De opiumkoning en het dwergmeisje (2, slot)

Khun Sa en zijn lijfwachten (gezien op cfob.com)

Tièn is in haar nopjes dat we haar held gaan bezoeken. Onderweg staat ze erop een bloemenkransje van jasmijn voor hem te kopen. Voor het ogenblik lijkt ze te zijn vergeten dat ze me daarnet -voor mijn eigen bestwil-  nog voorstelde haar van haar moeder te kopen. Met haar worstvingertjes gespreid op het dashboard zit ze in blijde verwachting voor zich uit te kijken. Voor het eerst sinds we vertrokken zijn, houdt ze even haar mond.

Een straatbreed bord op een staketsel van bamboe met daarboven drie fier wapperende Thaise vlaggen wijst de weg. Het zal vast niet zo bedoeld zijn, maar voor mij staan die vlaggen op deze toegangspoort naar het museum van de opiumkoning symbool voor de hybride verhouding, die de Thaise militairen met hem hadden.

We komen aan de voet van een heuveltje, wat terug gelegen van de hoofdweg. Alles ligt in een dikke nevel en het vocht druppelt van de kromgetrokken bomen. Het is iets voorbij het middaguur, maar het lijkt  alsof de zon voor altijd genoeg heeft van de wereld.

Voor de onnozelen een prachtig Rambo verhaal

Tièn huppelt voor me uit naar boven. Ik doe het wat bedachtzamer. Hier werd Khun Sa dus ingesloten en wist desalniettemin te ontkomen naar Birma, zoals de officiële rapporten zeggen. Voor de onnozelen is het natuurlijk een pracht van een Rambo verhaal.

Want het is ondenkbaar dat hij zonder hulp van zekere elementen uit het Thaise leger heeft kunnen ontsnappen. Waarschijnlijk was hij ruimschoots van tevoren al getipt over de aanval op zijn hoofdkwartier. Ook binnen het Thaise leger waren lieden, die fortuin vergaarden met de lucratieve opiumhandel. Welke grote, welgestelde familie uit Noord Thailand heeft dat niet gedaan trouwens.

Toerisme was er nauwelijks en van het verbouwen van plakrijst wordt niemand rijk. Op mijn omzwervingen door Noord Thailand ben ik aardig wat mensen tegen gekomen die een concordaat met hem hadden.

Alweer heel wat jaren terug ging een journalist uit Taiwan, die wilde weten hoe die verhoudingen nu precies lagen, op onderzoek uit. Maar uiteindelijk vond hij het verstandiger om vanuit Chiangrai hals over kop terug te reizen naar Bangkok als hij het er levend vanaf wilde brengen. In zijn boek The Lost Army vertelt hij erover.

Ze ontvoerden twee Russische dokters

Eenmaal boven kom ik in een soort binnentuin met daaromheen wat laagbouw. Kennelijk wil het hier met het toerisme nog niet erg lukken, want er is geen mens te zien. Tièn staat bij een grof gespateld cementen standbeeld van Khun Sa te paard. Ze heeft haar bloemenkransje aan een van zijn voeten in de stijgbeugel  gehangen en staat met tegen elkaar gevouwen handen en gebogen hoofd wat te prevelen.

Als ze ik naast haar ga staan, kijkt ze me doordringend aan. ‘En, heb je al nagedacht?’ vraagt ze. Ik schud mijn hoofd en even, heel even maar, zie ik een flikkering in de kooltjes van haar ogen voordat een glimlachje haar gezicht weer openbreekt. Onwillekeurig krijgt ik de indruk dat er in dat poppenlichaam van haar een hunkering schuilgaat die snel vlam vat.

Tièn is zeker niet de enige, die dweept met Khun Sa. In militaire kringen in Thailand kon men er ook wat van. Dweepzucht heeft hier alles met geld te maken. De obscure relatie tussen de Thaise militairen en de opiumkoning gaat al heel ver terug.

