Thailand. Prijst den Heer, het gaat belabberd

prijstheerBlijf bij mij Heer! Bij het krieken van de dag schrikt Lamut wakker van de door haar vibrerende smartphone geproduceerde spirituele wake up call. Aan de rand van het bed gaat ze door de knieën en vouwt de handen. Blijf bij mij Heer, zingt ze zachtjes mee met het download-koor uit haar mobieltje. ‘Laat deze dag mooier zijn dan die van gisteren’, voegt ze er fluisterend aan toe.Gelukkig is er geen beweging waar te nemen in het bundeltje aan de andere kant van het bed. Pon is dwars door de Heer heengeslapen. Mooi zo, denkt Lamut. Haar handenbindertje is pas vijf, maar heeft oorverdovend volume voor tien.

Ze kijkt uit het kleine raam, het enige breekpunt in de ooit witgepleisterde muren van haar piepkleine pensionkamertje. Niemand op straat te zien. Pattaya is nog in coma na de saturdaynight before en zal pas over enkele uren nabrakend overeind komen.
Ze haast zich de gang op, naar wat de verhuurder haar aanprees als gemeenschappelijke badkamer. Een wc-pot, met schuin erboven aan de muur een spiegel met roestplekken en een brede scheur. Links ernaast hangt de heater met douchekop. Er komt een benepen straaltje uit, maar als je op de pot gaat zitten geeft de afstand tussen bron en rug een spetterend watervaleffect.

Terwijl ze zich afdroogt grimast ze naar de twee halve gezichten in de spiegel. Snel beweegt ze haar hoofd van links naar rechts naast de scheur. ‘Prijst den Heer’, jubelt ze met brede glimlach naar links. Dan naar rechts, gezicht op stand somber, steunend , ‘het gaat belabberd’.
Gekrijs van achter de deur zorgt voor een abrupt einde van haar spelletje Januskoppen. Pon wil eten en wel meteen. Lamut schreeuwt: ‘Ga terug en kleed je aan’. Ze slaat haar handdoek om en sjokt terug naar haar kamer.

Pon heeft het weer eens op de heupen en leegt elke plastic tas waarin ze kledingstukken vermoedt op de vloer. ‘Ik wil m’n blauwe jurkje’, grient ze. Lamut kijkt naar de berg kleren. Ze voelt zich plotseling doodmoe en laat zich achterover op het bed vallen. ‘We gaan straks naar de kerk, trek je witte jurk maar aan’, zegt ze. Pon, dwars, ‘nee, ik wil de blauwe’.

Hun gekift wordt onderbroken door geklop op de deur en een vertrouwde stem. ‘Lamut, ik wil met je praten.’ Ying, weet ze. Het laatste waar ze nu zin in heeft is een moeilijk gesprek met haar zus.
Ying is met haar 32 drie jaar jonger en Lamut voelt soms scheuten van jaloezie als ze naar het knappe gezicht en frêle figuurtje van haar zus kijkt. Maar daar krijgt ze nu de tijd niet voor. ‘Ik ga vandaag niet naar de kerk’, valt Ying met de deur in huis. ‘Misschien ga ik wel nooit meer.’

Lamut is met stomheid geslagen. Is dat haar zus, de eeuwige twijfelaarster, die ze een jaar geleden de Samphan-kerk binnenloodste? Die helemaal enthousiast raakte toen Baptism among Lahude Heilige Geest op de aanwezige broeders en zusters neerdaalde en zij in vreemde talen de Heer prezen? Die al na een paar Samphan-ervaringen haar leven als barbloem de rug toekeerde en zich door onderdompeling had laten dopen?

Als verdoofd luistert ze naar Ying, die van geen ophouden weet. ‘Jij zei me dat de Heer zou straffen als ik niet naar de kerk ging, maar ik merk daar niks van’, zegt Ying. ‘Het gaat me goed. En wees maar eerlijk, dat kan ik van jou niet zeggen!’
‘De Heer geeft en de Heer neemt’, stamelt Lamut. Ze beseft maar al te goed waar Ying op doelt. Zes maanden na de feestelijke opening was Lamuts banketbakkerij al over de kop, gesneefd in mismanagement en van gebakken lucht geknede winstprognoses.

Voor haar vriend Bill was het de druppel die de emmer deed overlopen. ‘Ik werk me het lazarus en jij gooit alles wat ik je geef over de balk’, had hij Lamut toegebeten toen ze opbiechtte dat het door hem in het bakkerij-avontuur geïnvesteerde miljoen als meelpoeder in de wind was verdwenen.

Bill’s woede ontaardde in razernij toen hij lucht kreeg van de leenconstructie waarmee Lamut zich schuldeisers van het lijf had gehouden. Omdat ze zelf failliet en werkloos was had ze bij haar innige kerkvriendin Pook om hulp aangeklopt. Pook, kokkin bij een gerenommeerd hotel, had de oplossing klaar. Samen gingen ze naar zuster Noong, een zeer bemiddelde zuster in de Heer. Zij  wilde tegen schappelijke rente best een miljoen lenen, maar niet aan de zo arm als een kerkrat geraakte Lamut.

Waar zusterliefde regeert, gebiedt de Heer zijn zegen: Pook leende het geld van Noong en stelde zich garant voor aflossing. Lamut liet haar eigen huis overschrijven op naam van Pook en krijgt de eigendomspapieren weer terug als haar schuld aan Pook is afbetaald. Pook kan intussen het huis verhuren en de opbrengst in haar aflossingen stoppen. ‘We nemen alle tijd. Met Gods hulp kom je er weer bovenop en kun je mij straks terugbetalen’, had Pook verzekerd.

