Politiek is afrekenen


Je hoort tegenwoordig veel geklaag over de ‘afrekencultuur’ in de politiek. Politici, partijen en bestuurders zouden steeds vaker het doelwit zijn van de onvrede van de burger. Ze kunnen weinig goed doen. Sommigen moesten onlangs zelfs de benen nemen voor een paar opgefokte types. Op de kermis, als die weer open mag, zou de politicus de ideale kop van jut zijn.

CDA Kamerlid Pieter Omtzicht wordt belaagd door betogers.

Niettemin, die afrekencultuur is onmisbaar in de politiek. Het moet alleen niet uit de hand lopen en ontaarden in lijfelijk geweld. Afrekenen is de enige manier om een land te besturen. Fouten moeten worden gecorrigeerd, politici/bestuurders moeten zich verantwoorden en zich onderwerpen aan het oordeel van de burger. Dat is de essentie van de democratie. Al het andere is bijvangst.

Verkiezingen zijn voor de burger de gelegenheid om zijn rekening in te dienen. Heeft partij zus en zo met partijleider die en die wel of niet geleverd wat hij heeft beloofd? Hebben ze, als ze regeerden, dat naar behoren gedaan of hebben ze er een potje van gemaakt? En als ze in de oppositie zaten: hebben ze iets klaargespeeld of bleef het bij machteloos geblaat? Wanneer de burger in zijn ondoorgrondelijke wijsheid zijn oordeel heeft geveld, hebben partij en politicus dat maar te slikken.

Het is inderdaad een schrale opvatting van de politiek. Er wordt geen rekening gehouden met intenties, fraaie vergezichten en visies. De inzet van de politicus wordt niet altijd op de juiste manier gewaardeerd. De nadruk ligt teveel op het tekortschieten. Het voordeel van de twijfel wordt te weinig toegepast. Het is, kortom, een pragmatische, om niet te zeggen cynische, benadering van wat al die mensen in parlementen, provinciale staten en gemeenteraden voor ons, u en mij, doen.

In die opvatting is nauwelijks plaats voor idealisme, toch vaak de drijfveer om in de politiek te gaan. Het is zakelijkheid troef, op het bloedeloze af. Dat politiek ook strijd is, over ideeën, principes en belangen, met de bijbehorende sentimenten en emoties, speelt daarin een ondergeschikte rol. Dat mag in de campagnes en in de grote beleidsdebatten. Graag zelfs, leven in de brouwerij, maar uiteindelijk telt net als in de sport alleen het resultaat. En dat is de kwaliteit van het bestuur.

De burger is niet alleen de bewuste kiezer met al dan niet een uitgesproken voorkeur voor een bepaalde partij. Hij is ook een consument. Over die kant van het burgerschap willen de geleerden nog wel eens de neus ophalen. Alsof het beneden zijn waardigheid als burger zou zijn om waar voor zijn belastinggeld te eisen. Zoals je de overheid ook vooral niet zou mogen zien als een dienstverlener die net als een onderneming moet zorgen dat zijn spullen en prestaties op zijn minst in orde zijn.

Het is een ontwikkeling die begonnen is met het einde van de ideologieën en in de polder met de ontzuiling die in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn beslag kreeg. Tijdens de verzuiling stemde je als sociaaldemocraat op de sociaaldemocratische partij, was je lid van de sociaaldemocratische vakbond, luisterde je naar de sociaaldemocratische omroep, las je de sociaaldemocratische krant en ging je sociaaldemocratisch korfballen. Voor de andere zuilen, katholiek, protestant en liberaal gold mutatis mutandis hetzelfde. Vaak letterlijk van de wieg tot het graf.

Die honkvaste burger ontpopte zich na de ‘culturele revolutie’ van die jaren zestig vaak als een zwevende kiezer. Ironisch genoeg ging dat zeker in het begin gepaard met een opleving van linkse ideologieën en de rechtse reactie daarop. Op den duur ebde dat weg. Het was vooral een ‘levensgevoel’, horend bij een bepaalde fase, inclusief de dwarse standpunten. Niet iets dat zou beklijven.

Na de Val van de Muur in 1989 was het helemaal gedaan met de ideologische opwinding. Het was misschien niet ‘het einde van de geschiedenis’ en de triomf van de liberale democratie, maar het zag er een tijdlang wel naar uit. In die jaren kreeg de bestuurlijke zakelijkheid weer de overhand. Ook bij de sociaaldemocraten. PvdA-leider en minister-president Wim Kok begon ‘ideologische veren’ af te schudden en sloeg met de Britse en Duitse kameraden een ‘derde weg’ in, een middenweg tussen te veel markt en te veel staat. Het is zijn partij niet goed bekomen.

Wim Kok samen met de Amerikaanse president Bill Clinton.

Die zwevende kiezer groeide daarin mee. Levensbeschouwing, laat staan politiek als levensvervulling, telde gaandeweg steeds minder mee. Met uitzondering natuurlijk van de (linkse) getuigenispartijen, waar de boodschap de hoofdzaak blijft en die in de polder hun eigen hoekje uit de wind mogen koesteren zonder vuile handen te maken. Maar de staat, de overheid, het bestuur moest nu toch vooral besturen. Problemen oplossen, daar gaat het om. En geen half werk leveren.

Over oorzaak en opkomst van het populisme kun je theorieën ontwikkelen tot je blauw ziet. Een van de oorzaken is ongetwijfeld dat de overheid de – te hoog gespannen? – verwachtingen van de burgers niet heeft waargemaakt. We hoeven hier niet het hele assortiment aan (vermeend) overheidsfalen af te werken. Maar een burger die gebrandmerkt wordt als fraudeur, afgeblaft wordt aan de balie, verdwaalt in regelgeving en zijn kluitje maar in het riet moet zien te vinden, wordt narrig. Hij verliest zijn vertrouwen in de overheid. Dat zie je ook terug in zijn stemgedrag.

Premier Rutte na de val van zijn kabinet over de toeslagen affaire.

Hij haalt zijn gram en rekent af. Al de affaires van de afgelopen jaren, van het aardgasdrama in Groningen tot het toeslagenschandaal, zijn voor hem een bewijs van een overheid die niet voor haar taak berekend is. Al die rapporten en parlementaire onderzoeken en de gebruikelijke rituele hand in eigen boezem, zijn prachtig maar zolang er geen daden volgen, heeft hij er terecht geen boodschap aan. De bestuurders moeten spijkers met koppen slaan en in de toekomst soortgelijk ellende voorkomen. Dat is het minste wat je als burger mag verwachten.

Meer wil hij trouwens meestal niet. Hij zit niet te wachten op te grote woorden om vervolgens afgescheept te worden met (te) kleine daden. Het verrassende is dat hij ondanks alles nog steeds zo coulant is. De grootste regeringspartij, de VVD, en haar leider, minister-president en dus eindverantwoordelijke, Mark Rutte staan volgens de peilingen op winst. Maar als de blunders zich blijven opstapelen, zal de burger dat de dames en heren bij de eerstvolgende verkiezingen ongetwijfeld inpeperen.

Dit is het laatste deel van een serie naar aanleiding van de Nederlandse verkiezingen.
Eerdere delen: Vertrouwen als smeerolie, Nog een keer en dan wegwezen, Het gaat weer om het midden


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 257 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*