Nadat Khun Sa in 1969 door Birmaanse militairen gearresteerd was, kwam hij door bemiddeling van de Thaise generaal Kriangsak Chomanan in 1974 weer op vrije voeten. Dit nadat zijn aanhangers twee Russische dokters hadden ontvoerd, die tegen hem werden uitgewisseld. Later zou hij in het geheim 50.000 dollar doneren aan een verkiezingscampagne voor deze generaal.

Khun Sa werd zakenman in Yangon

Overigens werd hij in Birma niet gevangengezet voor opiumsmokkel, (daarin speelde hij ook met de Birmese militairen onder een hoedje) maar omdat hij had overwogen zich aan te sluiten bij Shan rebellen, die vochten voor een onafhankelijke staat in Birma. Later, om internationaal een beter imago te kweken, zou hij zichzelf bestempelen als een vrijheidsstrijder vechtend voor een autonome Shan staat en noemde hij zijn vechtgroep The Shan United Army.

Dat nam niet weg dat hij met de Birmese generaals een cordiale werkverhouding wist te bewaren, die hem in zijn latere leven goed van pas zou komen. Gesteund door een fortuin waar niemand de omvang van kent, vestigde hij zich in 1996 als zakenman in Yangon, waar hij tot zijn dood in 2007 zou blijven wonen.

We gaan kijken in de barakken waarin een foto hangt van de manschappen van het opiumleger tijdens een parade. Ze zien er goed verzorgd en gedisciplineerd uit. Aan de muur is ook een afbeelding van een zekere Chao Seua Khan Fa, wat ik maar vertaal als de tijgerheerser uit de hemel. Hij stond aan het hoofd van een koninkrijkje genaamd Muang Nong Sae dat van 1311 tot 1364 bestaan moeten hebben. Misschien was hij wel het grote idool van Khun Sa wiens naam hij zich graag toegeëigend zou hebben.

Van hun kant hebben de Thaise militairen al die etnische minderheden die rebelleerden tegen het centrale gezag door de eeuwen heen beschouwd als een goede buffer tegen de Birmezen. In meer recente tijden namen ze de wapens op tegen de communistische dreiging, wat de Thais ook goed uitkwam. Het privéleger van de opiumkoning, dat in zijn hoogtijdagen in de jaren 80 zeker 20.000 uitstekend bewapende manschappen had, vormde daarop geen uitzondering.

Tièn wil absoluut naar de persoonlijke vertrekken van deze tijgerheerser in spé, die aan de andere kant van de tuin liggen. Als we er heen lopen raakt ze heel even mijn arm aan. ‘Blijven denken’, lijkt ze te willen zeggen.

In de gevangenis las hij Sun Tzu

Buiten een foto waarin hij op zijn lievelingspaard zit, is er in zijn persoonlijke verblijf totaal geen opsmuk te bekennen. We komen in een Spartaans ingerichte kamer met ook hier een beeld van Khun Sa dat wat minder grof is uitgevallen. Het is gekleed in soldatengroen met daarover een geel vest en rijlaarzen met een gouden biesje.

Antonin Cee. Heroïne, De Opiumkoning en het dwergmeisje, Kun SaEr wordt goed op hem gepast want op de tafel waaraan hij zit, branden twee kaarsjes en is eten en fruit neergezet. Tièn knielt neer en geeft hem opnieuw een waai, waarbij ze haar handen driemaal naar de grond brengt zoals voor Boeddha. Ik ben blij dat ze weer even op een ander spoor zit.

Veel opleiding heeft Khun Sa niet tot zich genomen. Maar het verhaal gaat, dat hij tijdens zijn gevangenschap De Kunst van het Oorlog Voeren van Sun Tzu las, waar hij zijn politieke overtuigingen aan overhield: ‘In politiek zijn er geen vrienden of vijanden voor het leven. Alles verandert naar gelang de omstandigheden die winst of verlies op kunnen leveren. Een verstandige leider moet in staat zijn elke verandering tot zijn voordeel te gebruiken’. Machiavelli zou het ook gezegd kunnen hebben. In de onschuld van de voetballerij dacht ook Cruyff er zo over.

Na haar held op gepaste wijze geëerd te hebben vindt Tièn dat we nu wel kunnen gaan. Uit de dichtgeklapte hemel druilt een beginnende motregen, droef en naargeestig. Ook in mijn hoofd is het na die zurige landwijn van gisteravond nog steeds niet helemaal opgeklaard. Buiten zit Khun Sa te glimmen op zijn paard. Het bloemenkransje dat Tien aan zijn voet heeft gehangen, is op de grond gevallen.

Hij deed een onmogelijk aanbod

Voor de opiumkoning had alles zijn prijs. In 1988 bood hij de Amerikaanse regering aan alle opiumproductie te stoppen in ruil voor 210 miljoen dollar ontwikkelingshulp, 265 miljoen dollar aan buitenlandse investeringen en nog eens 89.5 miljoen dollar voor hemzelf om de papaverplanten door andere gewassen te vervangen.

Een onmogelijk aanbod natuurlijk, want geen enkele regering kan ‘een misdadiger gaan betalen om geen misdaden meer te plegen’ zoals een Australische politicus het verwoordde.

Antonin Cee, Heroïne, Opiumkoning en Dwergmeisje, Amerikanen,

Maar ook de Amerikanen hanteerden het principe van Sun Tzu dat geen enkele bestendige vriendschap toelaat. Tijdens de Vietnamoorlog was Khun Sa een bondgenoot, die communisten bestreed.  Air America, de privé luchtvaartmaatschappij van de CIA, voorzag hem van wapens en transporteerde ook drugs, waaronder heroïne, vanuit de Gouden Driehoek naar de soldaten die de communistische opmars moesten stuiten.

Het is te zien in de gelijknamige film, die grotendeels werd opgenomen in Chiang Mai en Mae Hong Son. Indertijd wist mijn oude vriend Richard er zowaar een figurantenrol in te bemachtigen, waarbij hij alleen maar zichzelf hoefde te spelen door dronken aan een bar te hangen.

Hij had de meest pure heroïne te bieden

Na hun mislukte avontuur in Zuidoost-Azië zegden de Amerikanen de vriendschap op. Inmiddels kwam 80 procent van de heroïne, die in New York verhandeld werd uit de Gouden Driehoek en ongeveer de helft daarvan van Khun Sa. Bovendien had hij de meest pure heroïne te bieden, de z.g. grade four.

De raffinaderijen voor heroïne in de Gouden Driehoek waren echter geen eigendom van Khun Sa. Die waren opgezet door grote zakenlieden uit Bangkok en Yangon gelieerd aan of komend uit het militaire apparaat.

Heroïne. foto gezien op christianorg.com

Maar de Amerikanen oefenden druk uit en zetten twee miljoen dollar op zijn hoofd. Ook de Thaise regering had al een premie van een half miljoen baht beloofd voor zijn eliminatie. Natuurlijk waren er lieden die daar wel oren naar hadden. In 1981 beraamde een groepje Thaise Black rangers samen met lokale rebellen een moordaanslag maar die mislukte.

Aan de Birmese regering doneerden de Amerikaanse regering nog eens enkele miljoenen om nu eens actief aan drugbestrijding te gaan doen. Dat leidde ertoe dat het Birmese leger rapporteerde dat het samen met het Thaise, een groot offensief had ingezet tegen Khun Sa in zijn bolwerk net over de Thaise grens. Hij zou daarbij definitief zijn verslagen. In werkelijkheid hadden ze niets tegen hem ondernomen, maar werkten met hem samen om een weg aan te leggen door het gebied in de Shan-staat dat hij toen onder controle had om de transporten van heroïne en andere drugs te vergemakkelijken.

Ze blijft roerloos over de weg staren

Net als de hemel is ook Tien volkomen dichtgeklapt. Sinds we zijn weggereden uit Theurd Thai -dat zoiets als ‘eer aan de vrijheid betekent’- heeft ze geen woord meer gezegd. Ze heeft haar beentjes in een kleermakerszit getrokken en zit stilletjes voor zich uit te turen. Het maakt de stemming wat bedrukt en ik probeer haar op te monteren.

