Music makes my day

Het moest er eens van komen, een verhaal over de invloed van muziek op het leven, mijn leven. Het liefst een verhaal langs de lijnen en titels van onvergankelijke, sfeervolle, interessante of uitzonderlijke popsongs. Een schrijvende deejay, is weer eens wat anders.Theo van der Schaaf, Music makes my day, YouTube video's

Ik was acht jaar echt deejay, eerst in clubs, begonnen in 1967, later ook on the road. Maar mijn behept zijn met muziek begon al veel eerder, rond mijn achtste, toen ik van mijn onechte tante Annie – ik noemde haar gewoon tante want ze leek een tante en ik mocht er vaak komen op de boerderij – een heuse radio kreeg. 1956. Een bakelieten Philips U-toestelletje.

Dat ging onder mijn bed en van de weeromstuit ging ik vaak vroeg naar bed om naar Peter Koelewijn te luisteren die deejay was op Radio Luxemburg. Later op de avond kwam de zender Radio London beter door op de middengolf. Popmuziek was aan het ontstaan, jawel. Ik sliep in met Little Richard, de Everly’s en Jerry Lee Lewis, mijn eerste idool. Ik speelde hem na, hoewel hij piano speelde en ik gitaar, deed mee aan lokale talentenjachten, won een keer een eerste en een keer een tweede prijs in de categorie ‘Zang Met Gitaar’, maar daar is het wel bij gebleven.

Geen doorzettertje, die Theo. Ik was dus acht en er gebeurde veel meer dat jaar; mijn blinde darm ging er acuut uit, weekje ziekenhuis, niet lachen want dat deed zeer, mijn vader verdween uit het zicht en dat vond ik helemaal niet zo erg. Ik was een beetje bang van hem en nu hoefden we ook niet meer GBJ Hilterman te luisteren op zondagavond als die De Toestand In De Wereld besprak, en wij, kinderen, een kwartier ons mond moesten houden.

En ja hoor, vandaag, met deze song, een prachtige albumtrack van Marvin, Welch & Farrar van het monumentale debuutalbum A Step From the Shadows (1971), is het zover. Music makes my day, al mijn leven lang. De groep kwam gedeeltelijk voort uit de Shadows, de groep die Cliff Richard begeleidde bij opnamen en optredens. Deze heren bleken echter bij het verschijnen van dit album in staat veel betere zangharmonieën te produceren dan je zou mogen verwachten van een gitaarbandje uit de jaren zestig.

Zouden ze wellicht gestruikeld zijn over de toen revolutionaire, wonderschone akoestische zang van Crosby, Stills & Nash? en gedacht hebben: dat kunnen wij ook, maar dan British! Deze song komt zachtjes deinend  binnen, een ‘fade in’, iets dat niet zo vaak voorkomt, want veel vaker is er een ‘fade out’, een uit- of afstervende song waar geen solide einde aan te breien viel. Dit nummer kabbelt in een licht up-tempo met tokkelende gitaarakkoorden, een blokfluit en behalve subtiel geslagen bongo’s, is er geen percussie. Het nummer neemt mij, dromerig mee naar Central Park in NYC, meer precies in een dobberende roeiboot aldaar waar ik romantisch in zit te wezen. Die dobbert op de een of andere wijze richting Tavern On the Green, het fancy restaurant midden in CP.

2000. Serendipity, toevallig geluk? In het restaurant krijgen we, mijn toenmalige liefde Ellen et moi, een tafel naast de jukebox, een echte Wurlitzer 2000 vol met vinyl 45’s. Onze gezamenlijk ontdekte, liefste love song staat er in en wel op A1; Etta James met At Last (1960). Dat kan geen toeval zijn, dat MOEST zo zijn. Voor een nickle or a dime zingt ze voor ons. At Last, my love has come along… schalt het, we zwijmelen, smelten….. my lonely nights are over….

Theo van der Schaaf, Music makes my day, YouTube video's
Hier sloeg Etta James hartverscheurend toe…

Wat een feest, dit lied, tranen trekkend, zoals het hoort uit een Wurlitzer. Eerst violen en dan, dan die stem, en  weer die stem, crooning, soul, hartverscheurend. We laten haar nog drie maal optreden waardoor andere lunchgasten wat bedenkelijk naar ons kijken. Mogen we ook iets anders horen?

