Over vrijheid, hokjesgeest en tolerantie

Herkent u dit, hooggewaardeerde lezer? Een opvallende gebeurtenis zet een mallemolen aan gedachten in beweging. Plots blijkt zo’n hersenflits al door anderen te zjn opgepakt en vertaald in een helder en pakkend betoog.

Mij overkwam dat na de moorddadige aanslag van moslim-extremisten op de redactie van het Franse satirische blad Charlie Hebdo. Bij het doornemen van reacties op internet en sociale media stuitte ik bij joop.nl op een zeer interessante en goed geschreven beschouwing van historicus Han van der Horst.

Hij trekt daar een vergelijking tussen ons omgaan met (geweld van) oosterse radicalen – sektariërs mag ook –  en hun linkse pendanten van eigen Europese bodem in de jaren zeventig vorige eeuw. Terreurgroepen als de Rote Armee Fraktion in Duitsland en de Rode Brigades in Italië, die zo blindelings in een doel geloofden dat alle middelen dat te bereiken geheiligd waren.

Dat ligt bij moslim-extremisten net zo. Het verschil zit bij ons: wij begrijpen het denken van de als het ware tussen ons opgegroeide terroristen beter dan radicalen uit een ons vreemde cultuur. Meer verklap ik niet, Van der Horst schrijft het beter en uitvoeriger in het artikel Westerse radicalen; Extremisme gebaseerd op Koran? Een ander boek doet het net zo goed

Umwelt

Hij heeft er niet voor gekozen zijn verhaal uit te breiden door de voedingsbodem of beter en misschien meer toepasselijk de Umwelt van beide soorten radicalisme te vergelijken. Slechts zijdelings komt, ook in de reacties, het achterland van beide soorten terroristen in beeld. Het is minstens zo interessant terug te kijken op het gedogen, zo niet enige sympathie en begrip tonen voor linkse radicialen door een niet onaanzienlijk deel van bevolking en vooral intelligentsia in Europese landen.

Dat paste ook in het tijdsbeeld: in de jaren zeventig kreeg het verzet tegen de gevestigde orde, gemakshalve het establishment genoemd, een steeds politieker karakter. De parlementaire en buitenparlementaire beweging tegen kapitalisme en imperialisme groeide, de derde-wereldbeweging werd omvangrijk, en aan de uiterste linkerzijde wemelde het van fundamentalistische splinters, marxisten-leninisten, maoïsten, trotzkisten, anarchisten enz. enz. De huidige SP heeft zijn bestaan te danken aan een groepje maoïsten, waarvan ook schrijver dezes destijds enige tijd deel uitmaakte.

Op zijn netvlies staat bijvoorbeeld nog een ‘massale demonstratie’ van de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland (om elk misverstand over ideologische identiteit en soort eenheid te voorkomen was de afkorting ML voor marxistisch-leninistisch toegevoegd) tegen de arbeidersvijandige regering-Den Uyl. Wel 150 vuurrode scherpslijpers marcheerden, uit volle borst de Internationale zingend, door het centrum van Rotterdam. De arbeidersklasse toonde zijn sympathie door het raderwerk te laten draaien of te winkelen. U begrijpt met terugwerkende kracht waar de latere val van het kabinet-Den Uyl aan was te danken.

Vijandsbeeld

Dit karikaturale zijsprongetje demonstreert dat het binnen de linkse kerk allerminst pais en vree was. Toch was er een soort eensgezindheid, zelfs met de voor ‘arts aan het sterfbed van het kapitaal’ uitgekreten sociaal-democratie, als het om het vijandsbeeld ging. Dan hielden de erfgenamen van Marx, Engels en Lenin nauwlettend in het oog dat kritiek ‘niet de vijand in de kaart speelde’. Die vijand was ‘het kapitaal’ en de daarmee verbonden machtsstructuren.

