Zuidkoreaanse steun voor langgestrafte vakbondsleider Somyot

Prestigieuze Koreaanse prijs voor wegens majesteitsschennis veroordeelde Thaise activist

Ouddiep, Kuis, Somyot, Majesteitsschennis
Somyot Prueksakasemsuk
Foto Bangkok Post

De wegens majesteitsschennis tot tien jaar gevangenisstraf veroordeelde Thaise vakbondsleider Somyot Prueksakasemsuk krijgt de Jeon Tae Il Labour Prize, een prestigieuze onderscheiding van de Zuidkoreaanse Confederatie van Vakbonden. Het is voor het eerst in de 23-jarige geschiedenis van de Labour Prize dat deze aan een buitenlander wordt toegekend. Het nieuws werd vandaag gemeld door het engelstalige dagblad de Bangkok Post.

Tegen de veroordeling van Somyot werd geprotesteerd door ondermeer de Europese Unie, de VN-commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR), Amnesty International en vakbondsorganisaties. Somyot was in 30 april 2011 opgepakt, vijf dagen nadat hij een petitie startte om tienduizend handtekeningen te verzamelen. benodigd om het parlement te bewegen tot herziening van sectie 112, de wet op de majesteitsschennis. De veroordeling tot 10 jaar cel volgde in januari 2013, kort na publicaties van twee satirische artikelen in zijn politieke tijdschrift  ‘De Stem van Taksin’ (de naar het buitenland gevluchte ex-premier, maar dan anders gespeld; zie reactie). In 2014 werd het door hem aangetekende hoger beroep tegen zijn veroordeling verworpen.

De toepassing van de Thaise wet op majesteitsschennis heeft op een breed front twijfels opgeroepen. Kernpunt van kritiek zijn de vage grenzen tussen lèse majestė pur, nationale en veiligheidsbelangen, waardoor de weg  is opengelegd voor politieke willekeur.  In het binnenland klinkt die kritiek noodgedwongen gesmoord, in het buitenland is men meer uitgesproken. De straffen zijn naar internationale rechtsnormen buitensporig streng. In 2015 drong OGCHR er bij de Thaise autoriteiten op aan art. 112 in lijn te brengen met internationaal geldende normen voor mensenrechten. Het Thaise bewind trekt zich van protesten echter niets aan.

Bij deze gelegenheid willen ook wij de zaak van Somyot in de schijnwerpers zetten. Wij  laten hem zelf aan het woord in een even heldere als schrijnende brief, die hij in 2014 vanuit gevangenschap schreef.

De brief werd eerder gepubliceerd op Thailandblog.

 

 

Een brief van Somyot Pruksakasemsuk

De wet op majesteitsschennis aanvechten vanuit een gevangeniscel

 

Ouddiep, Kuis, Somyot, Majesteitsschennis
Logo actie Somyot vrij

Laat in de avond zit ik in mijn cel. Het licht is aan, de andere gevangenen slapen en ik zit alleen ineengedoken tegen de muur. Ik denk aan de tijd vóór mijn opsluiting toen ik artikelen schreef voor het tijdschrift Voice of Taksin (‘De Stem van Thaksin’), waar ik redacteur en uitgever van was. Zwaar werk was dat maar het loonde de moeite, 30.000 exemplaren werden er elke veertien dagen gedrukt en verkocht. De lezers keken er naar uit en het werd vaak onderwerp van politieke discussies en commentaar. Sommige artikelen waren echt vuurwerk, de Thaise media en de conservatieve elite beschouwden ze als lasterlijk voor de Thaise monarchie.

Deze aantijgingen deden de reputatie van het blad goed, ze sloten aan bij de lezers die in die tijd voor politieke vrijheid en democratie streden.

Tussen 1992 en 2005 werkte ik aan de verbetering van de arbeidsomstandigheden in Centraal Thailand. Ik raakte goed op de hoogte van de ontberingen, het lijden en de wanhoop van de arbeiders in de fabrieken en van de uitbuiting door hun werkgevers. Deze schandelijke toestanden waren het resultaat van een ongebreidelde groei van de industrie in het najagen van hogere winsten. De inkomenskloof tussen rijk en arm groeide navenant. Ik stak veel tijd en energie in het bevechten van betere werkomstandigheden, het recht op goed loon en zelfrespect van de arbeiders. Na jaren van strijd zijn de omstandigheden weliswaar verbeterd maar ze voldoen nog steeds niet aan internationale normen.

In 2008 werd ik gevraagd deel te nemen aan de opkomende roodhemden beweging, de United Front for Democracy against Dictatorship (UDD) in het noorden van Thailand. De betogingen van roodhemden waren toen nog maar klein maar dat veranderde met de komst van de nieuwe regering van de Democraten van Abhisit Vijjajiva in 2008. De Democraten vinden steun bij de geelhemd beweging, die zeer conservatief en royalistisch was.

Onze onverminderde inzet leidde in september 2012 tot een grote demonstratie in Chiang Mai met meer dan 10.000 mensen. Ze eisten de vrijlating van de UDD politieke gevangenen die waren opgepakt bij het hardhandig neerslaan van de roodhemden demonstraties in april-mei 2010.

