Rutte-haters moeten nog even wachten

De tijd dat de dagen van Mark Rutte geteld leken, is zo goed als zeker voorbij. Hij heeft de felle, vaak persoonlijke aanvallen op zijn integriteit overleefd. Hij moest diep door het stof, beterschap beloven en na het pak slaag in de Kamer krabbelde hij overeind. Misschien het opmerkelijkste van de hele affaire: er kwam geen klacht over zijn lippen. Het zelfmedelijden, als het er al was, bleef binnen de muren van het Torentje en zijn flatje. De meeste van ons hadden snikkend op de bank gelegen, Rutte gaat onverdroten verder.

Helmut Kohl kon dat beter dan wie ook. Je moet, aldus de Kanzler der Einheit, crises kunnen ‘uitzitten’. De storm laten uitrazen en niet van de kook raken. In de wetenschap dat er ooit een einde aan komt. Dat sommige problemen zich op den duur zelf oplossen. En dat de haat en afgunst, ook uit de eigen gelederen, een ander mikpunt zullen vinden. Kohl werd er, tot Angela Merkel, de langst zittende kanselier mee (van 1982 tot ‘98).

Om goed te kunnen ‘uitzitten’ moet je pantserstaal op de ziel hebben. Eelt alleen is niet genoeg. Een teflonlaag waarvan alles afglijdt is eveneens onmisbaar maar minder belangrijk dan de mentale hardheid en weerbaarheid die de Italianen ‘grinta’ noemen. De meeste politici hebben het niet en bereiken daarom nooit de top. Van de recente voorgangers hadden Ruud Lubbers en Wim Kok het, maar niet in dezelfde mate als Rutte.

Grinta is geen eigenschap die bewondering afdwingt bij de liefhebbers van bevlogenheid en visie. Maar in de groezelige praktijk van alledag kom je er meestal verder mee. Als je tot de hoofdzaak van de politiek het oplossen van problemen (woningnood, klimaat, ongelijkheid) rekent, zijn die bevlogenheid en visie vaak eerder een belemmering. Aan doeners heb je meer dan aan zieners. (Ziener en doener in een persoon is hoogst uitzonderlijk. Je komt dan uit bij figuren als Churchill, Roosevelt, Adenauer en De Gaulle).

Een andere eigenschap die Rutte kenmerkt is zijn grote wendbaarheid, zijn flexibiliteit. Hij dankt daar zijn reputatie als kampioen geitenpaadjes en de bijnaam Houdini aan. Er is geen probleem waar hij zich niet uit kronkelt. Wie hem minder goed gezind is, noemt dat opportunisme. Maar als je niet overmatig behept bent met het makkelijke moralisme van de polderpolitiek, erken je dat het een kwaliteit is.

De nieuwste proeve van die flexibiliteit heeft Rutte de afgelopen weken geleverd. Het Binnenhof is momenteel in de ban van nieuw leiderschap, een nieuwe politieke cultuur, tegenmacht, samengevat in het herontdekte begrip ‘dualisme’. De regering kon te vaak ongestoord haar gang gaan. De regeringspartijen zaten vastgeketend aan een regeerakkoord dat tot in de kleinste gaten en kieren was dichtgesmeerd. Het parlement was gemuilkorfd: ‘meer lam dan leeuw’. Dat moest wel leiden tot excessen als het toeslagenschandaal.

Meer transparantie en weerwerk zijn zonder meer gewenst. De taakverdeling tussen Kamer en kabinet moet helder worden afgebakend. Het regeerakkoord moet niet alles tot in detail willen regelen. Hoofdlijnen moeten volstaan. Dat geeft de Kamer meer ruimte om haar werk te doen, het controleren en tot de orde roepen van de regering. Dat vindt Rutte, de controlefreak en naamgever van de Rutte-doctrine die het tegendeel behelsde van wat nu wordt geëist, nu zelf ook. Sterker nog, hij heeft daar ‘radicale ideeën’ over die hij binnenkort bekend maakt.

Een nieuwe politieke cultuur, leiderschap, etc, is natuurlijk hartstikke mooi. Alleen, scepsis blijft geboden. Om te beginnen is een cultuuromslag niet iets dat in een handomdraai gefikst kan worden. Een cultuur, een traditie, heeft in de loop der tijden haar bestaansrecht bewezen, anders was ze allang van het toneel verdwenen. Daarbij komt, instituties zijn in wezen conservatief wat elke ingrijpende verandering, laat staan een cultuuromslag, verder bemoeilijkt.

Je kunt je trouwens afvragen of die zo gewenste cultuuromslag in ons bestel überhaupt mogelijk is. Neem het dualisme. Dat impliceert een systeem waarin regering en oppositie twee afzonderlijke, gescheiden grootheden zijn. De taakverdeling is helder: de regering regeert en de oppositie bestrijdt haar waar nodig en mogelijk. Onversneden dualisme is alleen mogelijk in een tweepartijensysteem, zoals in het VK waar de Conservatieven en Labour afwisselend die rollen vervullen.

In een systeem met coalitieregeringen is een dergelijke rolverdeling op voorhand uitgesloten. Een kabinet is aangewezen op de steun van zijn fracties in het parlement. Als het met enig kans op succes wil regeren, moeten de ondersteunende partijen binnen boord blijven. Dat leg je vast via afspraken in een regeerakkoord. Vervolgens treedt de ijzeren formatiewet in werking: hoe meer partijen des te dikker het regeerakkoord. Alle deelnemende partijen willen zoveel mogelijk van hun eigen programma er in terugzien en daarnaast eigen bewindslieden hebben.

Dat lijkt weinig op het dualisme waar de puristen van dromen. Dat verhelp je niet met een regeerakkoord op hoofdlijnen. Dat ziet er in principe veelbelovend uit, meer ruimte voor de coalitiepartijen die niet vastzitten aan de punten en komma’s van een gedetailleerd akkoord. In de praktijk komt het er op neer dat er permanent onderhandeld wordt. Dat kan je op de koop toe nemen of zelfs toejuichen. Maar het gaat ten koste van de slagvaardigheid en op den duur de eensgezindheid en stabiliteit van het kabinet. Met als risico een ‘vechtkabinet’ dat nauwelijks iets voor elkaar krijgt.

Permanent moeten onderhandelen heeft nog een nadeel. Je kan er vergif op innemen dat het in gevoelige kwesties vooral in achterkamertjes en via belrondes zal gebeuren. Wie daar wat zegt en zich waar precies op vastlegt zal nauwelijks genotuleerd worden. Veel succes bij de speurtocht naar transparantie.

Er is weinig fantasie voor nodig om te voorspellen dat de veranderingen in cultuur, leiderschap, enzovoorts uiteindelijk voornamelijk cosmetisch zullen zijn. Kabinetsstukken zullen ongetwijfeld eerder openbaar worden gemaakt, maar al te gevoelige informatie zal er niet instaan. De Kamer zal tegensputteren en er zich bij neerleggen omdat het niet anders kan. Dit is onze politieke cultuur, verre van ideaal maar het werkt. Met horten en stoten.

In die cultuur gedijt een politicus als Mark Rutte als geen ander. Hij kan crises uitzitten, heeft de vereiste dikke huid, is flexibel en neemt, althans naar buiten toe, niets persoonlijk. Wen er maar aan: Rutte-IV staat ondanks alles in de steigers.

Over Peter van Nuijsenburg 259 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

1 Comment

  1. Een normaal, zinnig mens was al lang teruggetreden. Dit geeft aan dat Rutte niet zinnig en niet normaal is. Je kunt natuurlijk alles kapot relativeren, zoals de schrijver van dit stuk doet, maar daarmee creeer je geen positieve veranderingen die broodnodig zijn.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*