‘Bedrog, bedrog’, schreeuwde Bill toen Lamut hem van deze verzekering vertelde. ‘Ik heb dat huis gekocht voor jou en Pon. En mocht je het goddomme vergeten zijn, Pon is ook mijn dochter. Van mij krijg je geen baht meer.’
Lamut voelt bij de herinnering aan die ruzie weer het rode waas voor haar ogen trekken. ‘Nou, donder dan op, ik heb jou en je geld niet nodig’, had ze gegild.

Pas later drong het tot haar door dat die schreeuw ook het abrupte einde betekende van Bill’s maandelijkse donatie van 75.000 baht. Ze belde hem dagelijks tien keer, hij veranderde zijn telefoonnummer. Ze schreef hem de ene email na de andere, maar ze kwamen allemaal weer terug met de mededeling “emailadres geblokkeerd’.

‘Het is allemaal Bill’s schuld’, verdrijft ze de herinneringen. Ying kijkt haar verbaasd aan. ‘Ik heb het over wat ik hoorde over de kerk’, zegt ze. ‘Weet je wel dat er heel veel christelijke kerken zijn waar ze nooit in tongen spreken? Weet je wel hoeveel christelijke geloven er zijn? En ze biddenhebben allemaal ruzie met elkaar.’

Lamut kijkt haar zus kwaad aan. ‘Met wie heb je gepraat de laatste tijd? Zeker allemaal niet-christenen’, zegt ze. Ying zwijgt even. Nou, met tante Nuan en tante Ramay. En met oom Hans, geeft ze toe. ‘Dat zijn twee boeddhisten en een ongelovige’, sneert Lamut. ‘Die willen je alleen maar uit de armen van Jezus trekken. Ik weet nog dat oom Hans me belachelijk maakte toen ik tante Nuan probeerde te bekeren. ,,We worden allebei lid van jouw kerk als de Heilige Geest me in één keer vloeiend Thai laat praten”, had hij gegrinnikt. Wat een vreselijke man is dat.’

Gary Moon (right), a United Methodist missionary in Thailand, bows to Kittapot Arjor after he baptized her in a river near Buyer, a small village in northern Thailand populated by indigenous hill tribe people. Arjor is joining the Pranetta United Methodist Church in the community.
Gary Moon (right), a United Methodist missionary in Thailand, bows to Kittapot Arjor after he baptized her in a river near Buyer, a small village in northern Thailand populated by indigenous hill tribe people. Arjor is joining the Pranetta United Methodist Church in the community.

Ying laat zich dit keer niet van haar stuk brengen. ‘Nou, hij zorgt goed voor tante Nuan. Hun dochtertje gaat naar een goede school’, werpt ze tegen. ‘En waar krijgt Pon nu les? Bij een weeshuis en alleen maar omdat het daar gratis is.’Lamut voelt het schaamrood over haar gezicht trekken. ‘Dat is een christelijk weeshuis en het is maar tijdelijk. Wacht maar tot ik weer geld heb.’ ‘Nou, ik wil dan eerst die zes maanden salaris hebben voor m’n werk in de bakkerij’, zegt Ying.

De zussen kijken elkaar boos aan. Lamut haalt als eerste bakzeil. ‘OK, ik heb het nu moeilijk. Maar het gaat goed komen. Ik ga straks voor een jaar naar Amerika.’ Ying kijkt haar met grote ongelovige ogen aan. Dan stopt ze snel een koekje in de krijsende mond van Pon.
Lamut haalt diep adem. ‘Ik volg een cursus, drie maanden’, zegt ze. Ying draait haar de rug toe en begint stapels kleren terug te stoppen in plastic tassen. ‘Als masseuse’ zegt Lamut. ‘Nee, niet wat jij denkt. Spa! Hi-so massage! Ik heb het allemaal georganiseerd met Pook. Ze heeft contacten daar, we gaan samen. En met het weeshuis heb ik geregeld dat ze daar voor Pon zorgen tot ik weer terug ben.’

Ying kijkt haar zus meewarig aan. ‘Lamut, ik geloof niet dat de Heer jou geluk gaat brengen. Je bent gewoon weer terug bij af.’

Prijst den Heer werd in 2013 gepubliceerd in De Tegel, magazine van de Nederlandse Vereniging Thailand

Hans Geleijnse
Over Hans Geleijnse 339 Artikelen
Hans Geleijnse (1944, Zaandam). Voormalig beroepsmilitair en dienstweigeraar. Passie voor reizen, schrijven en muziek. Belandde in journalistiek, leerde het vak in de praktijk. Werkte twee decennia als buitenlands correspondent voor persbureau GPD en div. andere Nederlandse media. Hij woonde met partner en dochter ruim tien jaar in Thailand.

2 Comments

  1. Dat is toch de eerste keer dat ik een Thai bij het woord massage hoor zeggen “het is niet wat je denkt”. Lijkt meer een stukje literaire vrijheid van de auteur met lezerspubliek dat mogelijk wel iets denkt, al moeten die als expats en immigranten toch ook weten hoe het normaal gesproken zit.

    Geloof en bijgeloof, prima als men zich daardoor beter voelt maar uiteindelijk moet je toch echt zelf je boontjes doppen en de consequenties merken. Ach, als een mens maar gelukkig is, maar dat is bij Ying en Lamut niet het geval.

    • De ene mens is de andere niet. In elk geval heeft het niets met literaire vrijheid of lexerspubliek te maken.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.