Oog om oog


Hans Geleijnse, Oog, Sirikit Hospital

De oude man viel in de propvolle wachtkamer niet op door zijn postuur. Hij was klein. Evenmin door zijn houding. Hij zat op een krukje tussen andere slachtoffers, net als hij het hoofd schuin achterover, de blik glazig op oneindig. Dat moest ook wel. Hij bevond zich op de oogchirurgische afdeling van het Queen Sirikit Hospital te Sattahip. Om de tien minuten kregen ze een irritant prikkende vloeistof op het netvlies gedruppeld. Bedoeld om de pupillen te verwijden, zodat de oogarts beter zicht krijgt op wat zich daarachter bevindt.

Ik weet dat, omdat ik in het rijtje wachtenden werd gezet, waarbij een Thaise medemens opdracht kreeg te verkassen en de twee blanken netjes naast elkaar zaten. Wat de kleine man ook deed opvallen waren zijn professionele jongensmaatje sportschoenen. Kleur en uitstraling spoorden niet met de wit afgebiesde stevige wandelstok op zijn schoot. Marathonman, kan niet anders, dacht ik en nam hem van dichtbij eens goed op. Hij zal ‘m altijd meesjouwen, maar in deze omgeving waar de mens in zijn armzalige hulpbehoevendheid niets te mekkeren heeft, paste zijn droeve hondenkop perfect: lange neus, mondhoeken naar beneden gezakt, borstelige wenkbrauwen boven die starende ogen. Daaronder een saai overhemd met mouwen rustend op de ellebogen en nog lager een een knappe vrijetijdsbroek met strakke vouw. Ik maakte een wedje met mezelf: een Britse marathonman.

Een zwijgend uur later, bij een kamertje waar veiligheidshalve de oogdruk wordt gemeten, werden we tussen de Thaise ooglijers naast elkaar op twee keukenstoelen gezet. Hij begon te praten. I’m from Chlasqu…My name is.. Ik verstond beide namen niet. Hij sliste. OK, marathonman Melvin dan maar, besloot ik. . Melvin kwam ergens uit Wales. Hij herhaalde de plaatsnaam op een toon alsof het nietige London erin zou verzuipen. And you, vroeg hij. Voor de vorm, want ik zag aan die hondekop dat elk antwoord inferieur zou zijn aan Chlasqunogwat. My name is Hans, I am from  Rotterdam, Holland, zei ik met stemverheffing in m’n beste Welsh. Verdomme, wat jammer dat ik m’n roodwitblauwe dundoek niet in m’n broekzak had gepropt. Had ik nog even wat waves kunnen laten rulen.

Het ijs gebroken, ijskoud bleef het tussen ons. Hij staarde me aan, keek naar het op m’n borst gespelde papiertje met de letters RE. Dat is Thais voor Right Eye. Hij had een papiertje met L+RE en wees op het mijne. ‘You’re a lucky man, only one injecton’, zei hij, de vinger wijzend naar het papiertje op zijn borst. ‘Me two’, voegde hij er voor beter begrip van deze continental loonie aan toe.  Ho ho, niet zo snel, zei ik, en vertelde van de laserbehandeling veertig jaar terug die nauwelijks zicht in het linkeroog liet. Melvin tuitte zijn lippen voor een I’m sorry, maar het geslis bleef me bespaard. Hij was aan de beurt.

Een uur later werd ik weer soort bij soort naast hem neergezet. Nu voor de deur van de kamer waar operatie oogjeprik zou plaatsgrijpen. Melvin schraapte de keel en zei: Tot m’n 81ste zag ik zo scherp als een arend. Lezen, autorijden, alles zelf. Nu al vier jaar invalide door die bloody macula degeneration’.  Ik gaf hem een vrijmoedig tikje op de schouder. ‘You’re a lucky man. Ik ben nu 72 en kreeg het op m’n 66ste. Count your blessings.’  Ik hoorde wat gegrom en zijn kwade blik bewees het: Melvin was not amused.

Hans Geleijnse, Oog, Sirikit Hospital

Lucky bastard, dacht ik, even later op de brancard door fel lamplicht beschenen. Maar dat was omdat de verpleegster vriendelijk aan me vroeg ‘Left eye Mister?’. Ik wees op m’n borst. Oh sorry, zei ze. No problem, grinnikte ik.

Anderhalf uur later liep ik Melvin tegen het lijf in de wachtruimte bij de apotheek- en betaalloketten.  Hij had net afgerekend. Ik kon het niet laten. ‘Nice walking stick’, zei ik en vroeg waar hij die had gekocht. Zelf gemaakt, antwoordde hij kortaf. Niet de wandelstok, zo bleek, maar de helwitte tape om het lange eind. Wil ik ook, zei ik, maar dan met rood en wit tape, international sign you know. ‘Mine’s white’, baste hij. ‘Even I can see that’, glimlachte ik. De Marathonman kreeg dat niet mee. Hij lag in volle sprint richting uitgang.


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Hans Geleijnse
Over Hans Geleijnse 346 Artikelen
Hans Geleijnse (1944, Zaandam). Voormalig beroepsmilitair en dienstweigeraar. Passie voor reizen, schrijven en muziek. Belandde in journalistiek, leerde het vak in de praktijk. Werkte twee decennia als buitenlands correspondent voor persbureau GPD en div. andere Nederlandse media. Hij woonde met partner en dochter ruim tien jaar in Thailand.

2 Comments

  1. Ik kijk nooit naar die naald. Dat mag ook niet! Ik geloof dat de nieuwste injectienaalden wat korter zijn en dat men ver gevorderd is bij het zoeken naar toedienen van deze medicijnen zonder ooginjectie. Ter relativering: oogprik geeft deze behandeling misschien beter weer. Niet iets om kraaiend van plezier in ontvangst te nemen, maar evenmin een helse marteling. De naalden van de tandarts, dat is andere koek. Brrrr….

  2. Wat mij opvalt is, dat die injectienaalden altijd zo angstaanjagend lang zijn. Ook bij de tandarts. Dat kan toch wel wat minder?

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.