‘Het is toch prachtig om vrij te zijn’, begin ik maar op goed geluk. ‘Dan ga je jezelf toch niet verkopen. Je hebt je hele leven nog voor je’. Maar ze lijkt haar babbeltje voorgoed kwijt en blijft roerloos over de weg staren alsof ze me niet gehoord heeft.

Huisjes van leem en bamboe  (foto gezien op tipzilla.com)

Pas als we enkele kilometers verder bij haar huisje komen, opgetrokken van leem en bamboe, wat onmiskenbaar de invloed van de KMT verraadt, buigt ze zich naar me toe. ‘Khun Antonin’, zegt ze zo zacht dat ik het nauwelijks kan horen, ‘mensen zoals ik blijven niet lang op deze aarde. Ik eis echt niet veel van het leven’.

Woede door geen enkel woord te stoppen

Ik wil er wat op terugzeggen, iets in de zin dat ze niet zo zwartgallig moet zijn, een beetje optimistisch naar het leven moet kijken en meer van die opvrolijkende woorden, maar ze laat me de gelegenheid niet. Blijkbaar heeft ze alle mogelijkheden in haar bestaan haarscherp doorzien.

‘Koop me toch gewoon’, bijt ze me toe. ‘Ik kan alles voor je doen. Op avonden dat je er behoefte aan hebt kan ik bij je komen liggen’. Ze heeft haar laatste troef uitgespeeld. Het moment is daar dat ook ik kleur moet bekennen. ‘Nee’, zeg ik, ‘dat gaat niet. Voor mij liggen die dingen anders.’

In de kooltjes van haar ogen, zie ik een woede opgloeien, die door geen enkel woord te stoppen is. Ze trekt de deur open en springt de auto uit. ‘You no good man’, schreeuwt ze me toe voor ze hem dicht smijt en rent op kaar korte beentjes naar het huisje, trekt woest de deur open en verdwijnt.

Op het smalle weggetje is het moeilijk keren en ik moet Afrimele ettelijke keren heen en weer manoeuvreren voor hij met zijn neus weer in de goede richting staat. Ondertussen hoop ik dat Tièn zich niet meer laat zien om me een heldenrol op te dringen, die voor mij niet is weggelegd.

 

Van de heroïne naar de bron: lees ook deel 1 van De Opiumkoning en het dwergmeisje.  

The Guardian: Necrologie Khun Sa

 

Antonin Cee
Over Antonin Cee 140 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

5 Comments

  1. In dit geval betekent ขุน toch eerder heer, baas, leider.
    Een adellijke titel is het zeker niet omdat die door een soevereine vorst wordt toegekend,
    Ook in het Nederlands is jonkheer geen titel, maar een predicaat, vgl. Engels Sir.

    • Je hebt gelijk Alex. Het is een niet erfelijke laagste bureaucratische titel, en dus niet ‘adellijk’. Sir of jonkheer is misschien de beste vertaling. We houden het gewoon bij ‘Opiumkoning’.

      • Jij, die zo fanatiek strijdt in de wereld van woorden, moet nu wel consequent zijn.
        Wel Heer of Sir, geen jonkheer.
        Ik vind Opiumkoning trouwens een goede vrije vertaling.

  2. Prachtig verhaal Antonin, waarin de geschiedenis van deze streek goed wordt beschreven. Streek, niet land. Voor al deze groepen mensen waren er geen grenzen, hun loyaliteit lag bij mensen.
    Het opschrift boven de ingang naar het museum heeft mij ook iets nieuws geleerd. Er staat Khun Sa, ขุนสา maar de ‘khun’ is niet ‘meneer, mevrouw maar ‘khoen’ met een stijgende toon, een lagere adellijke titel, zeg maar ‘jonkheer’. Hij wordt daar blijkbaar geëerd zoals vele ‘godfathers’ in de rest van Thailand. Interessant.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*