Cambodja: Phnom Penh en de kattenmadam

Bet Vos. Cambodja: Phnom Penh en zijn daklozen.

Ze ‘woont’ naast de ingangspoort van Wat Ounalom aan Street 271 tegenover mijn guesthouse. Met een zakken vol kleding, spullen en een paar tassen heeft ze een ‘thuis’ gecreeerd. Ze is een van de vele daklozen in Phnom Penh.

Slapen doet ze onder een laken in een houten kar die tegen de tempelmuur staat. Monniken geven haar elke ochtend een kom rijst met groente. De nachtwaker van Ounalom houdt een oogje in het zeil. Haar enige gezelschap zijn drie katten die elk aan een lang touw vastzitten. Naast haar een koelbox met flesjes water en blikjes Angkor Wat bier.

Waterfestival Phnom Pemh

Het is het waterfestival van 2014. En die ga ik helemaal uitzitten heb ik mij voorgenomen plus een extra week in deze inspirerende stad. Het tempelcomplex ligt op mijn route naar de rivier waar de bootraces gehouden worden. Als ik voorbijloop zegt ze steevast: You want water? You want me? No money, no food.’ Haar tandeloze mond laat een lach zien. Ik geef haar dan een dollar en neem het water niet aan. Met een knikje stopt ze het in een zakje dat om haar nek hangt. Een van de pensionmedewerkers vertelt mij dat ze gek is en van katten houdt. Volgens hem is ze door haar familie verstoten en bivakkeert ze al enkele maanden op straat. De hoofdstad van Cambodja heeft veel oudere daklozen die zichzelf maar moeten redden.

Bert Vos. Cambodja: Phnom Penh en zijn daklozen. Het is een kleurrijke verschijning. Met blouses, rokken, shirts en sjaals in de kleuren van de regenboog. Zilverkleurige sieraden om haar nek, ringen om de vingers en een serie armbanden on de pols.

Met een tandenloze mond spreekt ze de voorbijgangers aan. Of ze een koude Angkorbier voor 1000 riel of een flesje water voor 500 riel willen. In de ochtend maakt ze zich op voor een spiegeltje. Wassen mag ze in de toiletruimte van de tempelschool. Haar kleren zijn altijd onberispelijk schoon.

 

Katten

Haar katten, kittens nog, vinden hun gebrek aan bewegingsvrijheid, gezien hun speelse en relaxte gedrag, wel prima zo. Mijn eerste ingeving is, ik bevrijd ze. Maar het zijn de enige levende wezens die echt om haar geven en voor gezelligheid zorgen. Ook zien ze er beter uit dan andere zwerfkatten. Straatverkopers die met haar lot begaan zijn geven restjes vis en vlees voor de drie katten. Haar een dollar geven en een praatje maken wordt een dagelijks ritueel.

Als op een nacht een tropische regenbui drie uur lang heeft huisgehouden en ik om zeven uur op het balkon sta zie ikBert Vos. Cambodja: Phnom Penh en zijn daklozen.  dat de straat een rivier is geworden. Het eerste wat ik denk. Waar zijn het vrouwtje en haar katten? Maar ze is gered door de monniken die haar op het, ’s nachts afgesloten, terrein hebben toegelaten. Als de zon weer schijnt en het water zijn weg zoekt naar de rivier staat ze er weer. Ze ziet mij en zwaait naar boven. Met mij gaat het goed gebaart ze. Om van de schrik te bekomen stop ik haar een dollar in haar hand als ik voor de lunch haar ‘woonplek’ voorbijloop. De katten kirren me tegemoet.

Tempelterrein

Een paar dagen later vraag ik mijn tuktuk-chauffeur om te vertalen. Hoe zit dat nu met die katten wil ik weten. “Ik houd ze een tijdje bij me omdat ze nog erg jong zijn. Zo niet dan vallen de volwassen katten ze aan op het tempelterrein of ze worden meegenomen en opgegeten. Als ze ouder zijn laat ik ze gaan,” vertelt ze en vraagt meteen of we een flesje water willen kopen. Sindsdien laat ze me telkens, wanneer ze me ziet, zien dat het goed gaat met haar kameraadjes.

Op een avond als ik na een koud biertje de trap van het pension wil oplopen rent ze me tegemoet. Ze heeft 8000 riel (twee dollar) te weinig voor eten. Alsof ze me al jaren kent neemt ze zwijgend het biljet aan en klampt een straatverkoper aan. Tijdens de laatste dag van het Waterfestival breng ik haar een warme Mozzarellapizza van pizzeria Dolca Vita. Voor haar is het ook feest, opper ik. Verbaasd kijkt ze me aan. De katjes springen tegen haar op.

Bert Vos. Cambodja, Luchhaven Phnom PenhKattenmadam

De twaalfde dag in Phnom Penm rijdt de tuktuk voor om mij naar het vliegveld te brengen. Ik leg mijn rugzak op de bank en loop naar de kattenmadam, zoals ik haar ben gaan noemen. “You go? I go with you.”

Ik zeg goodbye, goodluck en streel een kitten over zijn knokige koppie. Ik geef haar tien dollar en verdwijn uit haar leven.

 

Dit is een herschreven column uit 2014 die op de site Aziatische Tijger Het Kattenvrouwtje van Phnom Penh heette.

Bert Vos
Over Bert Vos 75 Artikelen
Bert Vos is journalist, publicist en ZZP'er in Amersfoort. Hij is ook een enthousiast Thailand-reiziger.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*