Siam langs de Meinam (3)

Siam langs de Meinam, van de Golf tot Ayuthia in 1897

Oriental hotel, Bangkok

 

Het Oriental hotel

Een hotel is noodzakelijk in een stad als Bangkok. Maar een herenhuis als dit kom je normaliter alleen tegen in advertenties. De lezer die nu onderweg is naar Siam mag zich gelukkig prijzen als de manager een kamer voor hem heeft want Siam is geen land met veel hotels.

Erik Kuijpers, Siam Meinam, Oriental Hotel
Oriental Hotel Bangkok

Sala’s voor pelgrims

Een paar jaar terug was een hotel onbekend in dit rijk. Mensen leken wel te denken dat ze geen bezoekers van buiten nodig hadden. Diegenen die de gok namen verbleven op bazaars, zoals handelaren uit Ban Lao, Ayutthaya of Koh Yai gewend waren te doen. Men verbleef ook wel in herbergen.

Hele families in dorpen en kleine steden vormen groepen met vrienden en buren, soms twintig, dertig, veertig devote pelgrims die een dagen durende reis maken om te bidden in de tempels van Bangkok zoals bij de liggende Boeddha.

Erik Kuijpers, Siam Meinam, Oriental Hotel
Liggende Boeddha

Er is een klassenstelsel in Siam. De adel en mensen behorend tot de hofhouding vormen de elite, dan komen advocaten en artsen, dan handelaars, kooplui en tenslotte de burgerij. Dat zijn ook de pelgrims: kleine handelaars uit het binnenland en die hebben geen vrienden in Bangkok om te blijven slapen. Trouwens, het gemiddelde huis hier heeft maar twee kamers en een veranda.

In de steden zijn sala’s gebouwd; rusthuizen. Ze staan er netjes bij en zijn veelal betaald voor het volgende leven.

Men heeft in het kader van ‘merit making’ gebouwtjes opgericht voor hun beloning straks in het Nirwana, daar waar alle verdienstelijke mensen heen gaan.

In de sala rust en slaapt men na de gebeden; het is een soort kampeerplaats.

Ze worden meestal gebouwd bij vijver of rivier zodat men zich ritueel kan wassen, en er is altijd een ficus in de buurt waarvan wordt gezegd dat die een scheut is van de Bodhi-boom uit Gaya (want de abt van de tempel is daar op bezoek geweest en heeft een stekkie meegenomen…).

Erik Kuijpers, Siam Meinam, Oriental Hotel
Bodhiboom

 

De monniken vertellen dit met een zekerheid waarbij je beter niet ongeloof kunt laten zien want men zal woedend reageren op dit gebrek aan beleefdheid.

Hoewel men weinig eisen stelt aan kleding zien de meeste pelgrims er apart uit; jasjes met kleurrijke banden doorweven en voorzien van paarlemoeren knopen.

 Vooruitgang in de verzorging van gasten

Met de vooruitgang in Siam kwamen er gebouwen voor gasten die dan wel hun eigen beddengoed moesten meebrengen. De mensen waren gastvrij doch de keuken was niet bepaald smakelijk voor Europese reizigers.

Bouillon, vis, vlees, zoetigheid, fruit en rijst was er maar als ‘verteerhulp’ voegde men ‘nam-phrik’ toe, een pittige vissaus bestaande uit bamboe, fruit en kruiderij. Ook Indiase chutney maakte deel uit van de kruiderij.

Grof hard brood en plakjes hardgekookt ei stonden op het menu maar de eieren waren gezouten en bedekt met kalk en as dat als loog in het ei drong. Een bewoner van het land kreeg wel veertig schotels voorgezet maar geen enkele westerling zou dat eten.

Het hotel

Maar dan komt in Siam toch dit hotel; een kolonist laat het bouwen.

Alle klassen van de Siamese gemeenschap gapen dit gebouw aan. “Tham chi, tham chi’ roept men naar de reizigers en men vraagt zich af of die de trappen wel op willen want in Siam is tot dan toe alles laagbouw.

De ondernemende gastheer maakt er een slogan van voor allen die op bezoek gaan naar ‘The Invincible, Beautiful, Royal Archangel’ en dat is de veelbetekenende naam van Bangkok.

