Over het leervermogen van vliegen, honden en andere Thaise weggebruikers

Over het leervermogen van vliegen, honden en andere Thaise weggebruikers

 

Pets!

Elke 180 seconden landt een vlieg op mijn blote benen. Zojuist heb ik dat bepaald, toen ik…pets!…in de tuin zat. Kennelijk zien ze mijn benen als een landingsbaan. En dat terwijl overal in de tuin de prachtigste bloemen staan, die niets anders doen dan lonken naar insecten. Land op mij! Land op mij! Nee, ze moeten mijn benen hebben.

Elke 180 seconden een vlieg. Ofwel 20 vliegen per uur. Ter vergelijking op Suvarnabhumi in Bangkok landen 38 vliegtuigen per uur, een van de drukste luchthavens ter wereld.
Net als Suvarnabhumi heb ik twee landingsbanen. Ik kan ze beter landingsbenen noemen. Ik heb ontdekt, dat er evenveel vliegen op mijn linker landingsbeen landen als op mijn rechter.

Mijn vrouw vraagt of ik niets beters te doen heb.
Ik herinner haar eraan, dat het adagium: ‘tien procent inspiratie en 90 procent transpiratie’ nog altijd het fundament is waarop de wetenschap is gebaseerd. Ook al moet ik zeggen dat het evenwicht in deze hitte in de buurt komt van de 100 procent transpiratie.

Met mijn onderzoek wil ik nagaan, of ik vliegen kan afleren mijn benen als landingsbaan te gebruiken. Alle dieren kunnen namelijk leren: platwormen, drieteenmeeuwen, koffervissen, pissebedden, vleugelslakken, winterkoninkjes… En dus ook vliegen.

Het materiaal waarover ik beschik is eenvoudig: een opgerolde Bangkok Post van gisteren. Een kostenpost van 75 eurocent. Niet iets om aan te kloppen bij de WOTRO (Wetenschappelijk Onderzoek in de Tropen).

De methode is niet elegant, maar wel doeltreffend. Elke vlieg die landt, krijgt een dreun op zijn kop met de Bangkok Post.
Pats! Mis.
Pats! Weer mis.
Meestal is het mis, maar dat is niet erg. Het gaat om het leerproces. Na een half uur consequent meppen, klok ik weer om hoeveel minuten een vlieg landt. De resultaten vindt u in Tabel 1.
Tabel 1: Aantal vliegen dat op de benen van de auteur landt voor en na een mep met de Bangkok Post

André van Leijen, verkeersstatistieken, vliegenmepper

Dat lijkt een klein verschil. Maar op jaarbasis is dat een verschil van 42.048 vliegen (vooropgesteld dat de vliegen dag en nacht actief zijn en de auteur een jaar lang 24 uur per dag in zijn tuin zit te meppen).

Conclusie: Vliegen kunnen leren.

Maar hoe zit het met het leervermogen van de dieren des velds?

Om dat te onderzoeken heb ik mijn tuin verlaten. Vanuit mijn huis loopt een kronkelweggetje naar de hoofdweg. Dat weggetje is ongeveer een kilometer lang. Elke dag kom ik er een paar keer langs met mijn scooter. Nu denk ik, dat de dieren langs dat weggetje hebben geleerd, dat Suzuki’s, Honda’s, Yamaha’s en aanverwante voertuigen levensbedreigend zijn. Ze zullen het daarom uit hun hoofd laten vlak voor mijn scooter de weg over te steken. Anders krijgen ze een pats met mijn Honda Click.

Gewapend met deze kennis rijd ik met een gangetje van 40 kilometer per uur het weggetje af. Het eerste waar ik in terecht kom is een kudde koeien. Een bilwiegende massa vlees, die me met grote ogen lankmoedig aankijkt, alsof ze zich bewust is van haar heilige status. ‘Ach, een Farang op een Honda Click’, hoor ik ze denken. Ze steken hun neus in de lucht en kijken de andere kant op.
Het scheelde weinig of ik was samen met mijn hypothese onderuitgegaan. Koeien tellen niet mee, besluit ik ter plekke.

