Ongelijkheid en integratie in Singapore

Bestaat er een denigrerende term voor een buitenlander zoals ‘Farang’ in Thailand of ‘Mzungu’ in Tanzania? Nee, zo’n term bestaat in Singapore niet. Ze kan ook niet bestaan: Singapore is een land dat is opgebouwd uit mensen van verschillende origine, en er zijn strenge wetten op racistische uitlatingen en handelingen. Zelfs wanneer je de geur van de keuken van je Indiase buurvrouw niet kan verdragen, mag je daar niet over klagen: je moet er maar aan leren wennen. Anders ben je strafbaar.

Dat is ook de trots van Singapore: eenheid door verscheidenheid. Betekent dit dat iedereen op dezelfde manier behandeld wordt? Dat is weer andere koek: Singapore gaat er prat op een meritocratie te zijn. Dat betekent: je maatschappelijke verdiensten bepalen je plaats in de maatschappij.

Dat is mooi in theorie, maar in de realiteit is er een hemelsbreed verschil tussen een gezin van Chinese oorsprong met één of twee kinderen waar leren en nog eens leren op alle manieren gestimuleerd wordt, en een arm Indisch of Maleis kinderrijk gezin. Het ligt voor de hand welk kind het verst zal komen. Singaporeanen zijn trouwens fanaten in de bijlessen: kinderen volgen extra lessen voor van alles en nog wat, en die bijlessen kosten hopen geld, dus ook hier heeft de eerste familie een voetje voor.

Het lijkt me dat de verschillen minder worden: jongere Maleise families hebben nu ook nog maar een of twee kinderen. Maar van de tien jaar dat ik er was, heb ik in al de bedrijven waar ik gewerkt heb, welgeteld twee keer een Maleise vrouw ontmoet. Ik gebruik de term ‘Maleis’ zuiver etnisch en niet in de betekenis van ‘iemand met een Maleisisch paspoort’. Daar zijn er genoeg van in Singapore, maar meestal zijn dit Maleiers van Chinese origine.

Hoewel er geen expliciet racisme is, hebben Maleiers gewoonlijk de laagste jobs: deurwaarders (letterlijk: diegenen die de deuren bewaken) in bedrijven en condo’s, postbeambten, de beambten in de metro, kuisploegwerkers, verkopers en verkoopsters, Deliveroo en andere besteldiensten van afleveraars, Grab chauffeurs. Maleiers zijn ook de grootste bevolkingsgroep die eentalig is: 62,721 op een bevolking van 372,903.*

Dat is deels ook zo voor de Singaporese Indiërs zoals de 15,000 eentalige Tamils, niet te verwarren met de grote aantallen IT-specialisten en hun families uit India die intussen ook Singapore bevolken. Die ‘originele’ Indiërs zijn meestal Tamils uit Tamil Nadu die ooit door de Engelsen naar hier verscheept werden als dokwerkers.

De meeste mensen met lagere inkomens leven – overigens niet vanwege hun origine – in HDB-appartementsgebouwen die de overheid gebouwd heeft. Daar gelden strenge regels: elke verdieping heeft een ‘moreel verantwoordelijke’ die zowat de politieman/vrouw speelt. De percentages van elke bevolkingsgroep liggen vast en er wordt niet van afgeweken. Zo wordt gettovorming onmogelijk gemaakt.

Maar dat betekent nog niet dat alle bevolkingsgroepen even goed geïntegreerd zijn. Het is zo ongeveer zoals in Europa: slechts zelden ga je moslims in de betere scholen vinden, en dit zowel om financiële als godsdienstige redenen. En er zijn nog altijd meer vrouwen die niet kunnen lezen of schrijven dan mannen, maar dan binnen de oudere populatie: bij jongeren is er omzeggens geen verschil meer.

Hoe zit het met buitenlandse arbeidskrachten?

Eerst en vooral, je komt er niet makkelijk in als arbeidskracht. Je moet een contract kunnen voorleggen en op basis daarvan krijg je een employment pass. Er zijn verschillende types naargelang het inkomen en het soort job. Ze hebben allemaal een einddatum: één keer je job gedaan is, vervalt je pas automatisch en dan moet je eruit na een paar weken tot een paar maanden. Dat is afhankelijk van het soort employment pass die je hebt. Iemand die in een Italiaans restaurant als kok werkt, heeft niet dezelfde als een IT-specialist.

