Naar de USA 4

12 mei, Bear Run, Pennsylvania, Fallingwater
35.000 dollar was het afgesproken budget waarmee Frank Lloyd Wright het vakantieverblijf Fallingwater van de puissant rijke Edgar J. Kaufmann, warenhuismagnaat, zou bouwen op en rondom een waterval. Het werden er 115.000, wat geen bezwaar bleek. Frank Llloyd Wright bracht de natuur geheel volgens zijn filosofie het huis binnen: een rotspartij die van buiten de main livingroom insteekt, een miniwaterval in de hal, ontstaan uit een lekkage, kunstig geïntegreerd.

Onze gids loopt naar een lange rij horizontaal geplaatste raampjes, hij opent en sluit ze naar willekeur, we horen de waterval steeds in een andere toonaard ruisen. We luisteren in verwondering naar symfonieën van de natuur.

Frank Lloyd Wright, ontwierp zelf de stoelen, de tafels, de kussens, de lampen, de open haard, de vloeren en al het andere volgens hetzelfde principe: de natuur moest je erin blijven zien. Hoe verstoord moet hij zijn geweest, toen Mrs. Kaufmann erop stond een persoonlijke noot aan zijn evenwichtige ontwerpen toe te voegen: zes eettafelstoelen op drie poten uit Italië, vijftiende eeuws, een fortuin gekost, koekoeksklokkenstijl, vloekend met de tijdloze horizontale lijnen in hout en leisteen en de Japanse invloeden.

13 mei, Washington DC
We rijden met de bus via de armere buurten naar het centrum. De passagiers zijn sleets en slobberig gekleed. Het obese Amerika presenteert zich hier in al haar droeve glorie. Deze mensen hebben weinig keus, junk food is goedkoop, in hun buurtsuper is slow food niet eens te krijgen. De reclames verleiden met goedkope wraps en kingsize burgers en als je bij een hamburger tent een beker cola bestelt, willen ze hem altijd upgraden voor een habbekrats meer.

We naderen het centrum. Een onafzienbare stroom auto’s baant zich een weg langs de brede boulevards. De gebouwen zijn groot en imponerend met galerijen en zuilen in neoklassieke outfit. We stappen uit, wandelen naar Pennsylvania Avenue 1600, het Witte Huis met de Oval Office komt in beeld.

We willen een foto nemen, maar plotseling stuurt een agent alle omstanders weg. ‘Ik kom speciaal uit Holland om een foto te maken’ probeer ik nog. ‘Please’.
De agent kijkt me aan alsof ik een oneerbaar voorstel doe en misschien doe ik in dit geval dat ook wel.
Go, go’, roept hij zwaaiend met zijn armen.
Van een afstand zien we naast het Witte Huis een helikopter opstijgen, uitzwenken en overvliegen. President Obama veronderstellen wij. We zwaaien enthousiast met de omstanders mee. ‘He must have seen us’, zegt een mevrouw met een paars permanentje naast ons.
Especially you’, zeg ik.
De agent maakt de weg weer vrij en zegt: ‘Take your foto now sir.’

Alleen al voor de musea moet je naar Washington DC, liefst met je kinderen. In het National Museum of American History en het National Museum of Natural History krioelt het van de tieners, die met hele konvooien schoolbussen zijn aangevoerd. Ze zijn vrolijk en belangstellend. Een meisje stapt tussen de opengesperde kaken van een witte haai, haar vriendin neemt een foto, samen bekijken zij het resultaat, awesome griezelen ze.

Zoals elke moslim minstens één keer in zijn leven naar Mekka moet, zo moet elke kunstliefhebber minstens één keer in zijn leven naar de National Gallery of Art, een museum vol met door particulieren geschonken topstukken. In Boston kwamen we in de eerste hemel, in Washington in de zevende.

Constitution Gardens
We zijn in Constitution Gardens, voor ons muren van graniet met de namen van de omgekomen en vermiste soldaten in Vietnam. Een wereld van gedachten gaat door mij heen. Mijn ouders hebben in de vijftiger jaren overwogen om naar Amerika te emigreren.

Tien jaar later had ik de leeftijd om opgeroepen te worden om naar Vietnam te gaan. Ze gingen niet en ik protesteerde in Holland mee tegen die vuile oorlog. Voor mij hoorde Ho Chi Min met zijn soldaten bij de good guys, zo niet de Amerikanen. Nu sta ik voor die muur met 58195 namen. Ik zie mijzelf in het spiegelend zwart, verleden en heden smelten samen.

Het grijpt me aan, zoveel jongens en mannen weggerukt uit het leven, velen onwetend, velen onschuldig. Verderop staan veteranen in uniform, een man legt zijn hand op een naam, hij huilt. Een van de veteranen legt zijn hand op zijn schouder, hij huilt mee. Ik oordeel niet meer. (22 mei 2015)

Illustratie: Poster van het toneelstuk Tender Napalm van de Britse toneelschrijver Philip Ridley. Voor het openbaarvervoerbedrijf van Perth (Australië) was de poster te expliciet. Het verbood de poster bij de première in 2011.

Chris Ebbe
Over Chris Ebbe 202 Artikelen
Chris Ebbe, vader van twee dochters, grootvader van drie kleinkinderen. Chris is begonnen als onderwijzer, werd daarna leraar biologie en decaan aan een middelbare school in Spijkenisse. Heeft evenals zijn vrouw, kunsthistorica, een brede belangstelling voor alles wat te maken heeft met stad en platteland, mens en natuur, kunst en architectuur. Werkt, gewapend met familieverhalen en na genealogisch onderzoek, aan een roman.