Een nachtelijke strooptocht. Aflevering 5: De Buffel

Duc en Vinh keken in twee zwarte gaten van onpeilbare diepte. Ogen als boetnaalden, ging het door Duc heen. Ze kwamen tegelijk overeind. De man liet zich op de stoel zakken en gebaarde hen weer te gaan zitten. Zijn geste had eerder iets hoffelijks dan bevelends. Hij bestudeerde de jongens een volle minuut voor hij begon te spreken.

‘Wanneer mannen besluiten tot een onderneming die grote winst belooft, accepteren ze de risico’s die onverbrekelijk aan zo’n plan verbonden zijn. Daar zijn het mannen voor. Al houdt de angst hun hart omkneld, hun doel drijft hen voort. Maar doel en resultaat komen niet altijd overeen. In plaats van de rijkdom die ze zoeken, kunnen ze heel wel andere dingen verwerven. Betrapping, straf, lichamelijk letsel en zelfs de dood.’

De Buffel sprak met een zachte stem, die toch krachtig en gemoduleerd was, als van een bedreven acteur. Zijn lange, witte sik, die weinig haren telde, schoof op en neer over zijn borst.  Duc keek er gefascineerd naar.

‘Wanneer knapen een dergelijke zaak ondernemen, gedragen ze zich alsof ze mannen waren en moeten als mannen worden geoordeeld. Dat, indien niets anders, hebben ze met hun driestheid verdiend. Maar wat bepaalt de boetedoening? De strafmaat? Is het de zwaarte van het misdrijf? Dat zou men denken. Maar het is een misvatting. Een ideale toestand die in de werkelijke wereld niet bestaat. Niet het misdrijf wordt gewogen, maar degene tegen wie het werd begaan. Het slachtoffer. Wie is het slachtoffer van jullie misdrijf?’

Zijn priemende blik hield Duc vast en Duc begon te zeggen: ‘U, meneer,’ maar De Buffel hief zijn hand om hem tot zwijgen te brengen.
‘Als het alleen een misdrijf tegen De Buffel was geweest… De Buffel is een man als alle andere. Minder dan anderen, want zijn tijdperk is bijna voorbij. Nee, kleine schooiers, in jullie dwaze overmoed hebben jullie de boodschappers van de goden geschoffeerd, en daarmee de goden zelf.’

Als om deze woorden in te laten zinken, zweeg hij en bestudeerde zijn handen, die wit en benig in zijn schoot rustten. De jongens keken weg, beducht voor de ogen, die elk moment weer konden opvlammen met schroeiend zwart vuur. In de lege ruimte zochten ze naar een houvast, maar ze vonden alleen de aapman. Hij leunde kauwend en grijnzend tegen de muur, als een bezoeker van een festival of een toeschouwer bij een wedstrijd. Geen geluid van buiten drong door in de rechtszaal van De Buffel, en ook de buitenwereld zelf leek niet langer te bestaan.

De Buffel sprak weer.
‘Lang geleden, toen de zee land was en veel van het land zee, konden de mensen met de goden praten. Veel wonderlijke gebeurtenissen vonden in die dagen plaats, en de wonderlijkste was dat de goden naar de mensen luisterden. Toen begonnen de mensen namen te geven aan de dingen om hen heen. De bergen en de rivieren en de dieren op het land en in de lucht. De dieren in de zee. In hun hovaardigheid dachten ze dat de taal hen kennis gaf over de wereld. Dat namen de waarheid onthulden over de dingen die ze benoemden. Hen verhief boven de dingen die ze benoemden. In hun dwaasheid zagen ze niet in dat deze namen slechts veronderstellingen waren, die in niets overeenkwamen met de werkelijkheid, en dat alles wat ze een naam gaven vanaf dat moment dood was in hun hart.’

De aapman had zijn meloenschijf op. Hij slenterde naar een raam dat half open stond en gooide de schil naar buiten. Toen nam hij zijn plaats naast zijn geweer weer in. Hij wreef zijn handen af aan zijn broek en vouwde zijn armen voor zijn borst en leunde tegen de muur.

Wordt vervolgd.

Dit is de vijfde aflevering van een fragment uit ‘Tyfoon’, geschreven door Rob Verschuren.

 

Rob Verschuren
Over Rob Verschuren 47 Artikelen
Een half leven lang op weg naar het Zuiden, heeft Rob Verschuren via België, Frankrijk en India in 2009 Nha Trang, Vietnam bereikt. Nu hoeft hij niet meer verder. In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*