Kort verhaal: Haastige zakenvrouw botst met ‘vette negerin’

Overkill

Sterre heeft haar telefoon aan haar oor. Ze trekt haar Samsonite Chronolite Spinner 55 voort, een zware Burberry tas bungelt over haar schouder. Zojuist is ze uit het vliegtuig gestapt. Een flinke kluit mensen beweegt zich over de grauwe, lage gangen naar de douane.

Femmy Fijten, Kort Verhaal, Overkill
foto Salt Lake City Tribune

De meesten zien er door de lange vlucht van Amsterdam naar Salt Lake City wat verwassen uit. Ze hebben de hopeloze blik van net vrijgelaten gevangenen. Die heeft Sterre niet, ze ziet eruit alsof ze zojuist van kapper en visagiste afkomt. Voor de landing duikt ze het toilet in waar ze haar make-herstelt, haar kapsel in orde maakt, zichzelf oppept en zelfs haar kleren vervangt, een waar kunststukje op nog geen vierkante meter. Meestal staat er een rij mensen als ze het onmogelijke hokje uitkomt. Sommige met de lippen op elkaar en een hand in het kruis.

Sterre denkt tussen de anderen, volgens haar vrij nutteloze vakantiegangers, door te kunnen piepen om vooraan in de rij te staan bij de paspoortcontrole. Zo slalomt ze al pratend om haar medereizigers heen en volgt de borden CUSTOMS. Ze heeft haast.
‘Als het goed is, ben ik er over een klein uurtje. Het moet dan wel vlotten bij de douane.’

Oeps, bijna rijdt ze een kleuter omver. ‘Die kutkinderen,’ mompelt ze, ‘nee, niks, er liep van dat grut voor mijn voeten. In plaats dat hun ouders ze in de gaten houden!’ Terwijl ze uitwijkt, botst er een vrouw tegen haar aan, die blijkbaar een nog hoger tempo hanteert dan Sterre. Het handvat van haar koffer schiet uit Sterre’s hand. Ze bukt zich om hem op te rapen, blikt naar haar belaagster en zegt in de telefoon: ‘Shit, zo’n vette negerin loopt tegen mij op, wacht even.’

Femmy Fijten, Kort Verhaal, OverkillHet dikkertje staat voor haar neus. Donkere broek, rode sweater. ‘Dit is het dikste roodborstje dat ik ooit heb gezien,’ grapt ze tegen haar collega aan de andere kant van de lijn. Sterre’s ogen gaan over de mollige vrouw en ze snuift. Eén moment kruisen hun blikken. ‘Moet je wat?’ zegt Sterre tegen haar. Het mollige, kleine ding draait zich om en snelt voort. Sterre heeft al haar spullen weer onder controle, nog een gang en nog een gang, vervolgens gaat ze de ruimte in waar de douanebalies zijn.

‘O shit,’ zegt ze, ‘dat gaat duren.’ Een lange rij slingert zich langs de linten die speciaal opgehangen zijn om het volk in toom te houden. Voor inheemsen is er een andere poort. Die rij is kort. Americans first, lijkt bij binnengaan van het land al een feit. Ondertussen spreekt Sterre de vergaderpunten door. Ze is sales-persoon van het Nederlands modemerk He & She, dat succesvol is en vestigingen heeft opgezet in de grote steden aan de west- een oostkust van de VS en nu de vleugels in het binnenland uit gaat slaan.

Sterre praat nogal luid en af en toe kijken mensen naar haar om, met wenkbrauwen omhoog. Dan glimlacht ze flauwtjes of knipoogt. De langbenige, slanke, blauwogige, blonde verschijning lijkt niet veel nodig te hebben om het goed te maken.

Het blijft stil aan haar kant van de lijn. Ze luistert.
‘Ja, ja,’ zegt Sterre na een poosje, ‘mmm, oké. Als dat je lukt, prima. Maar wacht tot ik er ben.’

Femmy Fijten, Kort Verhaal, Overkill
van www.thehill.com

Iemand van het personeel deelt ijsco’s uit voor het lange wachten. Dat heeft ze niet eerder meegemaakt. Ze neemt er eentje met een glimlach aan, haalt het uit het papier en houdt haar telefoon klem tussen wang en schouder. Mmm… wat een heerlijk ijsje. Met haar voet duwt ze haar koffer door. Ze neemt het woord, weer te luid, en velen kijken om. Het lijkt haar niet te deren.

‘Maar die partijen kómen wel over de brug. Dáar gaan wij juist vandaag voor zorgen, Margareth. Sure as hell.’

Ondertussen is de man voor haar aan de beurt. Een Chinees, dat zal gaan duren, ze heeft het idee dat iedereen met een kleurtje nog beter gecontroleerd wordt.

Een geüniformeerde vrouw met een Pakistaans uiterlijk wijst de mensen naar de douanier waar ze hun zaken kunnen afhandelen. Er zitten zeven grenswachten die de ingang van dit belangrijke land als bulldogs bewaken en iedereen hanteert dezelfde werkwijze. Vingerafdrukken, fotootje, papieren bekijken, nors de vreemdeling aanstaren, stempel in het paspoort, knikje.

Sterre likt aan haar ijsje en luistert, schijnbaar onbewust wijst ze naar haar Samsonite Spinner, die de jonge ‘Pakistaanse’ voor de douanepost zet waar ze het snelst geholpen zal worden. Sterre knikt, alsof ze haar jongste bediende bedankt na het brengen van de koffie.

‘Shawn, inderdaad, Margareth, die moeten we bij zijn taas grijpen. Dat is de sleutelfiguur. Reken maar dat hij er voor gaat. Ik zie dat in de ogen. Als ik één ding heb, is het mensenkennis.’

Ze is aan de beurt. ‘Ik ga je hangen, moet nu echt door de douane.’ Ze steekt haar telefoon in haar tas, trekt haar zwarte colbertje recht en loopt heupwiegend op haar hoge hakken, haar handbagage achter zich aantrekkend naar de balie.

‘Right hand, all fingers.’ Ze legt haar vingers op de glasplaat, ze kent de routine, al vraagt ze zich af waarom dit keer op keer moet gebeuren. Ondertussen hebben ze haar vingerafdrukken allemaal al honderd keer.
‘Right thumb.’
‘Left hand, four fingers.’
‘Left thumb,’ vervolgde de vrouwelijke douanebeambte.
‘Look into the camera.’ Ze doet zoals geboden. De foto wordt gemaakt.

‘Mmm…,’ de vrouw bladert door haar paspoort. Ze kijkt Sterre aan. Sterre’s mond valt open. Asjemenou, niet te geloven. Daar zit de vette negerin die haar bijna onderuit gelopen had. Inmiddels heeft ze een uniformjasje aan. Ze kijkt op en lijkt Sterre te herkennen. Sterre weet dat wel zeker. Een lichte glimlach speelt rond de mondhoeken van de donkere vrouw. Ze zucht, laat zich achterover zakken en grijnst breed.

Sterre slikt en voelt het bloed naar haar wangen steigen. Hoe zou ze geweten moeten hebben dat dit kamerolifantje bij de douane werkte? Wat een toeval dat ze van alle beambten die hier op een rij zitten juist deze moet treffen.

‘No good,’ de donkere vrouw wijst op het paspoort en wenkt een man die in de ruimte alle bewegingen van de passagiers in de gaten houdt. Hij komt met grote passen aanlopen. De vrouw priemt met haar rechterwijsvinger richting Sterre, alsof ze haar aan het spies wil rijgen.

Dit gaat tijd kosten, denkt Sterre. Ze kan zichzelf voor het hoofd slaan.

Femmy Fijten, Kort Verhaal, Overkill
Twitter foto

Een stevige hand pakt haar bovenarm en de man leidt haar naar een soort van verhoorkamertje. Daar zet hij haar neer voor een bureau. Hij neemt haar bagage van haar af en mee de gang op.

Er is verder niemand. Sterre denkt aan haar woorden die ze heeft uitgesproken: ‘Een vette negerin…, dat was gewoon te verstaan geweest voor deze Amerikaanse. Fat of vet… negro, neger…. En ze heeft neerbuigend gekeken, op zeker. Sterre kijkt altijd zo naar mensen die dik zijn, ze haat dikke mensen, al is het maar omdat zij zich alles ontzegt om zo slank als een aal te zijn. Haar maatje 36 moet ze duur betalen, heel duur! Eeuwig op die domme hometrainer, geen hapje teveel. Dat ijsje zit haar nu al dwars.