Er wordt ook streng gekeken naar werkervaring en opleiding. Dat is ergens logisch, want ze willen er geen buitenlanders binnenlaten wanneer een Singaporeaan dezelfde job ook kan doen. Ik had nooit gedacht dat mijn KUL diploma nog voor ergens goed voor was, maar de universiteit staat in de top-100 en dat betekent de rode loper. Een Spaanse collega had minder geluk en kon na twee maanden weer vertrekken.

Bouwvakkers, werkend in een van de hoofdactiviteiten in Singapore, zitten meestal samen in aparte ‘townships’ (misschien is het woord slecht gekozen) van waaruit ze ’s morgens per bus naar hun werk gevoerd worden. Al heb ik ook andere toestanden meegemaakt (die wellicht voorbij zijn) toen recht tegenover mijn appartement een nieuw condominium verrees. De bouwvakkers verbleven in het in aanbouw zijnde gebouw. Over de omstandigheden? Ik zou me er niet te veel bij voorstellen.

Integreren tijdens je verblijf

Je hebt als expat, zoals dat zo mooi en vals heet, twee mogelijkheden. De eerste is: je integreert je helemaal niet, maar via de school (er is bv. een Nederlandse school) en allerhande verenigingen van taalgenoten kom je terecht in een exclusief clubje waarin je vrijetijdsleven zich afspeelt. Dat is wat gebeurt met de meeste Engelsen, Fransen en Duitsers. Uit die kringen hoor je ook de meeste verzuchtingen dat Singapore vervelend is, er is niets te doen. Tja.

Hapjes op de receptie voor de verjaardag van de Belgische Koning. Foto: Embassy of the Kingdom of Belgium in Singapore

Als Belg heb je die keuze niet, want er is niets van dit alles. Ik ontmoette andere Belgen een keer per jaar op de receptie ter gelegenheid van de naamdag van de Belgische koning. Verder nooit. Dus probeer je je te integreren in de lokale bevolking, maar ook dat is geen sinecure: Singaporeanen hebben weinig zin om energie te steken in vreemdelingen die na een tijdje weer voor altijd verdwijnen, en dat vind ik heel begrijpelijk. Ik zat zelf met dat dilemma en het heeft me eerlijk gezegd twee jaar geduurd om iets als prille vriendschappen op te bouwen.

Toch is het me gelukt. Enerzijds omdat ik een paar vriendschappen op het werk opbouwde. Maar vooral door mee te gaan doen met lokale activiteiten, iets  – waar ik in het begin helemaal niet aan gedacht had. Het keramiekatelier (waar ik meestal de enige niet-Singaporeaan was) heeft me daar heel erg bij geholpen.

Singapore heeft een druk en boeiend gemeenschapsleven, maar je moet het vinden. Ik ben een plantenliefhebber en kweekte uit zaad dat ik lokaal vond, plantjes die ik daarna naar mijn huis in Thailand heb verhuisd. Ik wist tevoren niets van planten uit Zuidoost Azië. Tot ik op Facebook de Singapore Urban Gardeners ontdekte, die in hun groep en op markten allerlei tips uitwisselen. 

Er zijn ook community gardens en een tijdje heb ik in zo’n tuin meegewerkt. Nog nooit heb ik gehoord dat iemand die zich als vrijwilliger opgeeft niet aanvaard wordt. Wat je er dan van maakt, is jouw ding.

Elke wijk heeft een cultureel centrum waar allerlei activiteiten georganiseerd worden, soms gratis, meestal tegen een kleine vergoeding. Je kan er leren Chinees koken, Tai Chi lessen volgen, talen leren, en uiteraard mensen ontmoeten.

Eens je erop begint te letten, zie je een hele boel deuren open gaan. Culturele manifestaties op pleintjes of in culturele centra, vertelavonden in the Arts House, ik noem maar wat. Nee, ik heb me geen moment verveeld in Singapore.

*Op basis van +15-jarigen; totaal berekend op enkel Maleis sprekenden + Maleis en Engels + Maleis en 2 andere talen. Die laatste groep kunnen ook oudere Chinezen zijn die Maleis geleerd hebben. 

Over Geert Barbier 23 Artikelen
Van oorsprong uit Oostende maar woonde 20 jaar in Mechelen. Verder ook jarenlang in Duitsland, in de VS en in Singapore. Zijn werk als internationale verzekeringsadviseur stelde hem in staat een groot gedeelte van de wereld te bereizen. Sinds 2019 woont hij in Thailand en houdt zich bezig met bezig met tuinieren, tekenen, schilderen, talen leren, schrijven en koken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*