineens lijkt de belangstelling van de majesteit weg. Het gordijn valt en zijne dapperheid is uit onze blik verdwenen. De hovelingen maken drie diepe buigingen en wij gaan langzaam terug naar de andere ruimte. Zodra wij buiten zijn vraag ik waarom de majesteit ineens verdwijnt.

Hoot away, mun, do ye no ken that this is breakfast time? Zegt H… in zijn zware Schotse accent. En zo zit het!

De majesteit werd hongerig en vond het passend te verdwijnen en ons in het duister achter te laten. ‘

Erik Kuijpers, Siam 42, prosterneren

Bronnen

Tekst: Narrative of a Residence at the capital of the Kingdom of Siam (1852), by Frederick (Fred) Arthur Neale (1821-1863)

Afbeeldingen van internet:

P1; Public Domain, https://en.wikipedia.org/w/index.php?curid=4051231

P2; By John Hill – Own work, CC BY 2.5, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1622616

P3; CC-BY-SA 2.5

P4; By Antonio Melina/Agência Brasil – Agência Brasil by Antonio Melina/Agência Brasil. 01.Dec.2003 as 11605.jpg, from where it was downloaded, cropped, and resized by Hajor., CC BY 3.0 br, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=171458

P5; By Toyokuni (歌川豐國) – Online Collection of Brooklyn Museum; Photo: Brooklyn Museum, 16.535_IMLS_PS3.jpg, Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=10956928


Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 862 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland