Een nachtelijke strooptocht. Aflevering 4: Nevelkaap

De sloep draaide een kleine inham aan de zuidkant van Nevelkaap in. Hier lag de patrouilleboot van De Buffel afgemeerd, een oud en gehavend plezierjacht, dat ooit marinegrijs was geverfd. De aapman manoeuvreerde de sloep tegen de autobanden langs de flank en bond het meertouw vast aan de reling. De jongens sprongen aan land, de aapman volgde. Hij slingerde het geweer om zijn schouder en liet de straal van zijn zaklamp over de rotsen spelen. Een trap, deels natuurlijk, deels gemaakt van betonnen treden, verdween in de chaos van rotsblokken. Ze begonnen te klimmen.

Duc telde de treden. Hij had geen idee waarom hij dat deed, maar hij telde ze, geluidloos, met bewegende lippen. Na twintig treden maakte de trap een scherpe bocht naar links en konden ze de barakken zien, donker en stil en onverbiddelijk als de rots zelf. Ze klommen verder en kwamen langs een theepaviljoen als een kleine pagode. Stuk gewaaide en verregende Chinese lantaarns hingen rondom aan de daklijst.

Eenenzeventig treden boven het water stonden ze op het terras voor het huis van De Buffel. Van dichtbij, alleen verlicht door de sterren en de halve maan, had het niets van de luister die het vanuit zee had, wanneer de ochtendzon weerkaatste van de gepleisterde muren en de spitse daken, en het grilige bouwwerk oprees als het laatste kasteel van de wereld, als een eenzame wachtpost tegen een onbekende dreiging uit het oosten.

De dubbele deuren stonden open. Het klepperen van hun slippers klonk luid in de stenen leegte van een hoge gang. Aan het einde waren weer openstaande dubbele deuren. Hun bewaker drukte op een schakelaar, en in het licht van een enorme koperen kroonluchter, waarin maar één lamp brandde, zagen ze een vertrek dat zo groot was als de danshal in de stad. In het midden was een rij van vijf stoelen tegenover een enkele stoel geplaatst. Barbaarse stoelen, diep in de binnenlanden gekapt uit de wortelstronken van oerwoudreuzen, bizar van vorm en glanzend zwart gepolijst. Het waren de enige meubels in het vertrek.

De aapman wees op de rij en de jongens gingen naast elkaar zitten, kleintjes in de onbenutte ruimte die, net als de stoelen, bestemd leek om bezoekers in te wrijven hoe nietig ze waren.
‘Wat gaat er met ons gebeuren?’ vroeg Vinh.
De bewaker grijnsde. ‘Dat zullen we zo weten.’ Hij liep het vertrek door en verdween door een deur aan de andere kant. Zijn geweer had hij tegen de muur gezet, in een grandioos vertoon van zelfverzekerdheid.
‘Er zit vast geen kogel in,’ zei Vinh.
‘Hij is niet echt een aapman, hè?’
‘Nee.’

Toen zwegen ze, twee kwajongens die op hun straf wachten en met klamme handen naar uitvluchten zoeken, en keken naar het wandkleed dat de muur tegenover hen bedekte. Het stelde een veldslag voor. Er waren paarden te zien en olifanten, vreemd klein in verhouding, en boogschutters met lange, gekrulde bogen. Voetsoldaten hakten in het midden van het doek op elkaar in. Boven het strijdtoneel vlogen vogels. Adelaars of gieren, of afgezanten van de goden, die wachtten om de zielen van de gesneuvelden naar het Nirwana van hun volk te brengen, of symbolische voorstellingen van de goden zelf, die volgens de oude heldendichten over de slagvelden op aarde presideren. De kleuren waren verschoten en ratten hadden de onderkant aangeknaagd.

De bewaker kwam terug. Hij leunde naast zijn geweer tegen de muur en at een meloenschijf. De pitjes spuugde hij op de vloer. Hij keek niet naar de jongens. Zijn ogen leken op een innerlijke horizon gericht, of misschien zag hij de onbevlekte sneeuw schitteren op de bergtoppen, in het koude licht van het Noorden. Na een tijdje verscheen een oude man in een zijden pyjama.

Hij kwam langzaam door de lege ruimte naar hen toe, een been met zich mee slepend. Zijn ogen hield hij op de vloer gericht tot hij naast de stoel tegenover de rij stoelen stond. Toen sloeg hij ze op.

Wordt vervolgd.

Dit is de vierde aflevering van een fragment uit ‘Tyfoon’, geschreven door Rob Verschuren. 

Rob Verschuren
Over Rob Verschuren 47 Artikelen
Een half leven lang op weg naar het Zuiden, heeft Rob Verschuren via België, Frankrijk en India in 2009 Nha Trang, Vietnam bereikt. Nu hoeft hij niet meer verder. In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*