Mixed Dubbel 77. De buik


Jacob wil als ‘redder der mensheid’ Irene van het gevaar Juliette bevrijden. Irene begint haar aanvalsplan met een telefoontje aan Mark.

Femmy Feijten, Mixed Dubbel, Feuilleton, Cover

‘Schikt het je als ik langskom? Dan kan ik de papieren afgeven.’ Ik had Mark aan de telefoon.
‘Wou je langskomen?’ vroeg Mark, er klonk verbazing in zijn stem.
‘Je had papieren meegegeven aan Monica, toen ik nog in Den Haag zat, maar ik heb haar daarna niet meer gezien. Lijkt mij handig als ik ze breng. Ik ben toch in de buurt.’
‘In de buurt? Ben je weg bij je tante?’
‘Dat heb je goed geraden.’ Ik lachte mijn vrolijkste, klaterenste lach. Ik zat aan de eettafel, Jacob was aan het afruimen. We hadden juist ontbeten. Door de ramen van de openslaande deuren zag ik de esdoorns gloeiend oplichten. De herfst had ze te pakken.
‘Prima. We zijn thuis,’ antwoordde Mark.
‘Tot straks.’ Ik legde de telefoon neer.
‘Hij zei: Wé zijn thuis. Zou die heks er zijn?’ vroeg ik Jacob. Hij knikte.
‘Kan niet beter,’ zei ik. Ik ging haar fileren.

Weken had ik er over gedaan om op te knappen. Ik was naar een sportschool gegaan, ik had een dieet gevolgd, lange wandelingen buiten gemaakt. Tot slot was ik naar een schoonheidspecialiste gegaan en naar een goede kapper. In de spiegel zag ik een gezonde, krachtige, blozende vrouw. Precies het type wat ik voor ogen had, toen ik dit plan met Jacob smeedde.
Bij een uitleenbureau van toneelartikelen had ik een buik geleend. Hij paste goed rond mijn middel, Onder de juiste kleding zag het er buitengewoon natuurlijk uit. Voor de gelegenheid had ik een mooie, strakke tricotjurk gekocht, die mijn buik opzichtig toonde. Jacob was fris geschoren en geknipt, hij droeg een mooi blauw jasje en wit overhemd, en een grijze broek. Jacob was een naturel. Voor knap en gezond hoefde hij geen moeite te doen.
Ik vond in alle bescheidenheid dat we er uitzagen als een stel waar elk reclamebureau zijn vingers zou bij aflikken.
‘Het kostte wat,’ zei Jacob toen hij mij bekeek, ‘maar dan had je ook wat.’

Ik had die nacht gelogeerd in Loerse Kop, omdat we deze zaterdagochtend vroeg in Loerheide wilden zijn. Het moest een verrassing zijn, vooral voor Juliette. Er mocht geen voorbereiding van hun kant aan vooraf kunnen gaan.
’s Avonds bij een wijntje hadden we elkaar over ons verleden verteld. Hij was geschrokken dat ik zo jong wees was en ik hoorde de verhalen over zijn harmonieuze opvoeding, zijn ouders en zijn zus Hella, die naar Denemarken was verhuisd en af en toe bij hem logeerde.
We waren op tijd gaan slapen. Tot mijn verbazing sliep ik in voor ik het wist en werd ik pas wakker door de wekker.
Een heerlijke herfstgeur omringde Loerse Kop en er heerste een rust die ik in tijden niet had meegemaakt. Het kwam niet alleen door de woonomgeving ook door Jacob dat alle spanning uit mijn lichaam wegebde. Geen wonder dat die man een geweldige pastoraal medewerker was. Hij troostte alleen al door zijn aanwezigheid.

Uitgerust stapten wij in de Aston Martin, die ik voor een paar dagen had gehuurd. In tien minuten reden we naar de Lange Akker. Toen we voorbij het dorpshuis en de tennisbaan reden, begon mijn adem te stokken. Rustig, rustig: sprak ik mijzelf toe.
De draak vloog aan en landde op mijn schouders, vlamde langs mijn oren, zette zijn nagels in mijn vlees.
‘Gaat het nog?’ Jacob zette de auto langs de weg, ‘wordt het je te veel?’
‘Het moet. Nu of nooit.’
Ik keek nog een keer in de spiegel, veegde eyeliner recht, pakte mijn lippenstift. Mijn volle lippen leken gelukkiger met een kleurtje.
Jacob reed verder, we passeerden het huis van Mijntje, het profetische kruidenvrouwtje. Een buurvrouw van een straat verderop liet haar hond uit. Vroeger als ik met Madonna liep, sprak ik haar af en toe. Ze had twee tienerkinderen die het goed deden op school. Verder was er niemand te zien.
‘Zet hem maar op de oprit. Het is mijn huis voor zolang het duurt.’
Vrolijk lachend stapten we uit de auto. We hadden geoefend. Ik verwachtte dat ons gekwebbel binnen te horen zou zijn, misschien niet te verstaan, maar hoe vrolijker het klonk des te beter.
‘Kom.’ Ik deed de deur open, met mijn eigen huisleutel en we stapten binnen.
‘Natuurlijk is het leuk als ze komt.’
‘We nodigen iedereen uit die lief voor ons is.’
We stapten de gang door. Herkenbaar. De kamer in. Jacob kon een lachje niet onderdrukken.
Juliette had in huis de boel reeds laten ontploffen. Midden in de puinhoop zat Mark zijn krant te lezen.
‘O, zijn jullie er al?’ Hij vouwde de papieren op. Hij keek mij aan of hij mij voor het eerst zag.
Ik lachte naar hem.
‘Is dat hem?’ Ik vermoedde dat hij dacht dat deze man de persoon was waarmee ik het bed had gedeeld.
‘Jacob de Maat,’ zei mijn tijdelijke partner. Er rinkelde geen belletje. Mark had er geen idee van dat hij met Juliettes vroegere vriend te maken had.
Ik hoorde boven aan de trap geluid. Ze riep:
‘Daar ben je eindelijk. Wij, al je vriendinnen, hoopten dat je terug zou komen. Fijn om je terug in ons midden te hebben.’
Ondertussen kwam ze met een brede glimlach de trap. Juliette in al haar glorie.
Toen zag ze mij. In mijn tricotjurk, met mijn dikke buik. Hollands stralende welvaren hand in hand met Jacob.
Haar mond vertrok tot een streep. Haar zwarte ogen gloeiden op.
‘Je hebt gehoord dat ik samen met Juliette ben?’ vroeg Mark.
‘Natuurlijk, dat gonsde al gauw rond.’ Ik probeerde zo vriendelijk mogelijk te kijken. Stralend gelukkig keek ik het stel om de beurt aan, ‘je kunt niet beter kiezen, Juliette, Mark is de een na leukste man. Ik ben met Jacob, zoals je ziet. Hij is de allerleukste.’ Jacob boog zich naar voren en gaf mij een zoen op mijn wang. Daarna schudde hij Mark die inmiddels naar ons toegelopen de hand. Jacob stak hem ook uit naar Juliette, maar zij negeerde hem.
Ze siste iets tussen haar tanden. Ik verstond het niet. Jacob sloeg glimlachend een arm om mij heen. We hadden de meeste gebaren geoefend, en ze gingen ons gemakkelijk af. Hij trok mij naar zich toe en kuste mij nogmaals.
‘Ja, ja,’ zei Mark alsof hij zich probeerde te herinneren wie in godsnaam Jacob de Maat was, ‘Ik zal even wat plek maken en koffie zetten.’ Zo, zo, hij ging aan het werk. De kleine heks had mooi voor elkaar gekregen, wat mij nooit was gelukt.
De kranten werden opgestapeld en de bank kwam vrij.
Onze kamer was niet ontdaan van zijn charme, hooguit rommelig. De schade viel mee. Ik met mijn buik demonstratief naar voren richting schuifpui om te kijken hoe de tuin ervoor stond. In deze tijd van het jaar stond er niet veel in bloei, alleen de herfstanemonen stonden er lichtgevend wit bij, omringd door het reflecterende paars van de asters. De bladeren lagen bij elkaar geharkt op een stapel. Gelukkig was het nog niet zo’n puinhoop als bij Jacob toen Juliette vertrok. Het was echter pas verlovingstijd, de trouwdag moest nog volgen. De kamer vulde zich met de geur van versgezette koffie.
‘Je bent zwanger,’ zei Juliette. Ik draaide mij om, en wreef met een zoete glimlach over mijn buik.
‘Laat Marit het maar niet horen, ze vervloekt mij,’ zei ik. Ik wierp een verliefde blik naar Jacob.


Femmy Fijten
Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.