No Country For Old Men


Standje stress

Bert van Balen, NO country

Haar ogen spoten vuur terwijl zij een gloeiendheet strijkijzer op mij gericht hield. Nog geen seconde daarvoor had ik een trap tegen de wasmand gegeven, was deze gekanteld, lagen de gewassen onderbroeken, polo’s, hemdjes en nog wat handdoeken verspreid over de vloer met daarnaast de gifgroene plastic wasmand. Alle ingeslikte woede was met de trap tegen de mand naar buiten gekomen en ik deinsde achteruit voor het strijkijzer waarmee zij mij trachtte te brandmerken.

Nooit zou ik mij meer kunnen ontkleden voor een vrouw zonder dat zij in de lach zou schieten bij het aanzien van haar huishoudelijk werk zo mooi afgetekend tussen weggebrande borstharen.
‘Wat een bijzondere tattoo heb jij.’

Zij zette haar aanval met het strijkijzer niet door. Zette in plaats daarvan de wasmand weer overeind en deponeerde daar de nog te strijken was in terug. Het bleef stil. De woordenwisseling was ten einde, de stemverheffingen, het uiteindelijke gegil met het schrille stemgeluid wat uiteraard uit haar mond vloeide terwijl ik het geluid van een bas probeerde na te bootsen. Dwingend en overheersend, wat volledig mislukte en ik in de gaten kreeg dat mijn stem ook hoge noten kon halen. Vloekend in het Nederlands, tierend op het ordinaire af en dat allemaal met een bloeddruk die naar een hoogstwaarschijnlijk gevaarlijke hoogte moest zijn gestegen, te voelen aan de druk op mijn borst.

Waar ging het ook alweer over. O ja, natuurlijk, geld. Vraag en aanbod. Misschien ook wel. Het zakelijke tegenover de vraag naar aandacht, medeleven, en vooral mededogen want ik was een zielig wrak, vond ikzelf tenminste, en hier moest rekening mee gehouden worden wat niemand beter kon dan een Thaise vrouw, zoals mij verteld, en daar dan ook met beide voeten intrapten.

Het groentje in Bangkok in het REX hotel aan de Sukhumvit Road die de deur van zijn kamer had geopend toen er werd geklopt. De portier. Of meneer misschien een Thai massage wilde. Ter verduidelijking kneep hij in zijn eigen arm kneep, waarop het groentje ja knikte en binnen enkele minuten een Thaise schoonheid binnen had met in haar hand een klein handig tasje.

Zo was het begonnen. Happy-end inclusief het aanbod dat zij best wel bereid was voor mij te zorgen als ik mijn plan wilde doorzetten om in Ban Chang een appartement te huren met beneden een strand waarop talloze eettentjes te vinden onder een zeildoeken afdak bevestigd aan houten palen die dan weer door kerstverlichting werden versierd. Rood, groen, blauw en roze lichtjes die met regelmaat, elkaar afwisselend, aan en uit gingen. Hoe romantisch als je tenminste geen migraineklant bent want zulke versiering kan als een trigger werken.

Bert van Balen, No country

Zij ging mee. Tenminste een maand. Ingehuurd voor een vast bedrag. Na deze maand knoopte ik er nog een maand aan vast omdat een Thai massage verslavend kan werken en het happy-end inmiddels een upgrade had ondergaan naar het echte werk waar zij ook bepaalde technieken van onder de knie had. De derde maand kwam er een kink in de kabel omdat ik merkte dat mijn inkomen de uitgaven niet meer bijhielden zodat ik dit onderwerp maar eens ter sprake bracht. Dat werd geduldig aangehoord en daar bleef het bij. En van zoiets krijg je ruzie.

Netjes maakte zij van het gestreken wasgoed gesorteerde stapeltjes die zij op de verschillende planken opborg in de klerenkast. Hierna pakte zij haar weekendtas en begon omstandig haar eigen gewassen en gestreken kleren daar in te stoppen. ‘ I’ll go,’ zei zij.

Ik had natuurlijk een zucht van verlichting kunnen slaken, maar het idee dat ik vanaf het moment dat zij vertrok er alleen voor stond, deed mij opeens twijfelen aan het idee dat geld een belangrijk iets voor mij is. Daarbij bedacht ik dat zij met haar zorg voor twee schoolgaande kinderen plus een moeder in Chiang Rai, die toch ook moet kunnen eten, veel meer op haar nek had.

Kijk nou, er liepen tranen over haar wangen. Ach gut, nou ja, zij heeft wel goed voor mij gezorgd. Zal ik haar dan toch wat meer geven. Veel meer dan de afgesproken prijs terwijl ik inmiddels haar salaris al tweemaal had verhoogd.

