Over monniken en spijkerbroeken

Door Willem Hulscher

 

Thatchapong is een monnik in de tempel van Huay Khwang in Bangkok. Het is een grote tempel met een crematorium, ruimtes voor ceremonieën, woongebouwen voor de monniken, een grote tempel voor dagelijks gebruik en een kleine, fraai gedecoreerde boot voor speciale gelegenheden. Deze tempel wordt hoofdzakelijk bevolkt door monniken en novices uit Isan. Ik kom er graag, omdat je er geen toeristen ziet, en wanneer ik er ergens op een muurtje ga zitten, komt er altijd wel een monnik naast me zitten ‘om zijn Engels te oefenen’.

Thatchapongs kamer – een cel kan ik het nauwelijks noemen – ligt vooraan in het mooiste woongebouw. De kamer heeft ramen en is comfortabel ingericht met tapijten, meubels, een bed en een opvallend grote audio installatie. ‘Die gebruik ik alleen om Engels te studeren’ zegt Thatchapong.

Hij beschikt over twee tempeljongens. Dat zijn geen novicen maar jongens die de monniken van dienst zijn bij hun verzorging, voeding en allerhande dagelijkse sores. Die jongens doen dat graag. Sommige tempeljongens hebben een lief zusje en de monnik vindt het best wel goed als dat zusje meekomt om te helpen bij de verzorging.

Willem Hulscher, Monniken en spijkerbroeken
Een monnik van gewicht

Een monnik van gewicht

Thatchapong is nog jong maar toch al een monnik van gewicht, dat zie je meteen aan zijn statige postuur en gezaghebbende uitstraling. Hij studeert aan de universiteit voor monniken in Bangkok. Wanneer hij zich te ruste legt, mogen zijn tempeljongens aan zijn voeteneinde slapen. Hij is een heel goede monnik, dat merk je aan alles. Hij vindt het best goed als een van de tempeljongens een stukje muziek op zijn audio installatie wil draaien, bijvoorbeeld iets van Luuk Thung of van de tieneridolen Lift & Oil. Soms moedigt hij hen daartoe aan.

Ik heb Thatchapong leren kennen door Anupong die ook ergens in deze tempel huist. (Daar kom ik nog wel een keer op terug.) ‘Thatchapong is mijn vriend’ zegt Anupong, maar dat geloof ik niet, want Anupong heeft geen vrienden, alleen mensen die hem tolereren. Dat tolereren heeft hij te danken aan zijn uitstekende beheersing van het Engels en omdat hij altijd bereid is een spijkerbroek te kopen voor een monnik. Dat kan die monnik immers niet zelf doen: stel je voor, een monnik in een kledingwinkel!

Aalmoezen

’s Morgens vroeg doet Thatchapong de ronde met zijn bedelnap door Huay Khwang. Zijn tempeljongens vergezellen hem dan, ieder met een grote plastic emmer om alle aalmoezen in te doen. Ik vroeg Thatchapong of ik een keer mee mocht lopen op die ronde. Dat kon natuurlijk niet, maar als ik ’s ochtends om zes uur naar zijn kamer kwam, kon ik daar wachten tot ze terug zouden komen met alle giften. Dat heb ik dus gedaan.

Toen Thatchapong terug kwam met zijn hulpen, bleken de emmers goed gevuld met diverse verpakte etenswaren, bananen, plastic keukengerei en allerlei spullen die mensen kopen en bij nader inzien toch niet nodig hebben. Heel geroutineerd maakte Thatchapong drie stapels: een voor de spullen die hij zelf wilde houden, een voor alles wat verkocht kon worden, en een voor alles wat de tempeljongens mochten hebben. Daarnaast kreeg ik zomaar een pak noodles cadeau.

Willem Hulscher, monniken en spijkerbroeken
Tieneridolen Lift & Oil

Het mooiste geschenk

Ook heb ik van Thatchapong een boek gekregen met de titel ‘Handbook for mankind’. ‘Het is het allermooiste dat ik je kan geven’ zei hij. Oef, een handboek voor de mensheid! Thuisgekomen meende ik dat ik daar iets tegenover moest stellen. Als hij het mooiste van hem aan mij geeft, moet ik het mooiste dat ik bezit aan hem geven, bedacht ik. Wat is het mooiste dat ik bezit? Wel, dat is een cassette met het dubbelpianoconcert van Mozart! Moet ik die cassette dan afstaan? Ja! Komaan Willem, onthecht je, dat heeft Boeddha ons geleerd.

Toen ik mijn unieke cassette aan Thatchapong wilde overhandigen, wendde hij zich af. Immers, hij luisterde nooit naar muziek, maar ik mocht mijn cassette wel aan een van zijn tempeljongens geven. Die nam mijn geschenk aan, terwijl ik nog riep: ‘Het is wel Mozart!’ Die naam kende de jongen niet; hij vroeg: ‘Mozá? Who is the singer?’

Zo heb ik geleerd dat je nooit moet proberen een monnik blij te maken. Wanneer je hem iets geeft, moet je hèm bedanken als hij je gift aanvaardt.

Spijkerbroeken

Maar nu die spijkerbroeken. De meeste jongelieden uit Bangkok zijn niet zo dom om te kiezen voor een monnikenleven, althans niet voor langere tijd. Zij hebben andere mogelijkheden. In Isan ligt dat anders. Veel jongeren daar hebben slechts de keuze tussen een levenlang ploeteren op het boerderijtje van hun ouders of novice worden en vervolgens monnik. Dan kun je in Bangkok terecht komen en daar een aantal jaren iets leren of studeren. Het is zelden hun bedoeling om levenslang monnik te blijven. Je moet op tijd uittreden, ook al geeft dat veel verdriet voor je ouders. Immers, zij verliezen door jouw uittreden de verbinding met ‘het hogere’ middels jouw geheiligde status als monnik en ze verliezen veel respect in hun dorp.

Willem Hulscher, monniken en spijkerbroeken
Een kostbaar bezit

Wat heb je als monnik nodig voor je terugkeer in de maatschappij? Het allerbelangrijkste is een spijkerbroek. Het is een heerlijk vooruitzicht die te mogen dragen! Je moet er al een paar bezitten om goed voorbereid te zijn, en je kunt ze soms uit je kast halen om ze te strelen. Bij Anupong kun je altijd een bestelling plaatsen voor een spijkerbroek.

In het grote woongebouw met de vele cellen en openstaande deuren waardoor ik een monnik kon zien zitten in het gezelschap van een vrolijk troepje jongeren, heb ik hier en daar de monnik gevraagd of hij een spijkerbroek bezat. Dan begonnen zijn ogen te glimmen en haalde hij vol trots zijn kostbare bezit uit de kast.