Naar de USA 1

1 mei 2009
‘Van de week zat Aboutaleb nog bij me in de taxi’, deelt de taxichauffeur ons mee op weg naar het Centraal Station. ‘Tachtig procent van de buitenlanders woont hier in Rotterdam waarvan ‘tig met een wiethokkie, daar moet je eens wat aan doen burgemeester zeg ik tegen hem, zij zouden het ook niet leuk vinden om met een boot van Tanger naar Marokko te varen met een groep Hang-Hollanders.’

Met deze fraaie toonzetting in gedachten – de logica ervan konden we niet volgen – vliegen we naar de USA, het immigratieland bij uitstek, waar iedereen die tot Amerikaan is genationaliseerd zich ook Amerikaan voelt, zonder zijn roots hoeven te verloochenen. Je leest het op de gevels: Afro-American Barbershop, Asian-American Store, Italian-American Pizza en in het Witte Huis: First African-American President.

We logeren in een Motel 6 in Framingham, dertig mijl buiten Boston. Motel 6 zal ons voornaamste onderkomen zijn in de komende twee maanden, betaalbaar en waar je ook logeert, van Boston tot San Francisco, je kunt blindelings je kamer inlopen, want indeling en design zijn overal gelijk.

2 mei
Met de trein van Framingham naar Boston. Een slonzige vrouw van middelbare leeftijd ruziet met schelle stem in haar mobieltje: ‘I left jail in fiftyfour and now I am in the fuckin’ train.’ Het dringt blijkbaar niet door: ‘I left jail in fiftyfour and I am in the fuckin’ train now man.’

De passagiers verstijven, want het gebruik van het f-word is hier in de States not done, laat staan in het openbaar, laat staan door een ex-convict.

De conductrice komt langs, wurmt zich met haar imponerende omvang door het gangpad, controleert de kaartjes, constateert dat een meisje van een jaar of veertien een dollar te weinig heeft betaald en blaft haar af. Zij pakt haar bonboekje; het huilen staat het meisje nader dan het lachen, friemelend met haar handen, verontschuldigt zij zich.

De conductrice is onverbiddelijk, haalt haar pen uit haar borstzak. De ex-convict staat op, loopt naar de conductrice met gesloten vuist. Het ritmisch geratel van de wielen lijkt aan te zwellen, Sergio Leone’s The Good, the Bad and the Ugly in de herhaling. De ex opent haar vuist, overhandigt een dollar, steelt ons aller hart.

Boston, relaxte stad
Nog wat jetlag’erig betreden we Copp’s Hill Burying Ground. Doen we vaker, begraafplaatsen bezoeken, liefst oude, waar een stukje historie als het ware weer tot leven komt. Op Copp’s Hill, in de volksmond Corps Hill, liggen naast honderden zwarte slaven en vrije negers de blanke kolonisten en puriteinse dominees.

Opvallend hoe jong de mensen stierven in die tijden: 30, 40, 50 jaar oud, zelden 60 of 70, laat staan 80. Aan de andere kant van de heuvel ontplofte in 1919 een tank met negen miljoen liter stroop, eenentwintig mensen kwamen om in de kleverige massa, een astmatische angstdroom tot werkelijkheid geworden.

3 mei, Boston Museum of Fine Arts
Een adembenemende collectie in een perfecte opstelling. Dat kunnen de Amerikanen goed: een museum inrichten en wie verwacht nou zoveel moois in een stad als Boston, niet groter dan Rotterdam: Egyptische en Nubische kunst, de Aziatische collectie is de grootste onder één dak bijeen, Rembrandt, El Greco, Rubens, Manet, Monet, Renoir, Van Gogh… en of het niet genoeg is: een speciale tentoonstelling met topwerken van Titiaan, Tintoretto, Veronese en Bellini.

We flaneren door Newbury Street, een soort van PC Hooftstraat met designkleding, galerieën, trendy schoenwinkels en fastfoodjoints. Daarna is het tijd voor een grote pils. Ik plof neer op de barkruk van Norm in de bar where everybody knows your name, jawel in Cheers, met Annie mijn vrouw naast me, want Vera is er, zoals altijd, niet.

Chris Ebbe
Over Chris Ebbe 202 Artikelen
Chris Ebbe, vader van twee dochters, grootvader van drie kleinkinderen. Chris is begonnen als onderwijzer, werd daarna leraar biologie en decaan aan een middelbare school in Spijkenisse. Heeft evenals zijn vrouw, kunsthistorica, een brede belangstelling voor alles wat te maken heeft met stad en platteland, mens en natuur, kunst en architectuur. Werkt, gewapend met familieverhalen en na genealogisch onderzoek, aan een roman.