‘Kom,’ zei ik en trok haar naast mij op het randje van het bed. Uit mijn achterzak haalde ik mijn portemonnee. Trok er twintig briefjes van duizend baht uit.

‘Hier,’ zei ik terwijl het stapeltje bankbiljetten aan mijn vingers kleefden. ‘Misschien wil je dan nog wat blijven. ‘Totdat ik volgende maand weer terug moet naar Holland.’

Met een rotklap sloeg zij het geld uit mijn handen. Briefjes van duizend vlogen door de lucht en verspreiden zich over de vloer.
‘How do you think I am.’
Zij stond op, bekeek mij weer met die felle ogen van haar waarin woede te lezen viel en schreeuwde bijna;
‘I don’t want your money.’
Verbijsterd keek ik haar aan. Verbijsterd zag ik hoe zij haar tas oppakte. Verbijsterd hoe zij de kamer uitliep naar de buitendeur hem opende en hard achter zich dichtsloeg. Verbijsterend.

Bert van Balen, No Country

Zo bleef ik zitten. Op het randje van het ruime tweepersoonsbed die wij maanden hadden gedeeld op een manier dat er best nog een stel bij kon en misschien nog wel een stel. Ik staarde naar de briefjes van duizend baht. Twintig stuks. Bepaald geen kleinigheid. Over de vloer kruipend begon ik ze op te rapen, maakte er weer een mooi stapeltje van, telde voor de zekerheid of het er inderdaad twintig waren en wilde ze opbergen in mijn portefeuille waarin ik ook mijn paspoort bewaarde en mijn retourticket naar Holland. Weg!

Jij stinkhoer, siste ik tussen mijn tanden. Ik graaide naar mijn mobiel, zocht haar nummer, kreeg dat ontzettend hoerige melodietje te horen als teken dat haar telefoon overging en knarste op mijn tanden. Opnemen kreng, dacht ik. Opnemen!

‘Hello,’ klonk het.
‘Hello, can you please bring back my papers and pasport,’ vroeg ik dwingend.
‘You want me back,’ vroeg zij. O mijn God, zij maakt weer gebruik van haar selectieve kennis wat betreft de Engelse taal.
‘Yes, yes,’ zei ik maar, ‘I want you back.’
Als zij terug zou komen kon ik haar tenminste lijfelijk dwingen mij mijn spullen terug te geven.

Ik wachtte een uur. Zat mij inmiddels af te vragen wat zij met mijn retourticket moest. Zo’n paspoort kan ik nog wel begrijpen. Dat brengt geld op. Vroeg mij ondertussen ook af wat ik allemaal te regelen had als zij niet terugkwam.
‘Jezus, ik moet er niet aan denken. Al die formaliteiten.’

Een bevrijdende klop op de deur en ik sprong op. Daar stond zij. Lachte haar hagelwitte tanden bloot.
‘I’m back,’ zei zij vrolijk.
‘My papers,’ zei ik mijn hand uitgestoken om ze in ontvangst te nemen, zonder terug te lachen maar eerder met een zeer dwingende blik.

Zij stapte langs mij heen de kamer binnen.
‘I not have.’
‘You not have?’ vroeg ik met overslaande stem.
‘No, they are here.’

Zij liep naar de kast, tilde een stapel gestreken wasgoed op en haalde hier mijn portefeuille vandaan. Ik griste het ding uit haar handen, keek vlug of mijn paspoort daar nog in zat. Ja. Of mijn retourticket nog aanwezig was. Ja. Waarom zij mijn portefeuille had verstopt onder een stapel kleren. Omdat ik het ding overal liet slingeren, ik blijkbaar niet op de hoogte was van het aantal inbraken, hoe crimineel Thailand kon zijn en dat zij zich aan onze afspraak had gehouden; I take care for you if you take care for me.

De twintigduizend baht nam zij alsnog aan.


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Bert van Balen
Over Bert van Balen 453 Artikelen
†Bert van Balen (20 juni 1945 - 26 oktober 2018) verbleef een decennium lang regelmatig in Thailand, vooral in Chiang Mai. Bert leerde als autodidact van zijn hobby fotografie zijn beroep te maken. HIj was ook chauffeur, magazijnbediende, semi beroepszeiler, redacteur en journalist voor Kidsweek en flierefluiter. De reden tot zijn regelmatig langdurig verblijf in Thailand is terug te vinden in zijn boek: Hoera, ik heb kanker. Te bestellen via Bol.com