Passerende mijmeringen geschreven met water (2)



 

prachuap-khiri-khan boulvard muurtje_1

Daar zit ik dan op dit muurtje langs de boulevard  in Prachuap Kiri Khan. Ik kijk er naar de zee, de Zuidchinese Zee, mijn zee, die me met zijn doopsel steeds opnieuw weet te zuiveren. Iedereen zijn eigen uitgeselecteerde plekken waar hij graag komt.

Camus hield het met de Middellandse Zee, die hij de oudste ter wereld noemde. Hij weefde er een fictieve Mediterrane cultuur omheen, waaraan hij zich met verrukking onderwierp. En hij zag dat het goed was.
 Het lyrisch proza dat hij er wijdde, werkt nog steeds. In Frankrijk zou je zelfs zeggen dat het aan een tweede jeugd bezig is.

Ik kom graag in dat land, maar deze oude mythe doet het bij mij niet meer. Ze levert me geen grondstof meer om dromen mee te maken.

Ze zitten in praatprogramma’s

Want hoor eens, waar is die cultuur dan buiten een vervormende herinnering aan de teloor gegane beschavingen van de Griekse diaspora en het Romeinse Rijk? Tussen Frankrijk, Syrië en Turkije is het op dit moment geen liefdesrelatie. Met ex-kolonie Algerije en Tunesië trouwens ook niet.

In praatprogramma’s zie je ze zo nu en dan zitten, die mannen met hun lange baarden. Voor minder dan werelddominantie doen ze het niet. De profeet heeft gesproken. De Koran heeft alles voor eeuwig vastgesteld en balt zich samen als een golf, die de Middellandse Zee over wil. Eigenlijk wil ze alle continenten bezetten. Het is de wil van Allah, die geen tegenstand duldt. God is groot…

Maar zelfs de Griekse geest, van oudsher toch hogelijk gewaardeerd op het Europese plat, wordt nu met de nek aangekeken. Maar dat heeft natuurlijk alles met economie en weinig met de Helleense droom van weleer te maken, waar menige Fransman – en zij niet alleen – zich zo graag aan verlustigt.


De Griekse goden hebben er nooit gedanst

Antonin Cee, Prachuap, Mijmeringen 2De volgende dag op het dodenuur van de middag als het zonlicht als kaarsvet van de palmen druipt, rijd ik naar Ao Manao.Een volmaakte halve cirkel van een baai, die uitloopt op bergen van kalkrots.
Voeten hebben ze nauwelijks. Ineens staan ze daar uit één blok gehouwen in de voorthollende vlakte van zee en land. Daar tussen ligt een gouden kraag van zand afgespeld met naaldbomen.

Op deze stranden langs de Golf van Thailand hebben de Griekse goden nooit gedanst en het is om die reden dat ze me zo bekoren. Hier heerst een andere zonnetragiek dan aan de Peloponnesische zee. Dáár werd eeuwen geleden al, gestart met een zoektocht naar het totale begrijpen dat zich altijd opsluit in woorden, totdat die exploderen. Hoe dat komt hoef je niet te vragen.

Woorden breken immers altijd op het onkenbare moment dat ze ter zake willen komen. Ze stollen in hun eigen betekenis en daarmee is het met ze gedaan.
Elk woord is eindig, dat zie je zo. Geen wonder dat je daar het Al niet mee te lijf kunt. Het AL laat zich niet opsluiten in een niet-Al, zo simpel is dat.

Het woord wil meer dan het kan, maar komt altijd adem te kort. Het wijst, het wijst, terwijl het weet: dit is het niet wat ik bedoel. Wie kan echt zeggen wat een steen is, een zandkorrel, een mens…Wie zou het trouwens aandurven, al was het maar voor een seconde, zichzelf echt te denken?


Het woord dat zijn voet tussen de deur zet

Antonin Cee, Mijmeringen, Prachuap Kiri Khan

Toch weet het woord op een wonderbaarlijke manier altijd meer te zeggen dan je op het eerste gezicht zou denken. Het rekt zich uit, zet zijn voet tussen de deur naar de wereld en fluistert tussen neus en lippen door naar de horizon waarin het rondwentelt.

Het heeft zijn eigen taalomgeving, waarin het zich thuis voelt.
 En ook dat is maar een woord, dat heus niet belangrijker is dan de rest. Want het ligt op zijn beurt ook weer ingebed in zijn eigen milieu. En daar gaan we dan, op weg naar de eeuwige regressie, waar de Dalai Lama zo bang voor is. Ik niet.

Ook dat laatste is niet meer dan een gestold stukje denken, waarmee we het ongrijpbare proberen te pakken. Mystici hebben nooit iets anders beweerd. 
Maar een handicap is dat niet.Juist door datgene te willen zeggen wat het niet kan en toch doet, ligt de kracht van het woord.

Musici weten dat ook. Muziek dankt haar zeggingskracht niet alleen aan de noten die gespeeld worden, maar voor een belangrijk deel aan de stilte die er tussen ligt.

