Ocean Spirit, kort verhaal in twee delen

Slechts een centimeter of vijftien scheidt haar van de chaos. Hier is alles rustig. Alles glijdt langs elkaar heen en van haar af. Het licht is diffuser, toch ziet ze fel oranje ovalen doorsneden met wit, donkerrode bouwsels, heldergroene en paarse sterren, gedompeld in aquamarijn. Haar oren lijken dichtgedrukt, beschermd tegen schrille geluiden, ze hoort alleen dikke bellen tegen haar oorschelp knappen. Het ruikt hier nergens naar, terwijl zij vanmorgen aan de kust de zilte lucht in haar neus voelde prikken. Ze bevindt zich in een andere dimensie. Eindelijk is ze in het milieu terecht gekomen dat bij haar past.

Traag beweegt ze zich, toch brengen de ferme klappen van de zwemvliezen haar snel naar een dieper deel waar mansgrote zeeschildpadden zich schijnbaar hulpeloos een weg banen. Alles verliest zijn urgentie in deze onderwaterwereld.

Ze kan zich er nauwelijks toe brengen haar lichaam te kantelen en haar hoofd uit het water te steken. Waarom ze het toch doet weet ze niet. Ze moet geroepen zijn, al heeft ze niks gehoord, of misschien hebben wollige trillingen haar trommelvlies bereikt. Als ze zich opricht is de atmosfeer ineens venijnig dun, het licht verblindend en ziet ze onnozele kopjes gekoppeld aan een luchtpijp boven het water tegen de lucht afsteken. Vanaf de boot wordt ze gewenkt en geroepen. Het zal tijd zijn voor de lunch. Ze is verder weg dan ze dacht, merkt ze als ze terug klapwiekt. Hijgend hijst ze zich op de vlonder die vastgemaakt is aan de achtersteven. Een golf van zeewater stroomt van haar badpak.

De jongen die pijlsnel naar beneden gedoken was om de boot vast te leggen, staat met een paar druipende mensen op het achterdek te praten. Zwierig gooien ze hun zwemvliezen en snorkels neer. Ze spreken Engels met dat crocodile hunter accent van Australiërs. Natte lichamen worden gedroogd, haren met de vingers in model geduwd. Ze klappen in de handen, lachen en roepen: “Magnificent, great” en “amazing.” Alles is hier amazing, denkt ze, absolutely mate! Maar wat het Reef betreft hebben ze gelijk. Nooit eerder had ze zo’n wonderbaarlijke ontmoeting. Vader had gelijk. Dit is de mooiste plek op aarde.

Ocean Spirit 1De zon schijnt en de lucht is egaal blauw. In de verste verte is er geen wolkje te zien. In de loop van de dag zal dat veranderen, want het is oktober en in die tijd heeft Queensland te maken met de ‘build up.’ In de namiddag bliksem, donder en dan lijkt bij tijd en wijle de wereld te vergaan.

Een man in een wit zomeruniform, korte pijpen en korte mouwen, helpt haar van de vlonder de trap op naar het achterdek.

“Are you all right?” vraagt hij, terwijl hij haar stevig in haar dikke bovenarm vastgrijpt. Ze knikt. Hij kijkt haar met zijn helderblauwe ogen aan, verder is hij in het geheel donkerbruin, waarschijnlijk jarenlang geteisterd door de zon. De hele crew bestaat uit geblakerde blanken. De toeristen aan boord zijn een beetje verbrand. Hier was toch iets met een gat in de ozonlaag? Moeten die sufferds zich niet insmeren, denkt ze.

Op de witgelakte, vlekkeloze bank langs de reling liggen haar spullen nog net zo zoals ze die heeft achtergelaten. Met een badlaken droogt zich af. Ze weet dat ze gadegeslagen wordt door de anderen. Een dikke negerin op leeftijd, in haar eentje. Zuchtend neemt ze plaats, en kijkt in het rond. Sommige mensen knikken haar toe, een paar slaan hun ogen neer. Haar maakt het niet uit, ze kijken maar. Doe maar wat je niet laten kunt. Anderen komen uit de kajuit, ze lopen met gevulde bordjes. Een paar Nederlanders hoort ze zeggen dat er zoveel keus is en hoe dat kan aan boord van een schip.

Bijna alle plaatsen op het achterdek zijn bezet, alleen naast haar is ruimte over. Een tweetal laat zich op het ruw geverfde dek zakken en gaat in kleermakerszit zitten. Wat zijn jonge mensen lenig, gaat door haar gedachten, ik zou niet eens één been in zo’n kronkel kunnen leggen, en ze kijkt naar haar eigen massieve onderstel.

Waarschijnlijk omdat ze alleen is en een flink jaartje ouder dan de rest, komt de man die haar binnenboord getrokken heeft naast haar zitten. Hij reikt haar een glas water aan. Hij heeft een pet op, wat hem een voorname uitstraling geeft.

