Peter’s kunststukjes. De schatkamer van het verleden


Een herinnering is het denken aan en soms ook het nadenken over een gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen uit het verleden. Het is een activiteit, persoonlijk, nooit helemaal afgerond en compleet en wordt meestal gekleurd en/of vervormd door ervaringen die later hebben plaatsgevonden. Wetenschappelijk valt er vast en zeker van alles op deze definitie af te dingen, maar vooruit, er valt mee te werken.

Waar geheugenwetenschappers, en zij niet alleen, het zonder uitzondering wel over eens zijn is dat het geheugen en dus de herinnering vaak volstrekt onbetrouwbaar zijn.De jurk van tante Agaath op de bruiloft van nicht Amalia was geen frivool laag uitgesneden zomerjurkje, zoals jij je in je verhitte puberfantasieën herinnerde. Amalia trouwde in hartje winter dus had tante Agaath een zedig gesloten ensemble aan. Zegt neef Tobias. De huwelijksfoto’s bewijzen zijn gelijk. Hoe had je er zo naast kunnen zitten?

Dat haperen van het geheugen is natuurlijk een handicap bij het beoordelen van verklaringen van ooggetuigen. Vraag dat maar aan politiemensen. Hoeveel rechercheurs zijn niet tot wanhoop gedreven door mensen die hetzelfde misdrijf moeten hebben gezien en volstrekt iets anders beweren? Als kompas door zelfs het meest recente verleden is het geheugen te vaak onbruikbaar. Niet eens uit kwader trouw. Het leggen van rookgordijnen en dwaalsporen gebeurt zelden bewust.

Peter van Nuijsenburg, De schatkamer van het verleden 1

Wat voor de wetenschap en de politie een handicap is, is voor de kunst een zegen. In de eerste plaats voor de literatuur. De onbetrouwbaarheid van het geheugen is een vrijbrief tot fabuleren. De oorsprong van vrijwel elk schrijverschap ligt in het eigen verleden. Of je nu thrillers, historische romans, of geheel eigentijdse, modernistische verhalen schrijft over de woelingen van het bestaan in het huidige tijdsgewricht, je ontkomt niet aan wat je hebt vroeger hebt beleefd. Er is vrijwel altijd een ervaring, een gebeurtenis, een herinnering die de sleutel blijkt te zijn. Nadat tante Agaath je stuntelige avances lief lachend maar beslist had afgewezen, schreef je je eerste, van Weltschmerz doortrokken poëem.

De rol van de herinnering is natuurlijk het meest evident in genres als de (pseudo-)autobiografie en memoires. De schrijver kan de hiaten in zijn verhaal opvullen met verse, vaak tijdens het schrijven spontaan opgewelde herinneringen. Hij kan daarmee wegkomen door er met uitgestreken smoel bij te vermelden dat ze misschien niet werkelijkheids-  maar in elk geval waarheidsgetrouw zijn. Het hangt dan van zijn talent af of we hem willen geloven.

We hebben er in elk geval meesterwerken als Recherche du temps perdu van Marcel Proust, Speak Memory van Vladimir Nabokov en Dance on the music of time van Anthony Powell aan te danken. En in de vaderlandse taaltuin staat daar tussen het dorre kreupelhout en onkruid, vol in blad als een magnifieke, krankjorume wonderboom, het unieke, onvergelijkbare oeuvre van Gerard Reve.

Peter van Nuijsenburg, De schatkamer van het verleden 2

Akkoord, dat is de literatuur. Die is bij uitstek geschikt voor het beschrijven van en spelen met herinneringen en het manipuleren van de lezer. De schrijver en de herinnering ontmoeten elkaar in de taal. Maar hoe zit het in de beeldende kunst? Hoe doet de schilder of beeldhouwer het die zich met een heel ander medium, met kwast en verf, klei, steen en beitel, moet zien te redden. Hoe geeft hij vorm aan zijn herinneringen? Is het überhaupt wel mogelijk? Gaat het wel zonder begeleidende tekst die de toeschouwer uitlegt waarmee hij oog in oog staat?

Er zijn uiteraard beeldende kunstenaars voor wie de herinnering een bron van inspiratie is. Soms zijn het traumatische ervaringen zoals die van Louise Bourgeois wier werk vrijwel volledig in het teken staat van een dominante vader die haar in haar jeugd emotioneel ernstig verwaarloosd zou hebben. Of Joseph Beuys die zijn oorlogstrauma’s, al dan niet gefingeerd, tot het hoofdthema van zijn werk heeft gemaakt.

Ook van Francis Bacon zou je kunnen zeggen dat zijn in zijn jeugd opgedane homo-erotische, sadomasochistische obsessies doorwerken in zijn kunst. Alleen, je kunt je afvragen of de argeloze kijker, die niets van het leven van Bourgeois, Beuys of Bacon, weet, dit ook zo zou zien. Zonder enige voorkennis of de teksten uit catalogi of biografieën is de kans groot dat het hem zou ontgaan. De ervaringen en de herinnering daaraan laten zich niet zo eenduidig in schilderijen en installaties verwerken. Het medium leent zich er niet voor. Dat kun je trouwens ook als winst zien.

Peter van Nuijsenburg, De schatkamer van het verleden 3

Het wordt heel iets anders als we afstand nemen van de hoogst persoonlijke ervaringen en herinneringen zoals bij Bacon, Beuys, Bourgeois en wie we verder aan de lijst willen toevoegen, en de oversteek maken naar een ander mentaal landschap. Daarin is de herinnering minder persoonlijk en minder rechtstreeks afkomstig uit de eigen, autobiografische beleving. Het gaat veel meer om een breder en algemener gedeeld verleden.

De Duitse schilder Anselm Kiefer is in zijn werk onmiskenbaar gefascineerd, om niet te zeggen geobsedeerd, door de nazi-tijd. Zijn monumentale, letterlijk loodzware, met ijzer, aarde en stro volgepakte grijs-bruin werken die in naam schilderijen zijn maar eigenlijk installaties, zijn een machtig herinneringsspektakel.  Het is pure Romantiek, overweldigend en Teutoons als een opera van Wagner. Kiefer graaft en spit in het zwarte Duitse verleden maar of het zijn eigen verleden is, zijn eigen herinneringen zijn, doet niet ter zake. Het zegt alles over de kwaliteit van zijn werk dat we ons die vraag niet eens stellen.

En ja, we kunnen er, – weer -, niet om heen. Ook in de omgang met onze al dan niet betrouwbare herinneringen en de fascinatie met het verleden blijven we, of we het willen of niet, of we het ons bewust zijn of niet, kinderen van de Romantiek.

Peter van Nuijsenburg, De schatkamer van het verleden 4

Natuurlijk, er werden voor die tijd wel memoires geschreven, door Giacomo Casanova bijvoorbeeld, maar dat zijn in zijn geval vooral verslagen (vaak de moeite waard, trouwens) van zijn escapades en over wie en wat hij verder op het veelbewogen levenspad tegen kwam. De zieleroerselen bleven buiten het bereik van de ganzeveer.

Vergelijk dat eens met de herinneringen van Jean-Jacques Rousseau, de peetvader van de Romantiek en ‘uitvinder’ van de autobiografie. Rousseau trekt in zijn memoires die hij niet voor niets ‘Bekentenissen’ noemde, sans gêne en vol overgave alle emotionele registers open.  Of het allemaal wel klopte wat hij schreef, is vers twee.  Daar ging het ook helemaal niet om. Het ging om de herinneringen, gevoelens, sentimenten en emoties van één man, J.J. Rousseau. En zeg niet dat hij geen school heeft gemaakt.

NB: De illustraties zijn afkomstig van ‘False Memories’ een solo expositie van de Italiaanse kunstenaar SKAN in 2016 in “1963 Gallery” in Londen. SKAN verbeeldt het psychologische fenomeen van mensen die gebeurtenissen herinneren die niet hebben plaatsgevonden. Dat doet hij door het uiterlijk van mensen te vervormen.

 


Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 233 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.