Vergeet daarbij niet dat de PvdA destijds een geheel andere was dan vandaag. Ome Joop den Uyl had het nodige te stellen met wat later partijkopstukken zouden worden, de jonge garde van de beweging Nieuw Links. Die stond voor een Links Volksfront, was aardig voor socialistisch geachte dictaturen, zoals die in Oost-Europa, ijverde voor erkenning van de DDR en uittreding uit de NAVO.

Natuurlijk werd het geweld van linkse terreurgroepen met woorden en mooie verklaringen door de linkse kerk en daarmee sympathiserende media afgekeurd. Niettemin, of dat nu uit de destijds vigerende politieke correctheid of sympathie, gebeurde, binnen de linkse gemeenschap varieerde het gedogen van begrip tot heimelijke bewondering. De Rode Terroristen waren afgedwaalde schapen, maar dan toch maar de jongens en meisjes die het niet bij woorden lieten, bereid waren tot gewapende strijd om het kapitaal bij de keel te grijpen. Met aanslagen op ‘bourgeois zwijnen’ en ‘imperialistische machtscentra’.

Ik kan me uit die tijd, en zeker als het om Nederland gaat, geen enkel links initiatief herinneren dat leidde tot miljoenen de straat op tegen ‘rode terreur’ Er zijn bij mijn weten nooit volksmassa’s op de been gekomen, zoals later in Spanje tegen de ETA, tegen Rode Brigades of Rode Leger. Dat zie ik, vele jaren later, als het resultaat van polarisering, het denken in vijandbeelden gecombineerd met alleen begrip tonen voor de eigen (politieke) soort.

Moslims

Zo’n blik op onze terreurgeschiedenis leidt mogelijk tot meer begrip voor de Umwelt van het moslim-extremisme. Stel dat ik moslim zou zijn, hoe zou ik dan tegen het ‘eigen’ geweld aankijken. Als westerse niet-moslim (en ook nog eens gematigd anti-religieus) ben je immers geneigd de moslim-gemeenschap toe te roepen: veroordeel dat zinloze geweld, ga de straat op, sluit je bij ons protest tegen deze bloeddorstige verdwaasden aan.

Kijk maar eens hoe enthousiast de keiharde kritiek van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb (een uit Marokko afkomstig moslim) op de aanslagplegers in Parijs en zijn emotionele oproep aan de moslim-gemeenschap het geweld te veroordelen door de media en zelfs Wilders-adepten is ontvangen. Gelukkig, een goede moslim, waren ze maar allemaal zo.

Hopen mag je natuurlijk altijd, maar is het redelijk zo’n houding van moslims te verwachten? Ik vind van niet. Met de toenemende globalisering worden niet alleen moslims in westerse landen maar ook die in moslim-landen zelf bij voortduring geconfronteerd met waarden en daden, inclusief militair geweld, die niet de hunne zijn. Uit een andere, hen onbekende en vaak als vijandig ervaren wereld, waar de mensen huidstrakke kleding dragen, de media dol zijn op seks en bloot en cartoons van de profeet worden afgedrukt die volstrekt haaks staan op hun eigen religieuze en culturele waarden.

9/11

Ik vrees dat binnen de moslim-gemeenschap eenzelfde geestesgesteldheid heerst als destijds in de Europese linkse kerk. Obligate veroordelingen van dit soort geweld, kan nog net. Maar het begrip, het gedogen en zelfs de bewondering voor de martelaren die hun eigen leven offeren om een gemeenschappelijke vijand op de knieën te dwingen is minstens zo sterk als destijds in Europa voor de rode terroristen.

Ik heb dat aan den lijve ervaren. Op 9/11 – wie in het Westen herinnert zich die datum niet? – zat ik op de sofa naast een Bosnische moslim-vriendin naar de afschuwelijke tv-beelden te kijken van door moslim-fanaten gekaapte passagiersvliegtuigen die de Twin Towers in New York binnenvlogen. Terwijl ik met ontzetting naar dit eindeloos herhaalde vertoon van extreem geweld en menselijk lijden keek, zat mijn Bosnische vriendin bij elke herhaling te juichen op de bank. Haar enthousiasme kende geen grenzen meer toen er beelden kwamen van uitzinnige moslim-menigtes in Arabische landen. Down with the evil empire.

