Room with a view of de opblaaspop

Bert van Balen, Opblaaspop, Aanleunwoning

Laat zij nou net heel toevallig uit de douche stappen toen ik haar via Line belde. Mijn eigen opblaaspopje denk ik. Mijn laatste restje levensvreugd op tienduizend kilometer afstand. Laatste restje want het is verder een tranendal.

Voor de ouderen, de babyboomers van net na de oorlog. Meer speciaal, de alleenstaande man of vrouw die een voor een generatiegenoten om zich heen zien wegvallen. Regelmatig begrafenissen bezoeken is het motto en zoiets ervaren als een welkom voorland. Voltooid leven. Zo is het. Als de Here het nog geen tijd vindt, dan maar het heft in eigen hand. Tienduizend kilometer ver leeft iemand die op mij wacht. Dat wordt zo gezegd. Ik geloof  daar niks van als ik realistisch ben, maar deze eigenschap heeft bij mij nooit willen beklijven dus waarom nu ineens wel.

Ik droom liever mijn eigen droom van gemist worden. Door een beeldje met een strak pannetje en Aziatisch kleine stevige borsten die beweert mij te missen en wacht op mijn terugkomst terwijl ikzelf mijn terugkomst als een wonder bezie mocht die ooit bewaarheid worden. De oude man wiens levensvreugd gevoed wordt door een korte aanblik op een jonge vrouw die net uit de douche komt. Kan het nog triester.

De tijden dat ik kledingstukken een voor een afpelde zijn voorbij. Een stukje realisme. Het moet mij nu in al zijn naaktheid direct gepresenteerd worden al is het maar via Line om een stukje vergane levensvreugde z’n laatste ademtocht te geven. Ha, leuk oud worden noemt men dat. Virtueel genot, dat is wat er overblijft.

Ook geen actieve deelnemer meer binnen de maatschappij tenzij ik mijn pensioen bestaand uit achterstallig salaris besteed door misschien een elektrische auto aan te schaffen waarmee ik het milieu voor de nakomende generatie bescherm. Hun levensvreugde niet in de weg staan met een verziekt klimaat dat de aarde opwarmt en hen uiteindelijk van huis een haard zal verdrijven naar hoger gelegen gebieden. Zo op die manier is mijn maatschappelijke rol nog niet uitgespeeld.

Nog beter zou zijn als ik helemaal verdwijn, het achterstallig loon achter laat en geen deelnemer meer ben aan milieu verziekende bezigheden door bijvoorbeeld nog gewoon op benzine te rijden omdat ik een elektrische auto niet kan betalen. Erger nog, als ik terug zou gaan naar de plek waar ik verwacht wordt, levert dit het milieu nog meer ernstige schade op. En dat voor mijn laatste restje levensvreugd? Moest mij schamen om zelfs maar op het idee te komen dit nog te willen.

Bert van Balen, Opblaaspop, Aanleunwoning

Een plek achter de geraniums moet voldoende zijn. Maakt niet uit, parterre of achtste verdieping van een complex aanleunwoningen waar altijd een dokter aanwezig is. Geassisteerd door uit een of ander Oost-Europees land afkomstig verzorgend personeel, dat je niet kan verstaan ook al doe je mee in dat testprogramma voor een nieuw type gehoorapparaat. Onzichtbaar. Alsof onzichtbaar nog bijdraagt aan dat laatste restje levensvreugd waar zo’n Poolse meid best voor zou kunnen zorgen als zij het hart op de goeie plek zou hebben.

Virtueel genot wordt mij geboden via televisie met Netflix als koploper waarbij ik opgehouden ben nog naar spionageseries te kijken omdat ik merkte dat ik mij hierin teveel ging thuis voelen en achter elke boom een geheimagent zag en mijn auto niet zomaar in durfde stappen na eerst met een spiegeltje de onderkant geïnspecteerd te hebben op zaken die daar niet thuis horen. Voltooid leven akkoord, maar dan wel door mijzelf geïnitieerd. Alles lijkt ver  weg op het moment. Stapte ik, een paar jaar geleden nog maar, zomaar in de auto en reed in een keer naar het zuiden van Frankrijk. Vind nu vanuit Sommelsdijk naar Rotterdam al ver genoeg. Doe het nog wel in één keer, maar ook hier zal wel een eind aan komen. Drie keer stoppen onderweg omdat de prostaat niet meer doet waar hij juist erg geschikt voor zou moeten zijn.

Bert van Balen, Opblaaspop, Aanleunwoning

Een jaar geleden had ik nog een drain in mijn nier zodat ik nooit hoefde te stoppen omdat de urine in een zakje vastgeboden aan mijn scheenbeen liep. Eenmaal per dag het zakje legen en dat was dat. De drain kon er na zeven jaar vertrouwd mee te zijn uit. En dus deed men dat met mijn toestemming waar ik nu behoorlijk spijt van heb. Vooral ’s nachts.

Nog veel verder weg is de plek waar ik terug word verwacht om aan het visueel genot een eind te maken en om te zetten naar de realiteit. Ik weet dat die realiteit een buitengewone aanslag zal plegen op mijn laatste restje energie en hiermee al snel het gevoel van levensvreugd om zeep zal helpen. Wat er dan overblijft? Waarschijnlijk het verlangen naar een room with a view vanachter de geraniums en een onverschillige Poolse verpleegster.

‘Moet je niet douchen, vraag ik als ik haar weer via Line zie. ‘Just finish,’ zegt zij. En mijn opblaaspopje loopt sissend leeg.

Bert van Balen
Over Bert van Balen 453 Artikelen
†Bert van Balen (20 juni 1945 - 26 oktober 2018) verbleef een decennium lang regelmatig in Thailand, vooral in Chiang Mai. Bert leerde als autodidact van zijn hobby fotografie zijn beroep te maken. HIj was ook chauffeur, magazijnbediende, semi beroepszeiler, redacteur en journalist voor Kidsweek en flierefluiter. De reden tot zijn regelmatig langdurig verblijf in Thailand is terug te vinden in zijn boek: Hoera, ik heb kanker. Te bestellen via Bol.com