“My name is Bruce and I’m from Port Douglas,” zegt hij. Met een zwaar Nederlands accent vraagt ze waar dat ligt, Port Douglas. “North of Cairns. Where are you from and what’s your name?” Hij voegt er net geen mate aan toe.
“Van Lingen, Mrs van Lingen, from Holland.” Ze is te oud om met een voornaam aangesproken te worden. Ze moet er niet aan denken dat de jongeling steeds “Margaret” over het dek zou roepen. Hij knikt en biedt Mrs van Lingen aan iets te eten voor haar te halen. Maar zij heeft haar buik al jaren vol en ze schudt haar hoofd.
“Is it okay here, you like it?”
“Yes, yes,” antwoordt ze naar waarheid. “You? Like it, your job?” vraagt ze hem om beleefd te zijn. Bruce begint te vertellen. Niet alles verstaat ze. De woorden safe en no accidents, hoort ze hem zeggen. Ze begrijpt dat hij zich bekommert om zijn gasten.
“Isn’t it too much for you, are you a good swimmer?” vraagt hij
“No, no,” en ze glimlacht. Hij klopt bemoedigend op haar arm. “Beware off the current over there, might be dangerous.”
“No worries, you stay put,” en hij loopt weg.
“You too,” zegt ze.

Overal om haar heen ziet ze bewegende kaken. Het is stil. “Etende apen praten niet,” zou vader gezegd hebben. Een vleug van gebakken vis komt haar neus in. Ze draait haar hoofd weg. Vis is niet om te eten, vis hoort te zwemmen. Nog nooit heeft ze er een gegeten.

Het water is glad, de boot ligt stil alsof hij op het vasteland ligt. Niemand let meer op haar. Met een waaier wappert ze zich verkoeling toe. Ze verlangt weer naar een duik in de frisse materie, naar de onderwaterwereld, waar ze geaccepteerd wordt en gedragen alsof ze een veertje is. Ze heeft haar bestemming gevonden. Het meest lijk ik toch op een zeekoe, denkt ze, en ze lacht in zichzelf, een enorme, dikke, zwarte zeekoe. Ja, ze zal zo meteen de diepte op gaan zoeken. Vrienden maken met de zeeschildpadden. Een ritje maken op hun schild. Ze zullen haar mogen.

Nadat vader was overleden had ze zich voorgenomen naar de andere kant van de wereld te reizen. Hij had haar verhalen verteld over alle landen waar hij was geweest, toen hij in zijn jonge jaren op de wilde vaart zat. Dit was het hoogtepunt: the Great Barrier Reef. ‘De mooiste plek van de wereld om in te verzuipen.’ Vader had het zo gewild. Dit zou hij goed vinden. Iedereen vond dat hij bofte dat zijn dochter krachtig was. Anders had ze hem niet tot het einde toe kunnen verzorgen. Hij was achtennegentig geworden. Wie had dat kunnen denken, na drie hartoperaties.

greatbarriersnorkelEen enkeling is alweer de drijvende vlonder opgelopen. De bruingebakken Bruce staat te waken vanaf het achterdek. Een meisje in een kleine bikini kijkt naar hem en glimlacht. Ze is gebruind in andere zwemkleding en draagt op haar rug kruislings witte strepen, die rood oplichten. Haar zwemvliezen, snorkel en duikbril heeft ze in haar hand.

“You come with me?” vraagt ze met een lachje en een knipoog.
“No, sorry mate, my task is counting the people going in and out of the water. That’s it.” Handig doet het meisje haar hulporganen aan de voeten, springt erin en spettert hem lachend een beetje nat. Een kalende Engelsman is clichébevestigend verbrand. Zijn rossige vrouw ook. De pijn zal ondraaglijk zijn vannacht. Met hun zwemgerei in de handen schuifelen ze voorzichtig over de natte vlonder. Daar doen ze hun voeten in de zwemvliezen en gaan te water. Geroutineerd spugen ze in hun duikbril. Het mondstuk van de snorkel gaat in de mond en ze steken hun gezicht in de zee. Als vanzelf gaan hun lichamen horizontaal. Daar drijven ze, twee rooie ruggen, spetterend met hun flappen. Van de boot af gezien een sukkelig gezicht, maar Margaret weet beter.

Kreunend staat ze op en recht haar rug. Daarmee vestigt ze opnieuw de aandacht op zich. Een jongen die meloen zit te eten kijkt naar haar en stopt met eten. En natuurlijk Bruce. Hij krabt zich achter een oor en vraagt met een frons of ze echt nog een keer de zee in wil. Zij trekt haar wenkbrauwen op: “That’s why I’m here.”

De vlonder op en af vereist enig atletisch vermogen. Andere boottochtjes gaan naar eilandjes, vanwaar men eenvoudigweg van het strand de zee in kan lopen. Vanwege de naam heeft ze gisteren deze maatschappij uitgekozen: Ocean Spirit Cruise. Toepasselijker kan het niet.Ocean Spirit deel 1

 

Ocean Spirit van Femmy Fijten is eerder gepubliceerd in ‘Lezen en Laven’, een bundel korte verhalen uitgegeven door Nieuwe Druk (2013)

Deel 2 en slot hier. 

 

Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.