Op het spoor van Hô Chí Minh: een geboetseerde geschiedenis (2)

Dwaalsporen

Ontegenzeggelijk de Isarn. Het is af te lezen aan de geplette kleuren van de stoppelvelden met hun verdwaalde bomen en aan de kegels van gecondenseerd licht dat in dit seizoen uit de hemel druipt als ingedikte melk en de horizon vernauwt.

Ergens pardoes in het vlakke land staat een enorm beeld van aartsengel Michael met getrokken zwaard, dreigend zoals hij door de na-ijverige God van de oude Hebreeërs aan de poort van het paradijs moet zijn gezet.

 Dit is een streek in Thailand waar veel Vietnamezen wonen, destijds uitgeweken naar Thailand om te ontkomen aan het Franse koloniale juk. Paternalistische Franse paters wisten een groot aantal te bekeren tot het katholicisme als onderdeel van “la mission civilatrice”.

Vietnam nadert hier het dichtst tot Thailand. Begrijpelijk dat Hô zich hier vestigde. Van hieruit kon hij gemakkelijk contact onderhouden met zijn partijgenoten in het moederland en medestrijders rekruteren.

Er hangt een bekeuring in de lucht

Antonin Cee, Ho Chi Minh, Dwaalsporen
Vliegende schotel als erfgoed van Franse missiedrang

Ik nader Sakorn Nakhon , een bisdom met een kathedraal in de vorm van een vliegende schotel. Het is kerstnacht en die avond ga ik er wat rondkijken. Voor de poort van het kerkterrein is het één grote verkeersopstopping. Duizenden pick-up trucks met ronkende motoren in walmen van uitlaatgassen en druk fluitende verkeersagenten.

Aan dat fluiten heb ik tijdens mijn verblijf in Thailand met moeite kunnen wennen. Bij ons is het een signaal dat je moet stoppen. Er hangt waarschijnlijk een bekeuring in de lucht. Hier betekent het dat je als de donder moet doorrijden. Ik heb er lang over gedaan de onwillekeurige neiging op de rem te drukken kwijt te raken. In de parkings van de shopping malls staan ze ook, die fluiters. Zelfs als alles muurvast zit houden ze niet op. Maar daar ben ik op voorbereid. Ik heb een fluitje in de auto liggen en fluit vrolijk terug…

In de laadbak van elke truck staat een verlichte kerstster, waarmee even een rondje gemaakt moet worden over het kerkterrein, want zo verzekert me een van de omstanders, dat brengt voorspoed in het nieuwe jaar. Dat kerkterrein heeft de afmetingen van een pretpark en ziet er net zo vrolijk uit. Overal staan eetstalletjes en fors uit de kluiten gewassen kerststerren, zitten kerstmannen in hun  arrenslee met grote wattenbaarden en worden er selfies genomen.

Antonin Cee, Ho Chi Minh, dwaalsporen
Mega gelukbrenger in achterbak

Enkele beroepsfotografen zijn druk in de weer paartjes die deze dag op aanwijzing van een waarzegger getrouwd zijn, in de juiste pose te zetten voor de huwelijksreportage. Ergens op een podium brengt een koor Stille Nacht en andere stichtelijke liederen ten gehore. Een oecumenisch feest van verbroedering, waarbij iedereen even dezelfde kant opkijkt. Een groot aantal van deze feestvierders is boeddhist.

In een hotelletje aan de rand van de stad breng ik de nacht door.  Ik lees wat in een boekje van Maurice DeWulf: Philosphy and Civilisation in the Middle Ages, niet vermoedend dat op een ander continent net als in de Middeleeuwen Averroës opnieuw slaags zal raken met Aquinas. Later die nacht worden in Keulen een aantal Duitse vrouwen aangerand door losgeslagen moslims.

Boze geesten bewegen zich alleen in rechte lijnen

Antonin Cee, Ho Chi Minh, Dwaalsporen
… werk in uitvoering….

De dag daarop sta ik op de stoep van het Thaise verkeersbureau in Nakhon Phanom met de vraag waar het huis van Hô Chí Minh is. Het meisje achter de balie tekent het voor me uit op een kladje. Ban Na Chok zoals zijn huis hier genoemd wordt, bevindt  zich in Ban Mai, het Thai Vietnamese Friendship Village op enkele kilometers van het stadje.