In 2009 waren roodhemden in Thailands zuidelijke provincies nog niet georganiseerd. In die tijd kreeg ik een uitnodiging voor de onthulling van een monument ter nagedachtenis aan de Red Tank Tragedy in de zuidelijke provincie Phattalung. Deze Tragedy vond plaats in het midden van de zeventiger jaren. Het Thaise leger onderdrukte communistische activiteiten met grof geweld, slachtoffers werden uit helikopters gegooid of levend in olievaten verbrand. Ik greep die gelegenheid aan om er een roodhemdenbeweging op te zetten en kwam nog vele malen terug. Mijn inspanningen hebben geleid tot een seminar met meer dan duizend deelnemers.

Tegen 2008 kreeg de roodhemden beweging in de Isaan, het noord-oosten van Thailand, vaste grond onder de voeten. Het is de armste regio van het land en vormt de machtsbasis van de Pheu Thai Partij waarmee de roodhemdenbeweging verwant is. In 2009 kon ik daarbinnen actief worden. Ik nam in het midden en oosten van Thailand deel aan demonstraties en seminars. Die activiteiten stonden open voor iedereen, ongeacht achtergrond of maatschappelijke positie. Ze richtten zich op verbetering van de Thaise samenleving in het algemeen, en niet alleen van de elite.

Ik ben geen volksleider of politicus. Ik kan geen massa’s toespreken. Ik ben niet bekend. Maar ik ben erg bezorgd over het onrecht in de Thaise samenleving en ik zie de noodzaak in van hervormingen. Ik wil deel uitmaken van de roodhemdenbeweging om voor democratie, gelijkheid, vrijheid en rechtvaardigheid op te komen. De hoogste macht in Thailand komt toe aan het volk als geheel. Om die reden heb ik de Voice of Taksin geredigeerd en uitgegeven. Het was een belangrijke publiciteitsbron voor de roodhemdbeweging. Er is me overtreding van de wet op majesteitsschennis ten laste gelegd met als gevolg dat ik in april 2011 werd gearresteerd. Dit gebeurde nadat ik in het openbaar ervoor had gepleit deze wet te amenderen. Ze is in strijd met de Internationale Conventie omtrent de Mensenrechten welke ook door Thailand ondertekend is. Ik werd niet in kennis gesteld van de aanklacht of van het arrestatiebevel.

Ik heb in totaal 15 keer een verzoek ingediend om op borgtocht vrij te komen, steeds zonder resultaat. Borgtocht wordt wel toegekend bij ernstiger misdrijven en zelfs in geval van de doodstraf. Die jarenlange procesgang tot uiteindelijk aan het Hooggerechtshof is slopend zonder vrijlating op borgtocht. Een gedetineerde leeft in een overvolle ruimte, ziekte heerst alom. Elke dag word ik gekwetst en beledigd. Ik kan daarnaast geen gebruik maken van privileges die gewone veroordeelden genieten, zoals studiefaciliteiten.

Ik kan ook geen beroep doen op amnestie of voorwaardelijke vrijlating omdat in het Thaise rechtssysteem voorarrest niet meetelt. Als ik schuld zou bekennen en een ander in mijn zogenaamde misdaad zou betrekken, zou ik van koningswegen gratie kunnen krijgen. Maar dat druist in tegen mijn morele beginselen.

In mijn opvatting behoort majesteitsschennis niet per wet geregeld te zijn, ik ben daarom niet schuldig. Als de koning mij dus gratie zou verlenen en ik die zou aanvaarden, dan zou ik nog steeds een gevangene zijn en wel een gevangene van mijn geweten. Ik ga liever door op mijn lijdensweg zodat ik kan strijden tegen onrecht en misbruik van recht, ook al zal ik dan uiteindelijk schuldig worden bevonden, tenzij ik eerder sterf.

Vanuit mijn cel kijk ik omhoog. De maan is versluierd, sterren zijn er niet. Ik denk aan mijn familie. Precies drie jaar geleden werden we van elkaar gescheiden. Ik ben er trots op dat mijn kinderen ondanks alles toch naar de universiteit konden gaan. De hemel is donker, even donker als het morele besef in de Thaise maatschappij.

Hopelijk zal eens het licht de duisternis overwinnen.

Bron: Bangkok Post, 29 april 2014
Vertaald en ingezonden door Tino Kuis en Alex Ouddiep

 

 

 

 

 

 

Redactie
Over Redactie 589 Artikelen
De auteursnaam van de redactie van Trefpunt Azië. Wij publiceren onder deze naam berichten van de redactie en bijdragen die niet onder naam van de bron kunnen worden geplaatst.

1 Comment

  1. Een kleine correctie die aan de strekking van het verhaal niets afdoet:
    Het blad waarvan Somyot redacteur was heette inderdaad ‘Voice of Taksin’ maar in het Thais staat eronder เสียงของทักษิณ en dat laatste woord is Thaksin. Mogelijk heeft men ‘Thaksin’ als ‘Taksin’ gespeld omdat koning Taksin niet uit een koninklijk geslacht kwam (hij was een Thaise allochtoon) en door de roodhemden werd beschouwd als man van het volk.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.