Dit is een geschikt stuk steen, roept de steenhouwer verrukt. Op zich niet meer dan een artisanale opmerking. Geuit in alle onschuld voordat hij aan de slag gaat. Maar kijk eens aan, daar wipt het woord het deksel al van de doos van Pandora.

Het ene roept het andere op. Geen enkel woord is eenzaam. Want als er steen is, dan zijn er ook bergen en daarmee deze aarde. Woorden wijzen naar elkaar. Ze hokken samen. Het is alles of niets. Je roept er eentje en het hele universum treed aan.

Dichters zijn er dankbaar voor

Dat is een extra bonus, die we soms vergeten in ontvangst te nemen. Het woord kan bijzonder gul zijn en dat is iets waar dichters zo dankbaar gebruik van maken. Het zegt altijd meer dan het van plan is.

En het is omnipotent. Het kan alles. In een wip heft het de zwaartekracht op en brengt de doden tot leven. Zolang het haar fluïditeit behoudt, want anders is het afgelopen. Dan is het alleen nog maar doctrine. Maar ook dan is niets aan de hand hoor. We gaan gewoon op zoek naar andere, betere, diepere, meer geraffineerde, die ons weer wat vooruit schoppen.

In Ao Manao penseelt de zon met een harige kwast een zelfportret op het water. Hier op deze kusten is er geen behoefte het Al uit te putten. Wat hier daarentegen gezocht wordt, wordt een manicheïstisch evenwicht, dat steeds aanpassing vereist en waarin alles voorlopig blijft.

Alles komt en gaat. Is dat Boeddhistisch? Misschien wel. In ieder geval is het Goede nooit alleen maar goed, noch het Slechte uitsluitend slecht. Karmische uitingen, die het leven verder slepen.

Om dat zo te kunnen zien, moet het ego ontkend worden. Maar heb ik dat dan echt niet? Ben ik werkelijk ik-loos? Gautama zegt dat hij er op gemediteerd heeft. Goed naar binnen schouwend had hij bij hemzelf nergens een ego aangetroffen, alleen maar gedachten en gewaarwordingen, die kwamen en gingen. En hij concludeerde: alles is onbestendig, doet zich voor en verdwijnt weer.

Je steekt geen paraplu op als het niet regent

Maar zie eens wat de magie van het woord met een dergelijke uitspraak doet. Door het egoloze zo apert te stellen, krijgt het meteen een exclusieve plaats, die niet wenst te verdwijnen. Het idee fixeert en zet zich schrap tegen de tijd. Alles mag dan komen en gaan, maar dát nu juist niet.

Elke totale negatie ontkent wat het zo graag wil bevestigen. En andersom is dat ook zo. Het woord stolt, het krijgt eeuwigheidswaarde, waar het niet voor is uitgerust en het maakt korte metten. Het heeft zijn eigen betekenis op.

Vlieg dan maar semantieke vogel, vlieg door je hele verbale ruimte en pretendeer niet meer te zijn dan een stuk gereedschap. Soms ringsleutel 17 op andere momenten juist 13. Handigheidjes. Te gebruiken op de juiste plaats en tijd. Je steekt toch geen paraplu op als het niet regent…

Die oude Indiërs hebben het altijd geweten. Een paar eeuwen lang keken ze het egoloze Boeddhisme eens aan en vonden het toen welletjes. Want ze wisten dat alles wat zich overgeeft aan verstarde exclusiviteit, onmogelijk waarachtig kan zijn.


Het gaat de zaak in evenwicht brengen

Ze absorbeerden de leer van Gautama na er eens goed van geproefd te hebben. Want ze wilden overal rekening mee houden en bij voorbaat niets uitsluiten of verheerlijken. Er bleef het Boeddhisme niet veel over dan in ballingschap te gaan in landen zoals Sri Lanka en Thailand. En inmiddels is het ook Europa binnengetrokken. Ik heb me laten gezeggen dat er in Frankrijk haast een miljoen mensen zijn die zich Boeddhist noemen.

Dat is verheugend, want het gaat de zaak weer wat in evenwicht brengen. Een overmaat aan ego, dat is het nou ook weer niet. Als iedereen elkaar wat nadert en wat water in zijn wijn wil mengen…
Want anders ziet het er niet goed uit.

Hier in deze bevallige curve van Ao Manao schiet de zon op sommige avonden een laatste vuurpijl af aan de rand van de zee. Dan stijgt ook hier uit het rollende water dezelfde grommende angstkreet op als op alle andere plaatsen in deze wereld. Hoe kan zij al het vuil dat mensen over haar uitstorten blijven opnemen zonder leukemie te krijgen? Hoe moet dat verder als we niet tot een vorm van mondiale instemming geraken?

Daarna wordt het klauteren over de rotsen

Ik loop het water in dat zich als een lauwe mollusk tegen me aandringt en laat me meevoeren door de branding. Ik tel: zeven kleine golven, dan drie grote en vervolgens vier middelgrote. De toverkracht van de zee; ze poetst, boent en loutert.
Het belangrijkste orgaan van dat dit levende wezen dat aarde heet en haar hartslag regelt. Tot nu toe heeft ze alles weten te verteren. Wie heeft ooit een naam gegeven aan de golven die haar bespelen?
Veel te efemeer en juist daarom kan ze alles in zich opnemen, regenereren en opnieuw uitdelen. Aan de voet van de bergrots Lom Muak, kom ik weer aan land.