Okay dan, ik vertel Ellen over mijn ontdekking enige jaren geleden van de Braziliaan Tom Zé, een zeer oorspronkelijke singer-songwriter en muzikale alleskunner. Op enig moment (1990) onder de hoede genomen door David Byrne (Talking Heads)  waardoor het hem op alle manieren, maar vooral commercieel meteen veel beter verging dan voordien. Muziek zonder enige bombast of de geliktheid van Sergio Mendes & Brasil ‘66. In pure schoonheid, eenvoud en schitterende eerlijkheid zingt hij de eenzaamheid na een verloren liefde van zich af. Drama licht als zwevende veertjes. Als we thuiskomen en Ellen luistert naar So (Solidao) is ze het met me eens. We dansen zachtjes door de kamer.

Nog immer in NYC. ’s Avonds tussen acht en tien uur luisteren Ellen en ik naar een radioprogramma op PBS, de publieke omroep, zeg maar. Een programma voor puristen. Alle muziek na 1940 is verbannen. Zo kwam ik aanraking met….. de Bosswell Sisters, drie meiden uit één stuk, lichtend voorbeeld voor de latere Andrew Sisters, no doubt. Shout Sister, Shout is een buitengewoon aandoenlijke song, abrupt wisselend van tempo, de drie stemmen matchen als je laatst in te passen, 5000e  puzzelstukje. En dat in 1931… harmonie en drama in optima forma.

1973 nu. In mijn deejay tijd ging ik iedere zaterdagochtend vroeg naar Amsterdam, platen kopen. Eerst bij Roek Williams op de Haarlemmerdijk, later bij Rob Out, in de Kinkerstaat. Via hen kon ik aan de 10 hoogste 45 toeren binnenkomers van de Billboard top 100 uit de USA komen, dezelfde, actuele aanschaf als Radio Veronica. En daar zat op een keer David Gates bij, genie dat nooit op zijn juiste waarde is geschat; componist, producer, arrangeur voor vele artiesten, oprichter van de band Bread, romanticus pur sang en dat komt in deze song prachtig allemaal samen. Zijn meesterwerk uit 1973. Popmuziek krijgt alweer een andere dimensie. Deze suite kwam van zijn eerste soloalbum, toepasselijk genaamd, First. Ruim acht minuten je adem inhouden valt niet mee maar, juist, adembenemend mooi, nog altijd. En hoe het meteen al begint, die wind, die wind…

We dwarrelen terug naar 1959. Een van de raarste plaatjes die ik ooit ontdekte was Delicious – the Laughing Song van Jim Backus, een tv- en movie-acteur. Hij was onder andere de stem van Mr. Magoo. Nee, er wordt niet gezongen in dit geval maar vooral veel gedronken, door hem en zijn vrouw Henrietta. Dronkenmanspraat begeleid door een zo te horen zwaar verveelde barpianist. Een stel dat aan de champagne zit en nogal wat lol heeft, niet kan stoppen met lachen. Waiter, waiter, we need another botle..!! Probeer het zelf maar eens, niet te lachen wanneer je luistert, bedoel ik. De plaat bereikte in America ook nog eens twee weken lang de bovenste vijftig bij de bestverkopende plaatjes en verscheen ook nog op 78 toeren. Miraculeus en vooral grappig! Mocht u ooit in een depressie geraken (kan toch?) dan is dit een aanrader van de bovenste plank en luister dan vooral ook met drank.

Tsja, ik kan zo nog wel even doorgaan maar wellicht bent u allang afgehaakt. Kan me goed voorstellen. Mijn hoofd is echter, ook als er geen radio of IPod in de buurt is, vrijwel altijd bezig met een liedje, niet te stoppen. En waar ik vooral op wil wijzen is dat dagelijks muziek nuttigen buitengewoon gezond is. Je schijnt heel oud te worden met zo’n afwijking.

Nu zou ik ook, omdat dit nu eenmaal een Aziatisch blog is ook iets over Thaise muziek moeten schrijven maar dat doen we wel een ander keer, mocht daar behoefte aan zijn…

 

Afb. Tegel hompeage: Alex Yuen’s Media Arts

 

Theo van der Schaaf
Over Theo van der Schaaf 21 Artikelen
Theo van der Schaaf woont sinds acht jaar de meeste tijd in Hua Hin in Thailand, maar in de zomer ook wel in Aalsmeer. Hoewel ooit begonnen als timmerman bracht hij het grootste deel van zijn werkzame leven door in het exploiteren van muziek en film. Tegenwoordig is Theo van der Schaaf als columnist verbonden aan Trefpunt Azie, een blogsite voor Nederlanders en Belgen met een Aziatische connectie. Theo is auteur van Thaise Perikelen, een boek over zijn huidige leven in Thailand. Ook schreef hij De Herniafabriek, een onweerstaanbaar ziekenhuis verhaal.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*