 Het eerste wat ik daar tegenkom, is een museum in aanbouw ter ere van Hô. Iets verderop een forse gedenkhal ostentatief neergezet door de Vietnamese overheid als symbool voor 40 jaar goede betrekkingen met Thailand. Enkele honderden meters verderop tref ik het huis van Hô, idyllisch gelegen in een tuin met fruit- en loofbomen.

Afhangend van het dak een geruit paneel van bamboe dat de voordeur blokkeert om de boze geesten entree te beletten. Want, zo is de lokale overtuiging, die bewegen zich zich gewoontetrouw uitsluitend in euclidisch rechte lijnen,

Antonin Cee, Ho Chi Minh, Dwaalsporen
Het echt ‘echte huis’ van oom Ho. Zegt gids Moipei

“Welkom, kom gerust binnen”, klinkt vanuit het huisje de stem van een vrouw, die mijn komst met een verfijnd buitenzintuiglijk instrumentarium moet hebben waargenomen. Ze zit aan een tafel midden in het enige vertrek. Voor haar staan strategisch opgesteld een paar ouderwetse inlandse pijpen. Ook hier aan de wanden foto’s van ome Hô, een ouderwets dressoir met zijn buste en ergens in een hoek een kleine werktafel. Met een waai schuif ik bij haar aan en ze stelt zich voor als Moipei en steekt meteen van wal. “Ja, dit is zijn huis”, vertelt ze. “Het echte huis dat hij bewoonde toen hij in Thailand was.”

Ik vertel haar van mijn bezoek aan het Historical Park in Udon. “Daar kreeg ik dat ook te horen”, zeg ik. Het ontlokt haar een glimlach, waar de ironie vanaf druipt. “Begrijpelijk”, zegt ze. “Ze willen bezoekers dus dat moeten ze wel wel vertellen. Maar hij heeft daar nooit gewoond. Hij is er onderweg langsgekomen toen hij van Bangkok op weg was naar hier en bracht er hooguit enkele weken door bij bevriende Vietnamezen.
Maar dat was op een heel andere plek. De mensen achter de opzet van dat Historische Park hebben wel geprobeerd dat land te kopen, maar de eigenaar wilde het niet kwijt. Dus hebben ze ergens in de buurt maar wat neergezet. Ze zijn eerst hier geweest om af te kijken hoe ze het moesten aanpakken. Maar persoonlijk maakt me dat niet veel uit.”



Hô verbleef hier zes jaar

Antonin Cee, Ho Chi Minh, Dwaalsporen
Moipei: grootvader vriend van oom Ho

Haar grootvader, zo vertelt Moipei, was een jeugdvriend van Hô. Ze kwamen uit hetzelfde dorp in Vietnam. Net als Hô ontvluchtte hij het Franse regiem en trok naar Thailand, waar hij zich vestigde als boer. “Hij trouwde met een Thaise vrouw hier uit de buurt en had het geluk een stuk grond te kunnen kopen. Toen Hô hier kwam, was mijn grootvader al gesetteld. Dat maakte het voor Hô een stuk gemakkelijker”.

“Hoe lang woonde hij hier?”, vraag ik haar. “In een brochure las ik….”
“Ja dat weet ik wel,” valt Moipei me in de rede met opgeheven hand. “Daarin wordt gezegd dat Hô een maand of vijftien in Thailand was. In werkelijkheid is dat veel langer geweest”.

Volgens Moipei verbleef hij hier zes jaar. Ze weet het allemaal van haar vader die het weer van zijn vader te horen kreeg.

“Denk eens in”, zegt ze. “Alleen al het reizen in die tijd. Hô ging vanaf Bangkok per boot naar Pichit. Daar staat naar ik gehoord heb trouwens ook een Ho Chi Minh huis”. Opnieuw speelt er een spottend lachje om haar mond.

“Van daaruit ging het te voet verder. Eerst naar Udon, waar een vriend van mijn grootvader hem ophaalde om hem hierheen te brengen. Die man is daarbij trouwens omgekomen. Reizen in die dagen was niet gemakkelijk en tijdrovend. destijds was het was hier toen allemaal maagdelijke jungle. Het wemelde van de roofdieren en giftige slangen en je trok er niet zo maar even met slechts een paar man doorheen. Er moest heel wat georganiseerd worden.”

