Rotterdam in beeld (19)

Wat is kunst?

Mijn vrouw en ik lopen door het buiten van het Kröller-Müller Museum. Wij houden van abstracte kunst, maar niet alles vinden we mooi, zo nu en dan onbegrijpelijk, af en toe bespottelijk. Soms vragen wij ons af wanneer een creatie kunst mag heten. Wij blijven staan bij een verzameling schroot, hout en plastic en proberen de diepzinnige vibraties van de schepper te doorgronden. Het lukt ons niet. Er komt een karretje aanrijden: de gemeentereiniging. De vuilnisman gooit de hele santenkraam in de laadbak. Later bij de koffie komen wij tot de conclusie: iets is pas kunst als er een bordje met een naam bij staat.

Ondanks zo’n naambordje, misschien wel dankzij, weet een kunstwerk soms onverholen woede op te wekken. Het Who’s afraid of Red, Yellow and Blue van Barnett Newman werd door een verwarde man met een stanleymes bewerkt, een gek spoot zwavelzuur op de Nachtwacht van Rembrandt, een vandaal sneed twee keer met een mes in het Zelfportret met Grijze Hoed van Van Gogh, in de National Gallery in Londen schoot een gestoorde dwaas met een jachtgeweer op een tekening van Leonardo da Vinci. The Donald zou zeggen: had de dienstdoende suppoost een gun gehad, dan was dat niet gebeurd.

Ik stond op het balkon van tramlijn 11 in een hoekje vlak naast de opengeschoven deuren, een plek van waar je goed naar buiten kon kijken en waar de wind fris om je oren waaide. Bij de halte kon je als eerste uitstappen voordat de tram stilstond, een sport voor mij als dertienjarige. Tot die keer dat ik een hand op mijn schouder voelde: een agent van politie. Ik kreeg een preek waarna ik met tegenzin toegaf dat het dom van mij was geweest, dat ik wel dood had kunnen zijn, dat ik nooit meer medeweggebruikers in gevaar (?) zou brengen. Een jongen reed voorbij op zijn fiets en riep: ‘Hé vuile zwartrok, ken je wel…’ Zenuwachtig trok ik met mijn mondhoek, de agent interpreteerde de tic als lachen en trok zijn bonboekje. Hij schreef een bekeuring uit van twee gulden vijftig, die ik betaalde met centen, stuivers en dubbeltjes die ik uit mijn zak opdiepte. Ik kwam zeven cent tekort, de dappere agent zag het over het hoofd, ik zei niets.

Chris Ebbe, Rotterdam in beeld, Kunst

De tram reed voorbij de Bijenkorf waar de dag ervoor het constructivistische kunstwerk van Naum Gabo was geplaatst. Door een aantal passagiers werd Rotterdams gegodverd en geroepen: ‘Gvd zonde van het geld’ en ‘Is dat nou kunst, ja nee toch, niet dan…’ en ‘Het lijkt gvd wel een spoorwegongeluk.’ De conducteur stelde voor het omver te halen, een vent met bruine vingers van de sigarettenrook wilde het opblazen, een heer in net pak en hoed op zou een protestbrief naar de gemeente schrijven. Maar ik vond het mooi en met mij vele anderen.

Constructivisme, kunst die zich beperkt tot puur geometrische vormen waarmee met een minimum aan materiaal een maximum aan ruimte wordt gecreëerd.

Zonder titel, 21 mei 1957. Bijnamen: Het Ding, Spoorwegongeluk, Gestileerde Bloem enz. Coolsingel. Maker Naum Gabo.

Foto cover: ©Chris Ebbe

 

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)