Naar de USA 8

In deel 8 (1 en 2 juni) van de serie Naar de USA brengt Chris Ebbe een bezoek aan het Yellowstone Park, een groot seismisch gebied, gelegen op een instabiele ondergrond. Wat treft hij eraan?

 

1 juni
Be Bear Aware lezen wij regelmatig langs de weg. ‘Wat zou jij doen als je oog in oog met een beer staat,’ vraag ik aan mijn vrouw.
‘Nou uh…’ zegt ze, ‘ik gooi al mijn eten naar hem toe, met m’n rugzak erbij als het moet en daarna zet ik het op een lopen.’
‘Zou ik ook doen,’ zeg ik, ‘maar kleine kans dat wij een beer tegen komen, want wij zijn in bear country super stil, weet-ie niet dat we er zijn.’

Bij de ingang van het park krijgen we een krantje. We lezen: maak lawaai onderweg, zodat je de beer niet verrast, vooral als het waait of in de buurt van een waterval, maar mocht je een beer ontmoeten, blijf dan doodstil staan, DON’T RUN AWAY, want die beer komt geheid achter je aan. Gooi geen voedsel, ook niet je rugzak, en trek je voorzichtig terug.

Voordat we ons aansluiten bij een lawaaierige groep wandelaars met rinkelende belletjes aan hun rugzak, eet mijn vrouw snel haar boterham met pindakaas op, zij heeft gehoord dat beren verschrikkelijk goed kunnen ruiken.

2 juni Yellowstone Park
Ze lopen langs de weg: bizons, een stuk of zes koeien met kalfjes, in de achterhoede graast een stier, een tank met een vacht. De bruingevlokte kleintjes zou je zo willen aaien, maar die ouwe knar zo vlakbij ontneemt je alle lust. Langzaam rijden we hem voorbij, in zijn ogen gloeit de ingehouden drift.

Op het veld striemen grijze regenvlagen een kudde bizons die met afhangende koppen met hun kont in de wind staan. Eens begraasden zij met miljoenen de prairies. De bizon was voor de indianen van levensbelang. Vlees, organen en botten, huid, haar en pezen voorzagen in al hun behoeften.
En toen kwamen de blanke kolonisten met hun vuurstokken. Voor de sport knalden ze de bizons af in het veld en vanuit de trein op weg naar de andere kant van Amerika, Go west young man, go west, en roeiden deze imposante oerdieren bijna uit. De indianen werden verdreven naar de reservaten waar zij tot op heden een armoedig bestaan leiden.

In Yellowstone, een groot seismisch gebied, gelegen op een instabiele ondergrond, zijn per jaar zo’n tweeduizend aardbevingen waarvan de meeste niet aan de oppervlakte worden gevoeld. Door het hele park heen is vulkanische activiteit: geisers, heetwaterbronnen, fumarolen. Bij de mooiste plekken zijn parkeerplaatsen.

We parkeren onze auto bij de Fountain Paintpot. Borden waarschuwen om niet van het pad te wijken, de aardkorst is dun en bros, eronder stroomt heet water en gloeiende modder. Een plankier leidt ons naar de paintpot, een moddervijver, die borrelt en blubt. Van de ene dag op de andere veranderen micro-organismen, die goed gedijen in dit vijandige milieu, de kleur van de modder in blauw, groen of bruin.

Leatherpool, een plas kokend water. In de jaren zeventig liep er een buis naar een nabijgelegen motel, dat het hete water als goedkope energiebron gebruikte. Wat er gebeurde weet niemand, maar op een dag was het bruine water veranderd in helder blauw. Unieke organismen waren verdwenen, andere namen hun plaats in. Het hotel moest zijn goedkope energievoorziening afsluiten.

Komt een mens bij een vijver of een fontein, hij moet en zal er een munt in gooien en een wens doen. In Yellowstone is preservation vandaag de dag het credo, niemand mag iets ondernemen, wat het wankele evenwicht kan verstoren. Vreemde voorwerpen verstoppen de bronnen, omdat zij worden bekleed met siliciumdioxide, de organismen gaan dood. Word je gesnapt dan smijt de ranger je het park uit en krijg je een hoge boete.

We kijken recht in Dragon’s Mouth tussen de rotspartij beneden. Het rommelt en ruikt naar rotte eieren. Waterstofsulfide (H2S) stijgt op vanuit het magma. Exploderende gassen resoneren vanuit verborgen openingen, de draak kotst kokend heet bruin water uit voor onze voeten.

De aardbeving van 1978 veroorzaakte grote veranderingen. Hete bronnen droogden op, nieuwe ontstonden, geisers verdwenen, elders kwamen andere. Waar bomen groeiden werd de grond te heet, uit de bontgekleurde bodem pieken de kale staken van dode dennenbomen, als penselen bij een schilderspalet. Heet water borrelt op, door de stoomwolken heen zien we de zwarte bergen in de verte in vage contouren, elk ogenblik verwachten we Heer Bommel en Tom Poes in de schicht te zien voorbijrijden.

Onder de indruk van alle seismische wonderen verlaten wij bij het vallen van de avond het park, nagekeken door de nationale vogel van de VS, de Amerikaanse zeearend, die zich hoog op een boomtak opmaakt voor de nacht en met zijn kromme gele snavel zijn veren schikt. (23 juni 2015)

Chris Ebbe
Over Chris Ebbe 202 Artikelen
Chris Ebbe, vader van twee dochters, grootvader van drie kleinkinderen. Chris is begonnen als onderwijzer, werd daarna leraar biologie en decaan aan een middelbare school in Spijkenisse. Heeft evenals zijn vrouw, kunsthistorica, een brede belangstelling voor alles wat te maken heeft met stad en platteland, mens en natuur, kunst en architectuur. Werkt, gewapend met familieverhalen en na genealogisch onderzoek, aan een roman.