“ En hij heeft verschillende van deze tochten gemaakt. Er moesten dragers geronseld worden, proviand verzameld voor onderweg. En dat was niet altijd even eenvoudig, want de lokale mensen hadden bij tijd en wijle niet eens genoeg rijst voor henzelf. Ook mijn grootvader niet. Om hier te komen is Hô maandenlang onderweg geweest. Nee, hij is hier echt veel langer geweest dan sommige mensen willen doen geloven.”

“Is hij van hieruit wel eens naar Vietnam gegaan?”, vraag ik aan Moipei. 
“Bij mijn weten niet”, zegt ze. “Hij kon er zelf niet heen. Dat was te gevaarlijk voor hem. De Franse veiligheidsdienst wilde hem maar al te graag in handen krijgen. Maar wel onderhield hij van via boodschappers contacten met Vietnamezen daar. Zelfs op zijn tochten in Thailand trok Hô over minder gangbare junglesporen om uit het gezichtsveld van eventuele spionnen van de Franse veiligheidsdienst te blijven.”

Er is zelfs niet geprobeerd het een Vietnamees uiterlijk te geven

Ik heb inmiddels besloten dat ik naar Pichit zal gaan om ook daar eens wat rond te kijken. Maar voordat ik afscheid neem van Moipei, moet ik eerst een kopje groene thee met haar drinken. Daarna trek ik zuidwaarts langs de Mekong, die op sommige plaatsen kilometerslange stranden aan haar oevers heeft geregen. Bij Nam Song Si, het tweekleurig water, waar de Mekong versterking krijgt van de Moon rivier gooi ik het stuur om en kruis naar het Westen.

Na enkele omzwervingen ben ik een paar dagen later in Pichit. Het loopt al tegen het eind van de middag en de zon smeert de hemel in met een balsem van onaards licht. Spoorzoeken is niet nodig. Het huis van Hô staat met richtingaanwijzers duidelijk aangegeven. Het ligt op enkele kilometers van Pichithet in het dorpje Ban Dong temidden van de rijstvelden. Hier is zelfs geen poging gedaan het een Vietnamees uiterlijk te geven.

Antonin Cee, Ho Chi Minh, Dwaalsporen
.… geen mens te zien…

Het is een piepkleine paalwoning, eigenlijk meer een geesteshuisje, en misschien stond dat de architect bij ontwerp daadwerkelijk voor ogen. Binnen ook hier een portret van Ho en een buste waarbij een paar bloemboeketten zijn gelegd. Er is geen mens te zien.

Op het landweggetje dat er heen voert staat een bord met daarop:
 Thai-Vietnamese Vriendschap
. Het huis waar Hô Chí Minh in Ban Dong verbleef. Opengesteld in 2014.

In een kruidenierswinkeltje aan de overkant van de weg ga ik mijn licht opsteken. “Heeft Hô Chí Minh echt in dat huis gewoond?, vraag ik aan een oud vrouwtje dat er in een hangmat ligt te doezelen. Het antwoord is een besmuikt lachje en verder doet ze er het zwijgen toe.

Maar het is me duidelijk genoeg. Ze weet wel beter, maar er moet iets worden opgehouden. Ook haar winkeltje kan misschien een toeristendollar meepikken. Zwijgen is beter dan liegen. Maar het kan goed zijn dat het antwoord twee generaties later bevestigend zal zijn. Als iets vaak genoeg beweerd wordt kan het tot waarheid promoveren.

Is het dan toch niet meer dan een stunt?

Die avond op de terugweg naar Chiangmai geraak ik tot Uttaradit en overnacht in een guesthouse. En daar, snuffelend in het boekenrek bij de receptie stuit ik op The Siamese Trail van Palasthira. 

“Als je bezig bent met een opstel over een bepaald onderwerp”, zo hield een professor ons voor tijdens een of andere college, “vind je daar vanzelf de juiste woorden bij”. Misschien geldt dat ook wel voor boeken. Ik neem de pennenvrucht van Palasthira mee naar mijn kamer trek een paar snelleesschoenen aan en werk me er in razend tempo doorheen.