Er vielen harde woorden, het is nooit meer goedgekomen tussen ons. Pas veel later kreeg ik oog en enig begrip voor haar denkwijze. Je reageert anders wanneer je letterlijk Amerikaanse bommen op het dak hebt gekregen of een NAVO-vredesmacht vrije doorgang zag verlenen aan Servische moslimhaters en -moordenaars.

Waan

Om bij Van der Horst en zijn vergelijking tussen inspiratiebronnen Koran en Das Kapital van Marx en hun mobiliserende haatpredikers te blijven, het enige recept dat ik ken tegen valse profeten van welke soort dan ook is de combinatie van vertegenwoordigende democratie en vrijheid van meningsuiting. De tijdgeest regeert nu eenmaal met de waan van de dag. Onze geschiedenis leert echter dat extremisme en radicalisering tot folklore en anachronisme verdampen als mensen hun meningen vrijelijk kunnen uiten en hun politieke aspiraties stem kunnen geven.

Dat een overheid hierin regulerend moet optreden, met wettelijke maatregelen moet zorgen dat vrijheid van meningsuiting en tolerantie hand in hand gaan, is vanzelfsprekend. Omdat mensen nu eenmaal niet volmaakt en uniform zijn, verschillend denken, verschillende meningen hebben, is zo’n beschermende paraplu niet voldoende. Het bestrijden van denken in vijandsbeelden en hokjesgeest begint bij het individu.

Thailand

Neem mijn woonland Thailand. Het antagonisme, het denken in vijandsbeelden, tiert daar welig. Het in Thainess verpakte nationalisme, het niet kunnen omgaan met moslim-separatisten in het Zuiden zijn er voorbeelden van. Dankzij een militaire coup is het er op het oog pais en vrede, wat verder in de hand wordt gewerkt door traditioneel en hiërarchisch denken. Pel je de schil af dan gist het. Rood en geel staan tot op familieniveau lijnrecht tegen elkaar. Van verzoening of begrip voor elkaars standpunten is niet of nauwelijks sprake.

Ik trek de vergelijking omdat ik me bij het schrijven niet alleen door Van der Horst liet inspireren, maar ook door een krantenverslag over het werk van de door de junta benoemde commissie die een nieuwe grondwet in elkaar moet timmeren en voorleggen aan het door de junta benoemde parlement.

In dat ontwerp wil de commissie de zogenaamde ‘hate speech’ verbieden, onder meer met beperkingen op de vrijheid van meningsuiting. Dat lijkt een kleine prijs om haatpredikers bij wet de mond te snoeren en hun aanhang te beperken. Ik vrees dat het gevolg niet verzoening zal zijn, maar toenemende radicalisering.

Dit temeer waar de bestaande praktijk met majesteitsschennis aantoont dat Thaise machthebbers dit soort knevelwetten naar eigen voordeel gebruiken om politieke tegenstanders uit te schakelen, monddood te maken. De signatuur van de junta en zijn leider voorspelt dat zelfs de geringste uitingen van ontevredenheid en protest verboden worden met beroep op de staatsveiligheid en terroristische activiteiten.

De argumentatie, ook van buitenlanders, is vaak dat je de jonge Thaise democratie niet met westerse bril of naar westerse parlementaire maatstaven moet beoordelen. Doorgeredeneerd kun je stellen dat begrip tonen voor het uitblijven van massale moslim-protesten tegen moslim-fanaten ook voor de Thaise junta-aanhangers zou moeten opgaan.

