Of ik pulkvis lust?

Wij wonen in ‘Gat Buitenpost’ zeg ik altijd tot ik er achter kom dat er een Bûtenpost in Friesland bestaat. Dat om aan te geven dat ik weliswaar maar 8 km van centrum Nongkhai woon en 4 km van de brug naar Laos, en toch helemaal buiten.

Een dorp van niks; de twee straten hebben geen naam. Ik heb twee huisnummers: een van de ‘baan’ en een van de elektriciteitsmeter. Maar voor rekeningen weten ze je overal te vinden hoor.

Laten er vijftig huizen staan, vaak op afstand van elkaar en soms ook weer propjesvol op een stuk grond. Families hokken bij elkaar maar dat verhoogt de feestvreugde, heb ik gemerkt. En ongetwijfeld de saamhorigheid. Mensen met een baan in de stad of mensen die rondrijden met een brommer met zijspan en daarin gekoelde melk en andere zuivel. De partner doet thuis aan verstelnaaiwerk of heeft een winkeltje met simpele dingen als cola en bier en chips en andere waren en uiteraard flessen benzine 91.

Buurtbewoners hebben naast de job ook wel een stukje rijstveld en/of koeien. Altijd zie je in de tuinen kippen en katten en ook wel aangereden honden. Die hinkepinken met een poot in de kreukels; geen mens die het geld heeft zo’n dier netjes te laten helpen. Dus hompelen hier veel rashonden van het merk ‘De la Rue’ en ‘Vuul Nisbacque’ en ik erger me daaraan maar wat doe je er aan. Er is nauwelijks geld voor het dagelijks bestaan.

Ik verzorg mijn dieren en toen een van mijn katers een voorpoot brak die na twee keer zetten niet gelijmd kon worden, is die poot geamputeerd. Kostte me handen vol geld maar Hiphop, ongelooflijk maar die naam had ie al, hompelt vrolijk rond.

Of ik kom eten?

Omdat ik alleen zit met de feestdagen, want oma is ziek dus de familie is naar Bangkok, en men dat hier zielig vindt, werd ik afgelopen weekend uitgenodigd op een verjaardagsfeessie bij de buren. Gewone Thaise mensen die mijn tuin doen en ook wel bouwkundige werkzaamheden verrichten en die in het straatje wonen.

Daar wonen op enkele rai een paar families, ongetwijfeld nazaten van een opa en een oma die wat grond nalieten, en ze hebben er allemaal een woonst gebouwd. En soms zo dicht op elkaar dat, denk ik, men op schrift heeft gesteld wie vandaag de ramen open mag zetten en wie morgen. Motdorie, hier zou ik goud kunnen verdienen aan de introductie van het schuifraam ware het niet dat hun goud vermoedelijk bij de pandjesbaas ligt want ze hebben allemaal niks te makken. En toch staan er motosaai en gaan de kinderen keurig in kostuumpje naar school met de songthaew.

Kom je eten vanavond? Dat eten is rond 19 uur en is bescheiden van aard, niet karig want er is genoeg maar eentonig, en er is vooral veel ‘pittig’ en ‘heet’ spul op tafel want met peper maak je zelf s een korst oud brood aantrekkelijk. Voor hen dan.

Ja, ik eet mee. Kai heeft me opgedragen met dit soort sociale zaken mee te doen want als ik ze betaal voor werk dan is dat ruim bemeten en men wil iets terug doen. Dus ik schuif mee aan de lange tafel, ik voorzien van een lange broek en een hemd met lange mouwen en niet alleen omdat het koud is. De mug slaapt nooit!

Omgaan met Thaise mensen heeft iets. Iets spannends. Ik word als buurtbewoner aanvaard, spreek overal ‘Hoog Thais’ want mijn vrouw spreekt geen Engels laat staan Nederlands en junior heeft Engelse en Chinese les waar ik wel voor betaal maar niks van merk. De buurt begrijpt dat ik geen Isaan en geen Lao praat maar is bereid zich aan te passen. Ze vinden het best grappig dat ik de taal beheers. Er zijn hier nog analfabeten maar wel alleen onder de 50-plussers. Alle jong spul gaat naar school.

Dan komen, ook na 12 jaar hier, de bekende vragen. Waar kom je vandaan? Hoe oud ben je? Wat verdien je? Waar kom je vandaan? En zo gaat dat door als een perpetuum mobile. Het is een gebaar van beleefdheid, deze vraagpartij. Ik antwoord wel eens in het Thais ‘Nederlander’ maar ik kan net zo goed Amlokees of Urbulant zeggen, er zijn hier mensen die niet eens weten hoe het volgende dorp heet. Men komt zelden of nooit uit het gat waar ik woon.

Daar komt de vis!

Rijst op tafel. Bestek bestaande uit vorken en lepels waar Uri Geller mee gespeeld heeft, potjes met hete zaken, en dan komt een schaal Pla Nin. Tilapia. Nijlbaars! Ocherm, wat is dat dier ver van huis. Hij of zij moet daar toch van geleden hebben. De schaal komt midden op tafel en ik zoek naar de opscheplepels.

Ja, dat had je gedacht.

Klauwen met rouwranden, takken en tengels met zwarte nagels pulken, alleen het woord al!, aan de arme vis en het is maar goed dat ie dood is. Brokken worden afgescheurd en met een handje rijst met heetsels in de bakkes gepropt dat het een aard heeft. Tafelmanieren? Forget it. Schransen!

Ik ben bepaald niet ‘meneer soigneer’ maar heb geen nagels met rouwranden, dus zit met zekere tegenzin naar dat gepulk te kijken totdat de vrouwen des huizes, en dat zijn er hier zeker vijf van het stevige type met armen die een worstelaar niet zouden misstaan, me eens bemoedigend toelachen en hun blik zegt ‘Je gaat maar één keer dood hoor dus geniet er maar van’.

Nou ja, vooruit, als je toch maar één keer doodgaat aan de nijlbaars dan pulk ik ook maar wat van dat scharminkel af en pak wat rijst en een ietsie pietsie heetsel. En neem een slok bier.

Dit is de charme-kant van ruraal Thailand en je moet er aan wennen maar je proeft het gouden hart. Dus doe ik mee. Volgende keer weer. Met of zonder rouwranden……

Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 583 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland