Siam langs de Meinam (23)

Phya-Rama-Ma-Dua, de sage

Het bewogen leven van de onderkoning

 

De zware tocht naar Putakai

 

Erik Kuijpers, Siam Meinam, Phya-Rama-Ma-Dua, Putakai
Thaise koninklijke draagstoel

Om Pha-Ka-Cha te bereiken volgen zij een paardenspoor door een woud zo dicht dat het een aangename koelte geeft overdag maar griezelig, vochtig en ongezond is in de nacht.

Meer dan eens is het gezelschap verplicht te kamperen in weinig uitnodigende vochtigheid en duisternis waar het hen duidelijk wordt dat zij onwelkom zijn door de aanwezigheid van schadelijke reptielen, lastige insecten en bloedzuigers.

Voor de dames in het gezelschap is bijzondere aandacht; voor moeder, voor de prinses en voor haar bediende.

Erik Kuijpers, Siam Meinam, Phya-Rama-Ma-Dua, Putakai
Hoofdbediende van de prinses, een vrouw van Shan achtergrond.

Voorzieningen voor de dames

Vrouwen van adel worden bijzonder gerespecteerd en de opdracht van Phya-Rama-Ma-Dua luidt dat het ze aan niets mag ontbreken.

Vooraf zijn bamboe schotten gevlochten die met stokken worden vastgezet zodat ze snel in elkaar gestoken kunnen worden en een hut vormen met drie slaapplaatsen.

Deze schotten kunnen aan de zijkant van een muilezel hangen en de palen en andere zaken liggen op een pakezel.

Ook alle voorraden want hij weet dat hij nergens voedsel voor mens of dier kan inslaan behalve in Layhko, Tapapolon, Matohim, Mysong en Muythong.

Phya-Rama-Ma-Dua, Chie Lo noch moeder of hofdame maken zich zorgen of zijn bang in de nacht, maar wel de drie persoonlijke bediendes en de drie ruiters die ze bij zich hebben.

Die zetten iedere nacht een schot op bedekt met bladeren voor de onderkoning zodat hij beschut ligt maar zelf slapen ze op een plat gemaakt stukje bos tegen de basis van de xylia boom.

Dan maken ze een nachtvuur, zetten de voorraad neer, buigen voor Boeddha die aan een boom is vastgebonden, slaan stevig op een gong en zeggen enkele gebeden op uit de voorraad teksten op gedroogd blad die ze daarna verbranden.

Een rijdend altaar, en verkeer onderweg

Iedere morgen, bij het verlaten van de kampeerplaats, maken de bediendes snel een klein altaar van een breed stuk bamboe waarop ze ruwweg enkele offergaven plaatsen die hen onderweg zullen beschermen. En hoewel ze alleen aan de reis durven beginnen na deze handelingen zijn ze dapper en onvermoeibaar eenmaal onderweg.

Op dit desolate paardenspoor komen ze iedere dag karavanen tegen van handelaars in vee; er gaan onderweg echter veel dieren dood wat weer een bewijs is voor het ongezonde klimaat. En van iedere kudde vallen dieren ten prooi aan roofdieren.

Toch zijn er dagen dat de weg hogerop gaat door de heuvels met betere vegetatie, schonere lucht en schoon water en dat doet hen denken aan het bereiken van Putakai.

Op die gelegenheden komen ze karavanen uit  Perzië tegen.

Ze ontmoeten antiquairs die onderweg zijn naar Hong Kong. Die hebben interessante edelstenen en cilindrische stukken steen met inscripties die niet onbekend zijn aan Phya-Rama-Ma-Dua.

Hij bekijkt deze Perzische antiquiteiten met grote kennis van zaken; er zit een inscriptie bij die de oorlogsgod Bel Merodach voorstelt en voorts een legende in spijkerschrift. De moeder van de prinses koopt er een van.

Erik Kuijpers, Siam Meinam, Phya-Rama-Ma-Dua, Putakai
Karenmeisjes uit de heuvels.

Olifanten

Eenmaal in het noordwesten van Siam tegen de kliffen van de grens met Birma is de ondergrond te instabiel voor de smalle hoeven van beladen paarden en muildieren.

Maar kleine dorpen zijn altijd nabij en men wil helpen met olifanten en mahouts.

Omdat olifanten de lucht van andere dieren niet verdragen, en helemaal geen paarden en ezels achter zich dulden, gaan de lastdieren een vijftien tot twintig minuten vooruit, aan een touw, en komen de olifanten achteraan met karren, lading en reizigers.

Ze zijn deze vorm van vervoer wel gewend.

Maar wat fijner is, ze zitten bovenop de howdah, het zadel van de olifant, en hebben de zekerheid van de veilige manier waarop deze logge dieren langzaam maar zeker hellingen beklimmen en afstapjes nemen.

Tenslotte bereiken ze de Salween die ter plaatse breed is als een meer.

De olifanten nemen eerst een bad.

Als ook paarden en ezels gelaafd zijn steekt Phya-Rama-Ma-Dua met een platbodem de rivier over en koopt in het dorp aan de overkant geroosterde vis en fruit.

Daarna gaat de karavaan verder naar het noorden.

Het ontvangstcomité

 

Erik Kuijpers, Siam Meinam, Phya-Rama-Ma-Dua, Putakai
Draagstoel Korea 1890

Als ze Putakai zien liggen komt hen een groep mannen tegemoet met draagstoelen.

De gouverneur, broer van de douairière, heeft een groep van twintig potige kerels vooruit gestuurd met draagstoelen, een zetel op twee lange palen die door zes man worden bediend: twee voor, twee achter en twee opzij om te wisselen.

Na een korte lunch neemt het gezelschap plaats en begint het gemakkelijkste deel van de tocht. Zij dalen af naar Putakai.

 

Toelichtingen

Bron: Siam on the Meinam, from the Gulf to Ayuthia, Maxwell Sommerville, 1897.

Pha-Ka-Cha, Layhko, Tapapolon, Matohin, Mysong en Muythong: onvindbaar. Vermoedelijk Karen-taal voor steden langs de Moei en de Salween aan de Myanmar-oever.

Moei; grensrivier stroomt van Z naar N door Mae Sot en ter hoogte van Mae Sariang stroomt hij in de Salween; de Salween is dan grensrivier tot ongeveer op de hoogte van Lamphun. Hij komt uit de Himalaya en stroomt naar de Golf van Martaban.

Putakai, oude hoofdstad van het Karen rijk. Te situeren ten westen van Mae Hong Son doch in Myanmar ongeveer tussen de steden Hpasawng en Ywathit aan de Salween.

Cilindrische steen, archeologisch materiaal.

Foto’s

Thaise koninklijke draagstoel, พระวอสีวิกากาญจน์ (Phra Wo Si Wika Kan); By GunC, Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=16314405

Koreaanse ‘gama’, draagstoel, 1890; unsigned, Library of Congress[1], Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=8041268

Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 652 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland