Royale voetnoten bij de historie van het koninkrijk Siam


De Shan opstand in Noord-Thailand, 1902-1904

Hoe de Siamese staat tot stand kwam en het verzet ertegen met koning Chulalongkorn als de Grote Kolonisator

Wat de Thaise kinderen en de westerlingen steeds trots wordt voorgehouden is dat de Siamese staat nooit is gekoloniseerd. Dit wordt vooral toegeschreven aan de intelligente en hardwerkende koning Chulalongkorn (Rama V, regeerde 1868-1910). Hij wist de Franse en de Britse koloniale ambities te beteugelen.

Dat is zeker waar maar het gaat voorbij aan een andere waarheid en wel dat koning Chulalongkorn zelf een grote kolonisator was. Op zijn reizen naar Singapore, Java en Brits-India (1870-1872) sprak hij vele malen zijn bewondering uit over de koloniale administratie in die gebieden, zonder de kolonisering op zich te veroordelen.

Tino Kuis, Slavernij, Herwaardering
Ook de afschaffing van de slavernij in Siam staat op het conto van de verlichte vorst, centraal gepositioneerd op deze afbeelding

Die ervaring was een bron voor zijn latere denkbeelden over de ‘modernisering’ van Siam.
Vanaf de regering van zijn vader, koning Mongkut (Rama IV, regeerde 1851-1868) hadden de Britten een sterke invloed op het politieke en economische beleid van de Siamese regering. Zo genoten Britse onderdanen van een extra-territoriaal juridisch systeem: er waren aparte Brise rechtbanken in Siam wat pas door Pridi Banomyong na de revolutie van 1932 ongedaan zou worden gemaakt.

Ook waren er vele privileges op handelsgebied. Mongkut en Chulalongkorn omringden zich met honderden westerse adviseurs die een belangrijke invloed hadden op het Siamese beleid. Chulalongkorn’s vele zonen (40?) studeerden in het westen.

Als wij de omvang van de huidige staat Thailand in ogenschouw nemen moeten we niet vergeten dat Siam in het midden van de 19e eeuw, tijdens de regeringen van Mongkut en de eerste decennia van Chulalongkorn beperkt bleef tot Bangkok, de Centrale Vlakte en een deel van het Zuiden.

De westerse machten wilden een toegeeflijke koning

Het Noorden was het onafhankelijk koninkrijk Lanna (Chiang Mai, zij werden toen nog ‘Lao’ genoemd), er waren onafhankelijke edelen (sommigen noemden hen ‘koningen’) in Lampang, Phrae en Nan, onafhankelijke edelen in wat nu de Isaan is en het Diepe Zuiden met zijn Malay-Moslim bevolking was ook nog vrijwel onafhankelijk.

Daar maakte Chulalongkorn een eind aan, in samenwerking, met toestemming en soms met enige tegenwerking van de Britten en de Fransen die een bufferstaat in het Noorden en een vriendelijke en toegeeflijke koning wel op prijs stelden.

Zo hielp koning Chulalongkorn de Britten bij hun kolonisatie van Birma. Tijdens de tweede Anglo-Birmese oorlog (1885-1887), toen de Britten de Birmese Konbaung Dynastie bevochten, bleef Chulalongkorn neutraal hoewel hij wel beloofde de Britten van proviand te voorzien en dat ook deed. De Britten dachten dat Chulalongkorn ook een leger zou sturen om de Birmezen te verslaan, maar dat deed hij niet.

Focus leger op aanpak interne vijanden

Chulalongkorn koloniseerde Siam. Vanaf 1880 zond hij geleidelijk zijn ambtenaren, politie, leger en vooral belastinginners naar het Noorden, Noord-Oosten en het Zuiden. In de jaren daarop slaagden zij er in de plaatselijke heersers geleidelijk opzij te zetten waarbij Siamese (dwz mensen uit Bangkok) hun plaats innamen. Dat proces was in 1910 vrijwel voltooid.

Het is daarbij opmerkelijk te noemen dat het leger in Chulalongkorn’s regeerperiode opgeleid werd niet om buitenlandse vijanden te verslaan maar om zijn kolonisatie te ondersteunen.

Het verzet tegen Chulalongkorn’s optreden was betrekkelijk mild. Er was passief verzet zoals uit het leven van de nog steeds in het Noorden geëerde monnik Phra Khruba Si Wichai blijkt, maar er waren ook een paar gewelddadige opstanden, nu vrijwel vergeten hoewel kort in de boeken genoemd. Deze gebeurtenissen passen niet in de royalistische geschiedschrijving in het huidige Thailand.

De ‘Phu mi bun’ opstand in de Isaan 1902

‘Phu mi bun’ (phôe: mie boen) betekent: ‘mensen met verdienste’. Het was een religieuze beweging geleid door een ‘heilige’ man, een profeet, Ong Man, die met een aantal gewapende mensen het Siamese centrum in Ubon Rachathani aanviel. Ze wonnen een aantal schermutselingen maar een legertje onder leiding van Sanphasit (een broer van Chulalongkorn) lokte ze in een hinderlaag.

Enige honderden rebellen werden gedood, anderen gevangen genomen (zie afbeelding). Sommigen waren in staat te vluchten naar Frans-Laotiaans gebied waar ze nog enige tijd hun verzet volhielden.

De Shan opstand 1902-1904

Tino Kuis, Chulalongkorn, kolonisatie Shan
Opstandelingen Shan staat

Deze was van een grotere en meer bedreigende omvang. De Shan, ook wel Thai Yai genoemd, is een volk uit Birma, ten noord-oosten van de provincie Chiang Mai. In de jaren voorafgaande aan de opstand in 1902 kwamen duizenden Shan naar Noord-Thailand om te werken in de teak-industrie (beheerst door de Britten), als handelaren en in de bij Phrae gelegen robijn mijnen.

Ten dele was dit het gevolg van chaos, gevechten en honger in de Birmese Shan staten. Zij waren Britse onderdanen maar hadden het gevoel door de Siamezen te worden uitgebuit. (Ook hier betekent ‘Siamezen’ eigenlijk ‘mensen uit Bangkok’). Ze moesten over van alles belasting betalen: tabak, boten, pakezels en varkens.

In juli 1902 wilde een politiemacht een Shan roversbende arresteren. Dat mislukte, de politie vluchtte en de Shan namen hun wapens in beslag. De groep opstandelingen groeide aan tot enige honderden en zij vielen de stad Phrae aan. De Siamezen vluchtten, de Shan namen de stad in, plunderden en doodden Siamese regeringsfunctionarissen, mogelijk met hulp van de plaatselijke edelen die hun positie hadden verloren.

Koning financiert graf gesneuvelde Deense militaire adviseur

Tino Kuis, Chulalongkorn, Shan opstand, kolonisatie
Officier in het Thaise leger Leonowens. Schilderachtige figuur

Zij marcheerden vervolgens naar Lampang waar een politiemacht onder leiding van de Deen kapitein H.M.Jensen en geholpen door een andere buitenlandse protegé van Cholalongkorn Louis T Leonowens stand hield. Leonowens was een schilderachtige figuur, die door zijn nog schilderachtiger moeder aan het Thaise hof was geïntroduceerd. Het duo stond model als Anna en zoon in het King and I verhaal),Tino Kuis, Chulalongkorn, Shan opstand, kolonisatie

De Deen Jensen sneuvelde later geraakt door een schot toen hij nabij Phayao de Shan rebellen achterna zat. Zijn graf is in Chiang Mai, betaald door koning Chulalongkorn die tevens Jensens weduwe voorzag van een toelage. Ook de leider van de rebellen sneuvelde bij de aanval op Lampang.

De heerser van Phrae (een koning?) was naar Luang Prabang in het al Franse Laos gevlucht. De zegevierende Siamezen beschuldigden hem van samenwerking met de Shan rebellen en veroordeelden hem in absentia tot de doodstraf.

De verzetshaarden gedoofd, Bangkok regeert

Ondertussen arriveerde een Siamese strijdmacht van een paar duizend soldaten onder leiding van maarschalk Surasak. Zij achtervolgden de rebellen naar het Noorden. In het dorpje Ta Pha bij Chiang Kham richtten zij nog een bloedbad aan onder onschuldige burgers. De Shan rebellen namen voor enig tijd Chiang Khong en Chiang Saen in bezit. Pas eind 1903-begin 1904 kwam aan de opstand definitief een einde toen resten van rebellen bij Chiang Khong naar het (Franse) Laos vluchtten.

Na deze opstand werd het grootste deel van het leger uit Bangkok in het Noorden gestationeerd. De dienstplicht werd uitgebreid naar het Noorden en Noordoosten en de administratie vanuit Bangkok versterkt.

Het was de monarch van Bangkok, Chulalongkorn, die de andere monarchieën, met name in het Noorden van Siam, omver wierp. Deze opstanden waren de aanleiding de macht in de rest van het land te verstevigen. Zo ontstond het trotse Siam, sinds 1945 definitief Thailand genoemd.

Hier staat, in vier afleveringen, een enigszins chaotisch verslag van deze opstand met meer aanvullingen en details:

http://hlaoo1980.blogspot.com/2013/02/1902-shan-rebellion-in-northern.html

In deze video bespreekt professor Andrew Walker de Shan opstand in breder verband en zijn betekenis voor de vorming van de Thaise staat:


Tino Kuis
Over Tino Kuis 135 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.

1 Comment

  1. Klaarblijkelijk ging het hem te langzaam allemaal. In het ‘Duizend mijl’ boek waarvan ik hier uittreksels plaats zie je hoe eind 19e eeuw langzaam de lokale koningen horig worden aan Bangkok maar een zekere mate van zelfstandigheid kunnen behouden. Bangkokse belastingen zijn in de Shan staten eind 19e eeuw onbekend; men heeft lokaal eigen monopolies op geldzaken en door ‘gemengde’ huwelijken kan de bevolking zelfs naar wens van ‘heerser’ wisselen.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.