Even later krijg ik een slang van twee meter voor mijn wielen. Met grote schrikogen kijkt hij me aan, doet zijn bek wagenwijd open en steekt zijn gespleten tong naar buiten, alsof hij zeggen wil: ‘Help een Farang!!!’ Hij maakt rechtsomkeer en verdwijnt ijlings in de struiken.

Die slang heeft het begrepen. Met Farangs valt niet te spotten.
Dat moet die varaan van anderhalve meter ook gedacht hebben. Hij wou juist oversteken. Hij richt zijn kop op. ‘Help, daar heb je die Farang op zijn Honda Click.’ Hij kan geen kant op. Met een snelle beweging stopt hij zijn kop in een afvoerputje. Probeert zijn schouder door het traliewerk te wurmen. Ik weet niet of hij vast is komen te zitten. ‘Is die enge Farang al weg?’
Juist op het moment, dat ik op het punt sta de dierenambulance te bellen, maakt hij zich vrij, kijkt me nog eens aan en neemt een sprint naar de bush bush.

Het tafereel wordt gadeslagen door een roedel honden, die langs de weg ligt. Ik realiseer me, dat die honden altijd wachten met oversteken tot ik gepasseerd ben. Dat ik in die twee jaar, dat ik dit weggetje afrij nog nooit een ongeluk met een hond heb gezien. Soms staat een hond met haar puppie langs de weg. Het is alsof ze hem verkeersles geeft. ‘Eerst rechts kijken, dan links, dan nog een keer rechts en als er dan helemaal niets aankomt, mag je oversteken.’

Conclusie: dieren kunnen leren. Anders overleven ze niet.

André van Leijen, verkeersstatistieken, vliegenmepper
Even mobiel afgeleid en boem!

En hoe zit het met het leervermogen van de Thais langs de weg?
Een aantal keren vond ik op mijn weggetje een kreunende Thai naast zijn scooter. De bocht te krap genomen? Te ruim? Helemaal niet genomen? Was daar een bocht? Hoe dan ook: tegen een auto aangereden. Of tegen een andere scooter. Pats!

De honden staan zwijgend in een kring rond het slachtoffer. Het is alsof ze hun hoofd schudden. Dom, dom, dom…

De Wereldgezondheidsorganisatie zegt, dat in Thailand in 2013 het aantal verkeerdoden 38,1 was per 100.000 inwoners . Daarmee is Thailand van 182 landen opgeklommen tot de derde plaats (zie tabel 2). Nederland bungelt ergens onderaan op de lijst.

André van Leijen, verkeersstatistieken, vliegenmepper

 

En het aantal slachtoffers neemt niet af (zie tabel 3).

André van Leijen, verkeersstatistieken, vliegenmepper

 

De verantwoordelijke minister vindt de resultaten tot op zekere hoogte bevredigend.
Je zou ook kunnen zeggen: We gaan de goede kant op. Als iedereen een beetje zijn best doet, dan wordt Thailand nummer 1 op de wereldranglijst. Een gouden plak ligt binnen handbereik.

André van Leijen, verkeersstatistieken, vliegenmepper
Goed dat er helmplicht is

De hele bevolking begrijpt onmiddellijk wat de bedoeling is. Terwijl oom agent het internationaal rijbewijs van de farangs controleert, storten de Thais zich na een paar flessen whisky jodelend in het verkeer. Helmloos, aan de verkeerde van de weg en zo hard mogelijk. Daar hebben die mafkezen uit Erithrea en Libië niet van terug. Nee, aan het leervermogen van de Thais mankeert niets!

Meer weten?

https://www.trefpuntazie.com/songkran-2016-trieste-verliescijfers-mislukte-campagne/
http://englishnews.thaipbs.or.th/thailand-ranks-worlds-third-highest-road-fatalities/
https://www.gov.uk/government/world-location-news/2013-world-day-of-remembrance-for-road-traffic-victims

 

 

André van Leijen ©2014

André van Leijen
Over André van Leijen 152 Artikelen
André van Leijen (1947), bioloog en vader van een dochter en een zoon, heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw twee jaar over de wereld, van Spitsbergen tot aan Kaap de Goede Hoop en van Vuurland tot het uiterste noorden van Canada. Daarna streken ze neer in Thailand en vervolgens in Schiedam. Van deze thuisbasis willen ze de wereld verder verkennen. Intussen werkt hij aan een boek.