Siam! Siam! Tour d’histoire met Erik Kuijpers (31)


In Judia (deel 2): naar de audiëntie

 

‘ Alles is gereed en we vertrekken voor de audiëntie in deze volgorde:

Eerst opera Tsijat, de moslim, en dan de drie andere mandarijnen, allemaal in zijn prauw.

Dan volgt de prauw die de brieven voor de majesteit en de berklam bevat, geschreven in Nederlands en Maleis en die liggen in een houder geborduurd met goud. Deze houder ligt in een gouden schaal bedekt door een geborduurd kleedje en dat zit in een doos van pinanghout die versierd is met parels naar de gewoontevan het land. Dit alles is geplaatst op een bank midden onder de huif en de tolk zit er voor op een tapijt.

Dan volgen wij in een prauw onder een huif versierd met rood direct achter de brieven. In deze volgorde varen we de rivier op, eerst een poosje langs de stadsmuren en dan draaien wij af naar het huis van de berklam waar hij de audiëntie geeft en dat met veel praal en vertoon.

We gaan aan wal aan de kant waar zijn huis staat en lopen het laatste stuk. Het complex is vies en vuil maar wel een stuk beter dan zijn eigen huis waar hij ons eergisteren al in privé ontving.

Als wij de hof binnen lopen zien we links een open schop, bijna vierkant, zonder muren, de vloer bedekt met planken en daarop zitten en lopen mensen. Rechts in de stal staat een strijdolifant, helemaal bepantserd.

Wij gaan de stenen trap op en doen de schoenen uit. ‘

Erik Kuijpers, Siam 31, Kaempfer, audiëntie

‘ Het huis heeft een enkele maar erg hoge kamer zoals een kerk.

Het is wit van binnen en hangt vol met spinnenwebben. Rechts en links staan zeven pilaren die het plafond dragen dat gemonteerd is onder een dak; het plafond is van hout en netjes rood geschilderd. In het midden van iedere pilaar hangt een grote plaat van Chinees koper. In de muren zitten blinden in plaats van ramen. Achter wit doek gemonteerd aan bamboepalen zitten bedienden.

Voor ons zitten de mandarijnen zoals Oja Tewejaata, een mohammedaan die over de olifanten van de koning gaat en hij zit rechts naast de berklam. Ook Oja Pipat, de plaatsvervanger van de berklam, en die zit aan zijn linkerkant; beiden hebben vergulde dozen voor zich.

Deze dozen hebben een kubusvorm, zijn van pinanghout en zijn tekenen van de gunsten van de koning die hij aan mandarijnen geeft als ze worden verheven in de adelstand en hun naam krijgen al doet hij dat pas na advies van astrologen.

Naast hen zitten Siamese, Chinese en mohammedaanse mandarijnen; ik tel links en rechts van hem resp 21 en 23 mandarijnen. Zeven van hen hebben gouden en twee hebben zilveren kubussen voor zich staan. De brieven met de houders, schalen en andere sieraden worden voor de berklam geplaatst, een stap of vijf van hem verwijderd.

De berklam zelf zit wat naar achteren, in een omsloten gedeelte van de hal, achter een geborduurd tapijt dat over een paal hangt zodat je alleen zijn bovenlijf ziet.

Nu we allemaal zitten vraagt de berklam aan mijnheer van Hoorn via de tolk hoe de generaal van onze VOC het maakt, hoe lang hij in deze streken is, welke troepen we nu hebben in Batavia en Bantam, welk van de twee landen nu beter is, en wie de kapitein en ik zijn. Deze en andere vragen worden afzonderlijk beantwoord.

Dan maakt men de houders met de brieven open en die gaan van hand tot hand tot ze worden voorgelezen, luidop. Als de tolk enkele woorden niet verstaat omdat die in het Maleis zijn vallen de heren Daniel en Moses in.

Na drie kwartier worden wij door de zoon van de berklam, die al die tijd achter zijn vader zit, begeleid richting prauwen en het gereed staande diner. ‘

Erik Kuijpers, Siam 31, Kaempfer, audiëntie

‘ Tegen het einde van de maand horen wij dat de koning een decreet heeft uitgevaardigd dat niemand zich meer vanuit de boot mag wassen met rivierwater. Maar het is onmogelijk voor dit land om zonder water te leven.

De reden van deze order is dat enkele mensen zijn gebeten door een giftige waterslang of waterdier en een paar uur later stierven. Men vertelt mij dat dit dier maar een vinger lang is en zo dik is als een bloedzuiger en eens per acht of tien jaar de rivier bevolkt.

Om de mensen te dwingen zich te houden aan de order is tevens bepaald dat als iemand dood gaat door dat dier, de familie verplicht wordt een boete van vijftien Thails te betalen.

 

Toelichting

Pinang; betelpalm, betelpalmhout.
Thail; vermoedelijk de Dtamlueng, vergelijkbaar met de ‘tael’ in de hele regio inclusief Japan.

Bronnen:

Tekst: A Description of the Kingdom of Siam, 1690
Dr Engelbert Kaempfer (1651-1716)

Afbeeldingen: Er zijn geen afbeeldingen van dit bezoek; van andere audiënties aan het Siamese hof zijn enkele afbeeldingen geplaatst.

Foto 1: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Alexandre_de_Chaumont,_audience_solennelle,_Siam,_18_octobre_1685..JPG

Foto 2: http://www.soravij.com/royalty/art/Amb04b.jpg


Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 862 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland