Peters kunststukjes: Helder, graag, helder

De Verlichting is zoals we weten een filosofische stroming die obscuur denken wilde uitbannen. Dat loffelijke streven strekte zich uit tot vele terreinen. Religie, moraal, politiek, je kunt het niet zo gek bedenken of de stofkam ging er door. Duidelijkheid werd de maatstaf waar elke tekst langs gelegd werd. Helder denken en helder schrijven werden een onafscheidelijk paar.  Er ging onmiskenbaar een weldadig zuiverende werking van uit.

Over beeldende kunst werd voor die tijd niet op grote schaal diepgaand nagedacht. Kunst was een ambacht, de schilder of beeldhouwer maakte iets en dat werd mooi of minder mooi gevonden en dat was het dan. Zijn werk werd in principe volgens dezelfde criteria beoordeeld als dat van de timmerman, schoenlapper of kuiper. Vakmanschap, dat draaide het om. Daar hoefde je niet veel grote, deftige woorden aan vuil te maken. Immanuel Kant, boegbeeld van de Duitse Verlichting, was de eerste moderne denker van formaat die zich met de kunst heeft bezig gehouden. Hij bedacht een theorie over de esthetica en daarna was het hek van de dam. Kunst werd een serieus filosofisch onderwerp en ontwikkelde zich op den duur tot een specialisme. Op de faculteit der wijsbegeerte kun je sinds jaar en dag een kunstfilosoof tegenkomen.

Te vaak is het proza van kunstfilosofen ontoegankelijk

Waar zo’n filosoof ook over na mag denken, en dat is ongeveer alles, voor ons is in de eerste plaats van belang of  hij of zij heldere, leesbare en interessante teksten voortbrengt. Je mag er best moeite voor doen, enige eigen intellectuele inspanning is niet op voorhand af te wijzen, maar te vaak is het proza van de kunstfilosoof  ontoegankelijk voor de niet in ‘wijsgeerde’ (Gerard Reve)  geschoolde liefhebber.

Probeer maar eens  chocola te maken van een zin als: Architectuur is een deel van de immuniteitscultuur? Dat is de kop boven een willekeurig gekozen passage (blz 264/5) uit ‘Der ästhetische Imperativ’ van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk en hier voor u vertaald. Wat je je daarbij moet voorstellen is niet een twee drie duidelijk dus je hoopt dat de daarop volgende tekst enige helderheid verschaft. Het gaat zo te zien om niet niks. Ik zal u de rest besparen, maar u mag op mijn gezag aannemen dat het er ook na drie keer lezen niet duidelijker op werd. En Sloterdijk geldt als een van de belangrijkste filosofen van deze tijd.

Peter van Nuijsenburg, Helder graag helder, Peter Sloterdijk

Goed, zult u zeggen. Dat is Sloterdijk. En Duits. Maar er zullen toch ook  filosofen zijn die wel leesbare en begrijpelijke stukken hebben geschreven. Dat is natuurlijk ook zo en met name  in de Angelsaksische wereld zijn er filosofen, Roger Scruton, Arthur Danto, Denis Dutton om er maar een paar te noemen, en in hier te lande Maarten Doorman en Arnold Heumakers die regelmatig een helder betoog uit de laptop hebben weten te persen, maar zelfs zij zakken nu en dan weg in het moeras van het jargon.

Schrijvers over oude kunst zijn beter

Bij wie moeten we dan wel zijn voor genietbaar helder proza over kunst? Kunsthistorici, recensenten, kunstenaars zelf?
Het veld is natuurlijk te groot en onoverzichtelijk om een algemeen geldend oordeel te kunnen vellen. Veel verder dan de open deur dat sommige schrijvers het beter kunnen dan andere komen we niet. Dus wijlen Diederik Kraaijpoel is heel goed en iedereen die geïnteresseerd is in moderne en hedendaagse kunst kan bij hem terecht. Hij schrijft soepel, met grote kennis van zaken en is soms aangenaam vilein. Misschien wel de beste aanbeveling is dat hij in de officiële kunstscene met groot wantrouwen en soms afkeer werd bejegend.

We gaan hier geen opsomming geven van wie het wel en wie het niet kan. Dat is ook een kwestie van smaak en daarom weinig zinvol. Wat we wel kunnen doen is onderscheid maken tussen schrijvers over klassieke en moderne/hedendaagse kunst.
Daarbij valt op dat de schrijvers over de oudere kunst grosso modo beter zijn dan de collega’s van met name de allernieuwste kunst. Dat komt vermoedelijk omdat ze op hun terrein niet ontkomen aan de ambachtelijke aspecten van een kunstwerk.

Ze zijn daarin ook geschoold. Ze weten bij een oude meester waar ze op moeten letten: compositie, anatomie, stofuitdrukking, lichtval, kleurgebruik etc. Ze kunnen het onderhavige werk plaatsen in de ontwikkeling van de kunstenaar en al dan niet veranderingen in stijl of rare fouten vaststellen. Waarom bijvoorbeeld heeft Rembrandt op het net ontdekte ‘Portret van een jongeman’ die jongeman met een lamme hand geschilderd? Was die jongen daadwerkelijk gehandicapt, had Rembrandt geen zin of tijd meer, vond hij die hand te moeilijk of heeft een ateliergenoot er aan zitten knoeien?  Dat zijn vragen waarover je uiteraard kan speculeren en dat gebeurt dan ook maar ze gaan wel over dat schilderij.

Peter van Nuijsenburg, Helder graag helder, Rembrandt
Rembrandt: Portret van een jongeman

Dit  kan ook gezegd worden over de moderne meesters, vanaf de impressionisten tot en met schilders als Francis Bacon en Gerhard Richter die (ook) in de figuratieve traditie werken. Dat is meestal werk waar een verhaal over valt te vertellen al dan niet verrijkt met smeuïge details en anekdotes uit het leven van de kunstenaar.

Wartaal

Bij de hedendaagse kunst met haar inmiddels ontelbare stromingen is dat al een stuk lastiger en bij de zogeheten conceptkunst wordt dat praktisch ondoenlijk. En daar slaat de wartaal vaak in volle hevigheid toe. De handvatten waar de schrijvers over de oude en moderne meesters, – vakmanschap, vernieuwing en originaliteit binnen het genre -, zich aan kunnen vasthouden en die een helder, leesbaar verhaal mogelijk maken, ontbreken hier te vaak.

Vandaar dat we veel te lezen krijgen over al dan niet ‘kantelende perspectieven’, dan wel ‘verschuivende panelen’ om maar te zwijgen over het vele ‘baanbrekende’ dat de kunstenaar op zijn cv mag zetten. Het dieptepunt wordt zoals gezegd bereikt met de conceptkunst waarbij de tekst bij het werk, meestal een ‘installatie’,  of object belangrijker is dan dat werk of object zelf. Aan die tekst is vaak geen touw vast te knopen, ze is steevast pretentieus en op zijn best banaal of nietszeggend. En dat vindt  zijn weerslag ook weer in het proza van de recensent waarvan je ook soms niet zonder bewondering denkt: waar haalt ie het in hemelsnaam vandaan?
Akkoord, daar moeten we het dus niet van hebben.

Peter van Nuijsenburg, Helder graag helder, Kandinsky
Wassily Kandinsky

En de kunstenaars zelf, dragen die verhelderende steentjes bij? De oude meesters schreven zelden, ook niet over kunst. Met de opkomst van de moderne kunst, kwamen er  manifesten en programma’s, Dat zijn vaak oproepen en/of intentieverklaringen, bijvoorbeeld van de dadaïsten, futuristen, surrealisten. Er waren ook kunstenaars, zoals Wassily Kandinsky en Piet Mondriaan, die hun theorieën op papier hebben gezet, maar die zijn toch vooral voer voor specialisten.

Maar er is een schilder die met kop en schouder boven iedereen uitsteekt en misschien wel de beste schrijver ooit over kunst is. Inderdaad, Vincent van Gogh.

Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 183 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (64) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD. Voor deze laatste organisatie was hij correspondent in Johannesburg, Berlijn en Tokio. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*