Wat me weerhoudt om de zijde van deze commentatoren te kiezen is hun vijanddenken en hokjesgeest. De aanhangers van deze stroming beuken graag met hun hamers op een zelfgekozen kop van Jut. Deze zondebok wordt verantwoordelijk gehouden voor alles wat in het land verkeerd gaat, zijn wandaden tot immense proporties opgeblazen en wat positief zou kunnen zijn in volstrekt negatief daglicht geplaatst. Logischerwijs is ook de aanhang schuldig, dom, gewelddadig of omgekocht.

Doodzonde

Het is een beproefde tactiek, niet typisch Thais, ook in het Westen kennen we dit verschijnsel. De methoden van geharde Thaksin-tegenstanders verschillen niet zoveel van die van figuren als Berlusconi en zelfs Wilders, die daarmee trouwens een koekje van eigen deeg eten door hun demonisering van links (dus communistisch) en islam (dus gewelddadig fanatisch). Het averechtse effect is dat de tegenstander dezelfde methoden kiest. De handreiking naar, het zoeken van overeenstemming met ‘andersdenkenden’ wordt dan als een soort doodzonde beschouwd.

In essentie zie je dit ‘niet de vijand in de kaart spelen’ terug in de reacties op het drama bij Charlie Hebdo. De slachtoffers van religieus-geïnspireerd geweld lagen bij wijze van spreken nog in het redactielokaal of in de sociale en traditionele media werden de vuurpijlen op de tegenstander gericht. Een paar bijna plichtmatige woorden over de afschuwelijke daad, gevolgd door veel waarschuwende taal dat we dit niet toe moesten schrijven aan Koran of islam.

In plaats van te verenigen in afwijzing van fundamentalistische terreur legde misplaatste politieke correctheid prioriteit bij het zoeken naar de ‘goeden’ en de ‘kwaden’ in het protest. In no time ging het, zeker in Nederland, meer om de vraag wie zich nu wel of niet met de button ‘Je suis Charlie’ mocht tooien. Ook een vorm van medeleven met de slachtoffers en hun nabestaanden kennelijk.

Hokje

Dit is geen pleidooi voor het afzien van stelling nemen of het inslikken van eigen mening, Het is gemotiveerd door afkeer van hokjesgeest, groepsgedrag en daarmee samengaande intolerantie van alles wat daarbuiten valt. Van der Horst begint zijn beschouwing met deze zin: ‘Maandagavond bij Jinek was het weer zover: Diederik Samsom gaf aan hoe je radicalisering kon vaststellen: aan veranderde kleding, aan gedrag.’

Heel menselijk trouwens, want daar begint vaak het individuele omgaan met wat ons vreemd is of niet aanstaat. Het uiterlijke, het oneigene wordt maar al te gemakkelijk bepalend voor onze omgang met. Op de voet gevolgd door kleur, religie, seksuele geaardheid en politieke voorkeur. In z’n meest platte vorm kom je het tegen bij voetbalfanaten die hun wereldje in 010 en 020 opdelen. Of bij expats in Thailand die vergaande conclusies trekken uit woonplaats, partnerkeuze of kledij van een ander.

Het beste wapen tegen elk soort radicalisering is buiten je eigen hokje te stappen, je eigen gelijk niet zaligmakend te verklaren. Meer aandacht te schenken aan de oorzaken dan aan de dienaren van het kwaad. Om al die redenen ben ik mordicus tegen beperkingen op vrijheid van meningsuiting. Als die samengaat met verdraagzaamheid komt het misschien nog eens zo ver dat een cartoonist niet uit zelfcensuur maar uit maatschappelijke betrokkenheid zich even achter de oren krabt alvorens de profeet als oorzaak van het kwaad te spotprenten.

Hans Geleijnse
Over Hans Geleijnse 341 Artikelen
Hans Geleijnse (1944, Zaandam). Voormalig beroepsmilitair en dienstweigeraar. Passie voor reizen, schrijven en muziek. Belandde in journalistiek, leerde het vak in de praktijk. Werkte twee decennia als buitenlands correspondent voor persbureau GPD en div. andere Nederlandse media. Hij woonde met partner en dochter ruim tien jaar in Thailand.