Met grote passen loopt de man weg, ze hoort dat hij het kantoortje afsluit.
Het zal gaan duren. Ze kan niet eens Margareth bellen. Die zit daar bij Starbucks de zenuwen te krijgen. Wachten tot ik er ben, was haar laatste order. Ze is pislink.

Ze werpt een blik op haar horloge. De vergadering kan ze nauwelijks meer halen. Ze denkt aan thuis, haar bungalow op de heuvel in het groen, die ze een paar jaar geleden heeft gekocht. Ze heeft zich erop verheugd snel weer thuis te zijn. Het houtvuur op te stoken. Heerlijk met een glas wijn voor de haard te gaan zitten. Ze kan de geur van het brandende hout bijna ruiken. In de winter als de ijspegels aan de goten hangen is het er net zo fijn als ’s zomers in de schaduw van de grote eiken die de tuin omzomen.

Ze zucht diep. Verrekte ongemakkelijk dat ze haar laten wachten. Als het lang duurt, is dit snelle op en neertje helemaal voor niks. Kan ze onverrichte zaken terug. Ze trommelt met haar vingers op de armleuning van de stoel. De deur gaat open en met kabaal komt er iemand binnen, een andere man dan de vorige, maar ook in uniform, gaat achter het bureau zitten. Hij heeft een Nederlands paspoort in zijn hand, waarschijnlijk het hare.

‘Kan ik mijn paspoort en telefoon terugkrijgen?’ vraagt ze in haar ‘Eva Jinek Amerikaans’, waarmee ze bij vriend en vijand een enorme indruk maakt.
De man fronst en zwijgt.

‘Ik heb echt genoeg van deze toestand. Als het alleen om die opmerking gaat… mijn excuus. Ik had niks lelijks over haar gezegd als ze mij niet omver had gelopen,’ vervolgt ze. Ze krijgt echt de pest in, hoe lang moet dit godverdomme nog duren. Alsof ze niets beters te doen heeft. Pokkenlui.

De beambte achter het bureau kijkt haar aan, maar reageert niet.

Er stuift weer iemand in uniform de ruimte in. Hij heeft haar Samsonitekoffer in de hand.
‘Van u?’ Hij gooit hem op een tafel die tegen de muur staat.
‘Zo te zien wel.’ Ze staat op om de koffer beter te bekijken.
‘Zit!’ schreeuwt de man achter het bureau. Ze ploft geschrokken terug in haar stoel. Haar hartslag neemt toe. Haar koffer wordt opengemaakt. Ja, het is de hare. De flinterdunne lingerie vliegt overal heen.
De man grijpt haar toilettas.
‘Van u?’
Ze knikt. Een zweetdruppel baant zich een weg langs haar ruggengraat. Rits, open… de douanier loopt op haar af. Hij houdt hem onder haar neus. Centraal in het etui zit een zakje.
Het bevat poeder dat haar in leven houdt op haar zware zakenreizen. Vanmorgen had ze nog een lijntje getrokken. Hoe kan ze zich eruit kletsen?

‘Is dit van u?’
Ze schudt haar hoofd.
‘Nee, ik weet van niks. Hoe komt dit erin?’ zegt ze met trillende lippen en een piepend stemgeluid.
‘U bent aangehouden, onder arrest,’ zegt de man achter het bureau. ‘U hebt het recht om te zwijgen. Indien u geen gebruik maakt van dit recht, kan alles wat u zegt tegen u worden gebruikt in een rechtszaak. U hebt recht op een advocaat. Indien u zich geen advocaat kunt permitteren, zal er u een worden toegewezen. Begrijpt u deze rechten zoals ze u zijn medegedeeld?’

Deze zinnen hoorde ze als ze naar Amerikaanse politieseries keek.
‘Ja,’ zegt ze zacht maar hoorbaar.
‘Bent u een Amerikaans burger?’
Ze schudt haar hoofd.
‘U kunt contact opnemen met het consulaat van uw land voor u vragen beantwoordt.’
Het zweet gutst inmiddels van haar voorhoofd. Haar mond is opengevallen en ze hijgt lichtjes.
De man neemt haar aan haar arm mee.

Buiten het kantoor staat de dikke vrouw van de douane een hamburger te eten. ‘Dat wordt een paar jaartjes brommen,’ zegt ze met haar mond vol.

Sterre haat dikke mensen. Vooral als ze eten.

 

Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*