Erik Kuijpers, Siam Meinam, Oriental Hotel
Oriental Hotel Bangkok

Onze aankomst

Vriendelijke armen en hulpvaardige handen van de bediendes van het Oriental hotel helpen ons ontschepen van de wiebelende barkas; anderen pakken onze bagage. Wij lopen lekker in de schaduw van de bomen op het terras. De manager, Engelsman, geeft een beeld van de indeling van het hotel.

Op de begane grond kom je eerst in een tuinzaal met zes bogen van stucwerk, zand op de vloer en voorzien van luie stoelen en ronde tafels waarop Engelstalige kranten uit Bangkok en uit de regio Singapore.

Dan kom je in de hoofdhal, zeventig voet breed en dertig voet diep die dienst doet als receptie, bibliotheek, kantoor, biljartkamer en buffet. Tegen dat buffet zeggen wij ‘bar’ en die bar wordt bediend door enkele Siamese bediendes en twee ‘moonshees’, Chinezen die goed kunnen rekenen met hun swan-pan, de abacus, het telraam. Dit buffet is de gehele dag open om frisse dranken aan te bieden.

Twee bogen aan beide zijden van de bar geven toegang tot de hof van het hotel, een groenblijvende tuin die in bloei staat. Daar beginnen de trappen naar de bovenverdieping met de kamers.

Onze kamer

Wij hebben kamer nummer 1. Het is een slaapkamer met een tweepersoonsbed, een salon en een ruime veranda.

Erik Kuijpers, Siam Meinam, Oriental Hotel
Kakkerlakken

Er liggen twee lakens op ons bed;wat een verschil met India en Burmah!

En er ligt een ‘vredesmuur’; het is een peluw van wit linnen en gevuld met paardenhaar en die ligt in de lengte van de matras van kussen tot voeteneind.

Maar naast al de gemakken hebben we een ruime overvloed aan muggen! Die zijn zo energiek dat als je je hand tegen je hoofd slaat er acht of tien het leven laten.

Dat zeggen we maar niet tegen de kamer-bediendes want die zijn Siamees en zullen het respect verliezen als we dieren doden.

Dat zagen we op het dek al: kakkerlakken zo groot als kolibri’s en die werden liefdevol in de lucht gegooid zodat ze weg konden vliegen….

We doen ons best ons een beetje voor nieuwsgierige blikken te verbergen maar wat we ook doen aan de jaloezieën, de kamerboys komen steeds binnen ook als we naakt zijn.

Als de dag begint met de gebruikelijke ‘chota hazri’, een kop thee, toast en bananen, komen ze binnen en kijken er niet van op als we nog niet gekleed zijn.

Andere gasten

Het hotel is een verzamelplaats van kooplieden maar vooral van hoog opgeleide mensen. De aanwezige geleerden tonen grote belangstelling voor mijn verzameling en onder hen in het bijzonder de heer Chow Phya Bhaskarawongse, minister van ‘public instructions’ die met grote kennis van zaken en buitengewone belangstelling doorvraagt over mijn verzameling gegraveerde objecten.

Dat is des te opmerkelijker omdat men in Siam hoofdzakelijk met goud en paarlemoer werkt.

Toelichtingen

Bron: Siam on the Meinam, from the Gulf to Ayuthia, Maxwell Sommerville, 1897.

Chutney; scherpe zoetzure Indiase kruidensaus

Tham chi, het boek zegt Tam chi, iets als ‘ga je gang’, ‘help yourself’.

Moonshee, Munshi; in Hindi: schrijver.

Chota Hazri, ook wel chhota haazri, de ochtendhap, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Chhota_haazri

Public Instructions; vermoedelijk openbaar onderwijs.

Foto’s

Vleugel aan het Oriental; By Mandarin Oriental Hotel Group, CC BY-SA 3.0, https://en.wikipedia.org/w/index.php?curid=24586277

De liggende Boeddha; Door Rdsmith4, Eigen werk, CC BY-SA 2.5, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=28701

Bodhi-boom, ficus religiosa; CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=690109

Kakkerlakken; Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=696464

 

Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 583 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland

1 Comment

  1. Dit relaas is nog maar een dikke honderd jaar geleden geschreven.
    Wat een verschil met het huidige Thailand.
    Toen stond de tijd nog echt stil.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.