Please Please Me

Met een ruk stond zij op, opende de schuifdeuren naar het balkon, snelde naar de balustrade en leunde daar overheen als een zeezieke. Alleen, beneden haar was geen water, laat staan een kolkende zee die het schip bestormde als zijn grootste vijand. Onder haar was slechts een wildgroei aan planten die als golven over elkaar heen duikelde. Zij leunde voorover. Zich vasthoudend aan het hekwerk. Haar hoofd naar beneden gericht. Een kleine sprong zou het betekenen. Een kleine sprong en terecht komen tussen de wildgroei aan planten die waarschijnlijk haar val zouden breken, haar zelfs zouden terugveren als iets onbenulligs wat hun rust verstoorden.

Zou zij het durven. Met belangstelling bekeek ik het tafereel. Natuurlijk durft zij niet. Net zo min als dat zij het zou durven de trekker over te halen als zij de loop van een pistool tegen mijn slaap zou zetten. Het idee dat de inslag van een kogel mijn hersenpan zou openrijten waarna te zien zou zijn hoe de hersens bloederig en wel naar buiten puilden. Een heel leven aan herinneringen, behendigheden, ervaringen verspreidt over restjes schedel. Een bloederige massa van wat eens de geest van een mens vertegenwoordigde.

800px-Pasadena_Colorado_Street_Bridge_2005

Als zij wel zou durven te springen, moet zij dat vooral doen met haar hoofd naar beneden. De meeste kans op succes. Het linkerbeen over de balustrade, je afzetten met het rechter, dan de val, en in die val je zo zien te draaien dat je hoofd recht naar beneden is gericht. Probeer het maar eens. Je moet een acrobaat zijn om dit te kunnen. En zij is geen acrobaat. Althans, niet met het lichaam. Zij is veeleer een acrobaat in haar denkwereld waarmee zij mij probeerde te manipuleren. Mij op te laten springen, uitroepend, niet doen! Het spijt mij, in godsnaam, niet doen! Maar ik hield mijn kop. Keek slechts. Wachtte af terwijl ik allang zag in haar lichaamshouding dat de sprong niet gemaakt zou worden. Net zo min als dat zij de trekker zou over halen.

Het is een spel. Geleerd uit de Thaise soaps waar moord en doodslag aan de orde van de dag zijn. Uit het leven gegrepen. Afgunst, manipulatie, onzekerheid over het eigen bestaan. Via de Thaise televisie wordt het dagelijks de huiskamers in geslingerd. Het is maar spel. En zij speelde het spel aan de rand van de balustrade waarvan het hekwerk haar tegen hield. Hoelang nog, vroeg ik mij af. Eeuwig, vreesde ik. Spring dan, wilde ik roepen. Vooruit, spring dan. Beter dan dat je aan een revolver weet te komen om de loop van dit tuig tegen mijn slaap te houden met de dreiging dat je me zal vermoorden. Waarom? ‘Omdat ik je haat,’ zou zij gillen. ‘Haat is ook liefde,’ zou ik zeggen.

800px-Pasadena_Colorado_Street_Bridge_2005

De dwang tot de daad van zelfvernietiging, of anders wel de vernietiging van de nieuwsbode, was het gevolg van mijn absolute afkeer gebonden te zijn aan een persoon. Man, vrouw, kind, maakt niet uit, maar iets dat mij wil beroven van mijn vrijheid krijgt het met mij aan de stok. Ik heb het nooit gekund, vrijheid op te geven en dat spijt mij omdat het niet leuk is anderen te moeten teleurstellen in hun verwachtingspatroon. Reacties op mijn vrijheidsdrang heb ik jarenlang op heel veel verschillende manieren mogen ervaren. Van een ontroerend tranendal tot een opgelucht ademhalen, maar nooit dat de persoon in kwestie suggereert in staat te zijn zichzelf te vernietigen. Daar moet je dan blijkbaar voor in Thailand zijn waar hele bevolkingsgroepen de dagelijkse over hun uitgestrooide soaps bewonderen en met wat daarin gebeurt als levensecht beschouwen. Ik keek dus naar een soap na mijn eenvoudige mededeling dat het allemaal te lang geduurd heeft. Alles. Hier moest een eind aan komen. Zo kon ik niet voortleven. Ik dreigde haar speeltje te worden in plaats van het omgekeerde. Ik ben zeventig. Ik kon het niet meer aan, half samenlevend met een halve nymfomane. ’s Middags wil ik slapen. Een uur, misschien wel twee. Dan lag zij met haar hoofdje op mijn rechterschouder en kriebelde haar haren onder mijn neus waardoor ik telkens moest wrijven van dat gekriebel. Zo slaap je niet. En al helemaal niet als haar hand zich naar mijn kruis verplaatste in de hoop dat daar iets te ontdekken viel wat haar wellust kon bevredigen. Ik werd er gek van. Dertig jaar jonger had ik het nog het avontuur van mijn leven gevonden.

800px-Pasadena_Colorado_Street_Bridge_2005

Dertig jaar terug, maar toen was zij twaalf. Leefde in een gezin met elf broers en zussen. Daar, in de Isaan. Misschien dat haar ouders de verdeling in het geven van liefde aan hun kinderen een rol hebben gespeeld. En haar behoefte lief gehad te worden nooit is erkend. Dat zij daarom constant bezig is te zoeken naar een bevestiging van haar bestaan. En dit uit in het hebben van seks. Ik heb je bestaan toch bevestigt, dacht ik. Ik heb grote risico’s genomen voor jou. Ik ben hierdoor veel, heel veel kwijtgeraakt. Ik heb een strijd verloren om jou te bevestigen in je bestaan. En nu dreig je je bestaan teniet te doen op een wel zeer afdoende manier. Of, als je het zou durven, mijn bestaan te wreken omdat ik niet langer kan toegeven aan jouw wil. Je vervalt in een soap, speelt na wat je dagelijks op televisie ziet. Je speelt de miskende vrouw. En ik wachtte af. Keek naar je hoe je aan de balustrade stond en dreigde te bevestigen dat jouw leven waardeloos is. Wat speel je na. Welk succes verwacht je. Spring dan. Ik hou je niet tegen. Ik heb je alles al gegeven wat ik had. Spring dan. Je durft het toch niet. Want tegelijk denk je aan je kinderen. En je wilt hun geven wat je zelf hebt moeten ontberen. Je springt niet. En mij zal je niet vermoorden. Want je zal gaan begrijpen dat ik niet onder de indruk raak van gemanipuleer en dreigementen. Een soap is iets wat ik zie als een soap, en niet als een uit het leven gegrepen verhaal. Spring dan!

Zij liet het hekwerk los. Zij draaide haar rug naar het gat beneden haar. Haar ogen vol tranen. Ik stond op. Pakte haar hand. Leidde haar naar binnen en gaf haar een glas water.

NB: Op de foto de Pasadena Colorado Street Bridge, ook wel de Zelfmoordbrug genoemd.

 

 

Bert van Balen
Over Bert van Balen 453 Artikelen
†Bert van Balen (20 juni 1945 - 26 oktober 2018) verbleef een decennium lang regelmatig in Thailand, vooral in Chiang Mai. Bert leerde als autodidact van zijn hobby fotografie zijn beroep te maken. HIj was ook chauffeur, magazijnbediende, semi beroepszeiler, redacteur en journalist voor Kidsweek en flierefluiter. De reden tot zijn regelmatig langdurig verblijf in Thailand is terug te vinden in zijn boek: Hoera, ik heb kanker. Te bestellen via Bol.com