Antonin Cee, Mijmeringen 2, PrachuapAl weer heel wat jaren geleden ging ik naar de top, waar een kleine schrijn is met de voetafdruk van Boeddha. De trap voert maar tot halverwege. Daarna wordt het klauteren over de rotsen.
 Soms gaat het haast verticaal naar boven en moet je je aan een touw omhoog trekken. Ook toen had ik mijn dochter bij me. Ze was een jaar of zeven en zat op mijn nek en zo klommen we naar de top hopend dat het touw daarboven stevig was verankerd.

Ik zweette mijn lichaam volkomen leeg en we hadden niets te drinken mee. Maar de beloning was een schitterend uitzicht op de volmaakte curve van twee baaien, die door een horizontaal draaiende scheepsschroef tussen de bergen zijn uitgehold.

Zo was het waarschijnlijk ook bedoeld op de eerste ochtend van de schepping toen elk woord nog slechts zijn eigen onschuld wist te spellen.

Twee mannen dragen hun nachtelijke vangst aan land

Heel vroeg in de ochtend zit ik op mijn balkonnetje van mijn kamer aan de boulevard en kijk naar de groene streng van lichten aan de donkere bovenrand van de zee. Vissersboten, die met hun fluorescerend licht de inktvis naar hun netten lokken.

Beneden me staan enkele pick-up trucks met grote kisten met ijs om zo dadelijk de vangst in ontvangst te nemen. De zon gluurt nog naar de hemel vanuit zijn bedstee, maar is al bezig de nacht razendsnel af te breken.

En daar stormt ze de wereld binnen, een cycloop, die in een oogopslag de baai opneemt. De zee hult zich in een wazig negligé bestikt met grote lappen licht.
Een eerste vissersboot komt aanvaren en legt zich neer aan het strand. Twee mannen dragen hun nachtelijke vangst aan land, ieder een aardbeienkistje gevuld met inktvis.

Veel is het niet, maar de zee is niet in staat meer genereus te zijn. Haar vruchtentuin is haast leeggeplukt. Ze overweegt een banvloek over ons uit te spreken en dan blijven die kistjes voortaan leeg.

Antonin Cee, mijmeringen 2, Prachuap

Ik kan niets anders zijn dan een kind van deze tijd en hoor ook het gedreun van de krijgstrommels, die overal ter wereld geroerd worden.  Gedreven door gestolde woorden, die hun eigen exclusiviteiten opeisen.

Wanneer gaan we ze nu eens neerschrijven met water?

 


Antonin Cee
Over Antonin Cee 185 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

4 Comments

  1. Het woord kan bijzonder gul zijn en dat is iets waar dichters zo dankbaar gebruik van maken. Het zegt altijd meer dan het van plan is. Dank je, het is mij als toch meer dichter zijnde op het lijf geschreven. En o ja, ga je weer naar Prachuab, neem mij mee, ik zou graag een aantal dagen op het balkonnetje naast je willen zitten aan de boulevard.

  2. Gezien de systeem-immanente crises die zich overal op de wereld manifesteren zou de mensheid inderdaad snel de woorden met water moeten schrijven.
    De primitieve oergeest van de mens is echter ook na tienduizenden jaren van evolutie nog steeds vast verankerd in ons limbische systeem, en slechts afgedekt met een slijtgevoelige vernis die we beschaving en cultuur plegen te noemen.
    Voor het verdedigen of uitbreiden van onze territoria staan ons hedentendage afschrikwekkende middelen ter beschikking die schrikbarend veel gelijkenis tonen met de “doomsday machine” in Stanley Kubrick’s klassieker Dr. Strangelove, pluripotente wapens houden ons wederzijds in gijzeling met inherente risico’s.
    Vanuit de tribale oorsprong streeft de mens in het algemeen toch naar macht, reputatie, rijkdom om zich van anderen te kunnen onderscheiden.
    Wanneer de juiste voedingsbodem zich voordoet kan dit resulteren in religies of politieke machtsvormen die regionale danwel globale dominantie voorstaan.
    Gelukkig leert ons de geschiedenis dat het bijna altijd een “rise and fall” betreft, of het nu het Romeinse Rijk betreft, Communistische/Faschistische Dictaturen (Oostblok/Ceaucescu/Spanje/Portugal ). Wanneer de ultieme macht status is bereikt, zet ook het verval in. Misschien kunnen we daar de hoop uit putten dat ongebreideld Kapitalisme en Neo Liberalisme nog ten val komen voordat de aarde is leeggeplunderd.

    Panta Rhei

  3. Na deze mijmeringen te hebben gelezen heb ik mijn wasje ingezet, mijn orchideeën bewaterd en mijn vloeren gedweild.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.