Ook volgens Palasthira, die het verder niet over de huizen heeft waar Hô in Siam woonde, verbleef hij hier slechts slechts 15 maanden. Het boek gewaagt van de Memorial Hall in Nakhom Phanom, maar zegt niets over een kleindochter van een jeugdvriend van Ho, die daar nog steeds zou wonen. Ook geeft het aantal “historische feiten” die niet precies overeenkomen met het verhaal dat Moipei me vertelde.

Voordat ik haar verliet nodigde ze me uit voor een kopje thee. Wat ik niet vermeldde is dat ze me daarvoor meenam naar een achter het huis gelegen loods, volgestouwd met lokale artefacts die duidelijk te koop zijn. Beeldjes en bustes van Hô, reproducties van schilderijen en foto’s, gedenkplaatjes, traditionele pijpen en allerlei andere zaken die iets met hem van doen hebben. Dat geeft te denken. Zou dat hele huis dan toch niet meer dan een verkooptruuk zijn om klanten te lokken?

 Verreweg de meeste bezoekers die er komen zijn Thaise mensen uit Bangkok, vertelde Moipei. Westerlingen komen er zelden. Datzelfde geldt ook voor de andere optrekjes van Ho en het zou deze insteek kunnen verklaren.

Antonin Cee, Ho Chi Minh, Dwaalsporen
Koor Sakorn Nakhon en christelijk habijt: Jezus maar één keer geboren 

In het Westen is tijd lineair. Alles heeft een begin en een eind en gebeurt maar één keer. Dat heeft uiteraard te maken het met christelijke habijt dat het Westen heeft aangetrokken. Een ex-nihilo geschapen wereld, de unieke historische komst van Christus en tenslotte zijn wederkomst in de eindtijd. In dit licht bezien zijn modernere theorieën over het ontstaan van het universum, zoals de singuliere gebeurtenis van de Big Bang (vond ook maar één keer plaats) ook van joods-christelijke allure.

In veel Aziatische landen is de tijd cyclisch. Al in de Veda’s wordt gesproken over de Grote Adem, het steeds weer uitzetten en inkrimpen van het universum. En de historische Boeddha, Gotama Siddharta, is slechts een van de velen, die ooit hebben rondgelopen.

Bouwsels die er nooit geweest zijn

Misschien is het om die reden dat aan historische “authenticiteit” hier kennelijk minder belang gehecht wordt en ook met replica’s, zelfs als ze niet goed lijken, gemakkelijk genoegen wordt genomen. Dat zou ook wel eens de oorzaak kunnen zijn in het conflict bij de restauratie van Angkor in Cambodja. Er zijn daar twee teams aan het werk: een Frans en een Indiaas. De Fransen willen uitsluitend datgene restaureren, waarvan ze zeker weten hoe het eens was en het overige als ruïne laten. De Indiërs gaan veel verder. Als informatie over de oorspronkelijk staat van gebouwen en muren ontbreekt, schromen ze niet er hun eigen fantasie op los te laten en maken misschien bouwsels die er nooit geweest zijn.

Ook in Thailand heb ik menige historische tempels bij restauratie onherkenbaar omgetoverd zien worden al is men daar wat voorzichtiger mee geworden. Toerisme is een belangrijke bron van inkomsten. De zucht naar authenticiteit van de westerse toerist kan hier tot beschermheer worden.

 En misschien zit er ook wel meer achter. Boeddhisme en Hindoeïsme zijn in deze contreien springlevend en geven weinig aanleiding tot nostalgische zoektochten naar hoe het ooit was

Alles duurt immers nog steeds voort voort..

En bovendien, met een donatie voor de bouw van een nieuwe pagode vergaar je onnoemlijk veel meer verdienste dan met het opknappen van een oude. In het weemoedige Westen ligt dat ietsje anders. Er zijn daar heel wat mensen die zich atheïst noemen, maar Romaanse kerkjes vol ontroering bezichtigen. Je kunt je afvragen in welke geheime nis van het bewustzijn die emotie kuit schiet.

 Duidelijk, we leven in een dynamische, veranderende wereld en dan is best spannend.

Geschiedschrijving zelf is, zoals Hegel al zei, aan verandering onderhevig. Wat betekent authenticiteit hier dan nog?

“It is all human construct”, zegt een Amerikaanse vriend van me als we het over dit soort zaken krijgen. Misschien is hij boeddhistischer dan hij zelf weet.

©Antonin Cee, tekst en foto’s

Antonin Cee
Over Antonin Cee 140 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.