Naar de USA 7

27 mei, Estes Park, Rocky Mountains

We betalen twintig dollar en rijden het nationale park in. Onder een strakblauwe lucht met witte stapelwolken pieken de bergtoppen zilverwit met de laatste sneeuw. In het weidegebied langs de weg grazen wapitiherten, de vrouwtjes gescheiden van de mannetjes, die elkaar in de herfst met hun machtige geweien zullen bevechten om de gunsten van het vrouwelijk schoon. Nog geen tien meter bij ons vandaan dartelen een vijftal hinden langs de bergwand. Sierlijk als ballerina’s verdwijnen ze in het struikgewas beneden.

Waar je bij ons in Holland voor naar de dierentuin moet, loopt hier voor je voeten. Een moeder eland met haar jong staat in de berm. Iedereen zet z’n auto aan de kant. Moeder en jong steken over, de kleine lijkt op z’n moeder, ook zo’n langgerekte kop met donkere ogen. Ze klossen langs het talud naar beneden, knabbelen aan een struik. ‘Awesome’, roepen we met de Amerikanen mee. Een toerist uit Bangladesh snapt er niets van: ‘Why are only two, why are only two?’ Geen eikenboom in de buurt, toch een eikel.

Bear Lake, opgehoopte sneeuw langs de oevers, kwinkelerende vogels in het struweel, op de grond chipmunks, grondeekhorens, Knabbel en Babbel uit de Donald Duck. De kwieke diertjes zijn gewend aan mensen, gaan vlak voor je op hun achterpootjes zitten, poetsen hun vacht, eten zaden, die zij met twee pootjes vasthouden, vertedering alom.

Op het water van het meer krioelen zwarte watertorren, de schrijverkes van Guido Gezelle: O Krinklende winklende waterding, met ’t zwarte kabotseken aan…, in ons land zeldzaam geworden door de watervervuiling. Met nauwelijks waarneembare beweging komt een forel aanzwemmen, feestelijk gekleed in een roze kostuum met zwarte spikkels. Met een klap van zijn staart schiet hij naar voren, hap slik en weg zijn de schrijverkes.

Bij de ingang van het National Park staat een bord met een afbeelding van de Yellow-bellied Marmot. De naam alleen al maakt dat je hem wilt zien. Yellow belly, lafaard of geelbuik? In het eerste geval zullen we hem wel nooit tegen komen, maar een half uur later zit er toch een midden op de weg zich in de zon te poetsen, geen gele buik, wel twee gele strepen op zijn snoet, een lafaard dus, die de uitzondering is die de regel bevestigt.

Lunch bij de Alberta Fallss

Gezeten op een rots lunchen we bij de Alberta Falls, de zon schijnt, het water klatert, het lentegroen frist. Uit een boom klinkt gekras. Het is een Steller’s Jay, een gaai met metallic-blauwe veren en met een parmantige kuif op zijn kop. Hij vliegt op en strijkt vlak bij ons neer, klaar om aan te schuiven. Met zijn brutale kraalogen loert hij naar het brood in onze hand. ‘Niet voor jou jongen’, zeggen wij. Op het voeren van het wildlife staat hier bijna de doodstraf.

‘Kijk nou, een kolibri!’, roept mijn vrouw. Kannie, denk ik, zo noordelijk, zo hoog in de bergen met al die sneeuw. Maar zij heeft het goed gezien. Het is de Stellula calliope, de kleinste van de drie soorten. Het vrouwtje bouwt een nestje van korstmos en bekleedt het met spinrag waardoor het kan uitrekken als de jongen groter worden. Iets voor de kleinbehuisden onder ons.

29 mei

We verlaten Estes Park en rijden via Route 36 de bergen in. Na 2500 meter ligt de sneeuw metershoog langs de weg, alsof we door een tunnel zonder dak rijden. Vanaf een parkeerplaats zien we het groene dal beneden. We worden aangesproken, zoals zo vaak hier in de States, gevraagd waar we vandaan komen.

‘Uit Holland’, antwoordden we.
‘Welcome to America’, zeggen zij.

We gaan een eindje de Ute Trail op, een pad dat hier ligt sinds de prehistorie. In gedachten staan wij stil, sluiten de ogen, verbeelden ons de Ute en Arapahos indianen te zien lopen op hun mocassins, met hun speren en bogen op weg naar de volgende nederzetting of om te jagen op herten en bighorn sheep. Dit is Heilige Grond.

30 mei

‘Where are you heading for?’
‘Jackson Wyoming’, antwoorden wij.
Met zijn armen maakt de Amerikaan een weids gebaar.

Wyoming, 260.000 vierkante mijl voornamelijk prairie met af en toe een hert of koe en een half miljoen inwoners, minder dan in Rotterdam. De weg kruipt omhoog, in de verte honderd mijl Rocky Mountains, majesteitelijk met een kroon van witte wolken. (15 juni 2015)

Chris Ebbe
Over Chris Ebbe 202 Artikelen
Chris Ebbe, vader van twee dochters, grootvader van drie kleinkinderen. Chris is begonnen als onderwijzer, werd daarna leraar biologie en decaan aan een middelbare school in Spijkenisse. Heeft evenals zijn vrouw, kunsthistorica, een brede belangstelling voor alles wat te maken heeft met stad en platteland, mens en natuur, kunst en architectuur. Werkt, gewapend met familieverhalen en na genealogisch onderzoek, aan een roman.