Over de bodemgesteldheid van Nong Khai

Wanneer je ergens loopt, dan kijk je zo nu en dan om je heen. Dat is wanneer je nog niet helemaal opgeslurpt bent door je smartphone. En dan valt je op dat nagenoeg alles gemaakt is. Gebouwd. Door mensen die dat kunnen, dingen bouwen, dingen maken. En vreemd genoeg staan die bouwers en makers verdomd laag in de pikorde van status. Niet alleen in Thailand, maar wereldwijd.

De vroegere LTS en het huidige VMBO worden nog steeds beschouwd als de afvoerputjes van de maatschappij, bevolkt door leerlingen die niet zo heel goed mee kunnen komen in een wereld van proefschriften en waar een Oost-Europa ‘expert’, tegen het aantrekkelijke tarief van een paar duizend euro, met de regelmaat van de klok mag aanschuiven in een praatprogramma, maar waar de loodgieter wordt vervloekt vanwege zijn ‘voorrijdkosten’.

In Thailand noemen we beroepsopleidingen ‘vocational schools’. Ze worden vooral gezien als een eindstation en de leerlingen worden stiekem beschouwd als ‘dom’, niet slim genoeg om naar een ‘normale’ middelbare school te gaan, waar de leerlingen veertien vakken volgen en dus goed beschouwd, een heel klein beetje leren over heel veel.

Het feit dat leerlingen op een beroepsopleiding uiteindelijk een vak zullen beheersen en dat leerlingen van een reguliere middelbare school na het behalen van hun diploma, misschien wel iets weten over heel veel verschillende zaken, maar daar in de praktijk niets mee kunnen, doet niets af aan de lage status die jonge vaklui mee torsen. De reguliere middelbare school is immers de springplank naar de universiteit en de stoel van de Oost-Europa deskundige aan de teeveepraattafel.

Die belabberde status van de ‘vocational school’ heeft, zeker in Thailand, twee zeer kwalijke uitwassen. Minstens één keer per maand lezen we berichten in de krant over dodelijke confrontaties tussen leerlingen van rivaliserende scholen, waar het gebruik van steekwapens, vuurwapens en ping pong bommen – om de een of andere reden worden ping-pong balletjes in dit land voor van alles en nog wat gebruikt, behalve waar ze uiteindelijk voor gemaakt zijn: het spelen van een potje ping pong – niet geschuwd wordt.

Deze mini-oorlogen worden alleen uitgevochten door vocational schools en nooit door Mathayom scholen (reguliere middelbare scholen). Hoe komt dat? Ik ben geen psycholoog, maar ik kan me zo voorstellen dat een 16-jarige knul die van meet af aan in een statusloos hokje gepropt wordt, daar bepaald geen gevoel van eigenwaarde of zelfrespect aan overhoudt en wellicht is de enige weg naar zelfrespect het winnen van een oorlog met een andere school…

Een ander negatief aspect van de lage status van beroepsopleidingen is dat ouders hun kroost liever zien wegkwijnen op een Mathayom school, zuchtend onder bergen huiswerk en veertien vakken, dan dat ze hun kinderen naar een vocational school sturen, waar ze misschien wel veel beter tot hun recht komen en veel gelukkiger zouden zijn. Veel kinderen denken nu eenmaal liever met hun handen, maken graag dingen en schrijven liever geen essays over de bodemgesteldheid van Nong Khai.

Tekening-FrankCase in point is Frank. Frank heeft een jaar bij mij in de klas gezeten. Hij was toen twaalf. Nu is Frank achttien en Frank heeft zes middelbare schooljaren achter de rug en verdient op zijn minst een doctoraat in het verzamelen van onvoldoendes.

Maar Frank kan wel degelijk iets, al leert het systeem hem dat hij niets kan. Dit kan Frank, tekenen en schilderen:

Frank heeft in al die jaren eenmaal per week ‘art’ gekregen van een leraar die leerlingen plaatjes laat inkleuren. Maar Frank komt er wel, ondanks dat vermaledijde schoolsysteem en ondanks het feit dat hij niets zinnigs weet te zeggen over de bodemgesteldheid van Nong Khai…

Deze column stond eerder op Het Triumvieraat.

Foto boven: Klassenfoto van de LTS Zierikzee (jaartal onbekend maar in ieder geval voor 1986).

Cor Verhoef
Over Cor Verhoef 41 Artikelen
Geboren Rotterdammer Cor Verhoef werkt sinds 2004 als leraar Engels aan de Nairong middelbare school in Bangkok, de metropool waar met zijn echtgenote en docent Ning (‘Priceless woman’) woont. Na zijn opleiding aan de lerarenopleiding van de Hogeschool Rotterdam en Omstreken werkte hij in de horeca en als reisagent in Mexico en Guatemala. Via de NBBS belandde hij in najaar 2001 in Thailand. Inmiddels zijn Cor en Ning de trotse ouders van zoon Leon.

2 Comments

  1. Dat er nogal eens neergekeken wordt op beroepsonderwijs, hier en daar, is juist. Dat er tussen bepaalde scholen in Bangkok (elders ook?) gewelddadige confrontaties plaatsvinden met dodelijke afloop is ook waar. Een betere betaling voor goed opgeleide mensen zal al veel helpen.

    Maar laat ik even iets meer zeggen. Er zitten zo’n 670.000 leerlingen op het beroepsonderwijs. Dat onderwijs kent vele vormen, openbaar en privé , volledig beroeps of gemengd ‘ academisch’ en beroeps/ praktijk. Onder dat beroepsonderwijs vallen ook vakken als kunst/ontwerpen, pilotenopleiding, boekhouder, tandarts assistente, verpleegkundig assistente, watertechniek, mijnbouw etc. , in totaal wel 222 cursussen. Ik heb een mening over de kwaliteit van het academische onderwijs maar niet over die van het beroepsonderwijs.
    http://www.vocationaltraininghq.com/vocational-training-programs-courses-list/

  2. Ben het helemaal met je eens.
    Ik ben het niet vaak eens geweest met Lyndon Johnson, maar één uitspraak van de oud-leraar staat in mijn geheugen gebeiteld:
    A country that cherishes philosophers because philosophy is a high profession and that looks down on plumbers because plumbing is a low profession shall have neither good philosophy nor good plumbing.
    In Thailand dumpt men jongeren die “niet mee kunnen komen” maar al te graag naast de lopende band, waar de concurrentie met Burmezen en Cambodjanen garant staat voor werk zonder vooruitzicht en met de allerlaagste lonen.
    In de twintig jaar dat ik in dit paradijselijke koninkrijk verblijf, heb ik geen wezenlijke verandering kunnen zien.
    Hopeloos.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.