Mixed Dubbel 76. Afspraak


Irene heeft haar strijdplan klaar en Jacob, door Juliette aan de kant geschoven, wil helpen

Femmy Feijten, Mixed Dubbel, Feuilleton, Cover

De volgende dag fietste ik naar het terras op het Plein waar we hadden afgesproken. Ik moest in een betere conditie komen, wat meer eten en in de buitenlucht komen. Overigens had ik niet meer overgegeven nadat ik had bedacht dat ik beter tot de aanval over kon gaan. Dat ik zo misselijk was geweest zou mij overigens best goed uit kunnen komen.
Hij zat op het terras een sigaar te roken. Het was er redelijk bezet met mensen die voor het laatst wilde genieten van herfstzonnetje. Ik zette de fiets vast aan een lantarenpaal.
Ik zwaaide en hij glimlachte. Wonderbaarlijk dat in deze tijd van het jaar het zonnetje zo warm was dat je buiten kon vertoeven. We schudden elkaar de hand. Hij was langer dan ik mij herinnerde. Ik nam naast hem plaats
‘Wat fijn dat je met mij wil spreken.’ Ik duwde mijn krullen op zijn plek.
‘We hebben een gedeelde geschiedenis, dat schept een band.’ Hij tikte wat as van zijn sigaar in de asbak.
‘Een akelige geschiedenis.’
‘Juliette.’ De ober kwam naar mij toe. Ik bestelde koffie, gewoon koffie.
‘Hoe kwam ze eigenlijk bij jullie terecht?’ vroeg hij. Hij keek mij aan. Geen wonder dat alle katholieke weduwes door deze man getroost willen worden, dacht ik, en aan Marit die het zo had verwoord.
‘Het was op verzoek van haar broer. Later zal ik het je precies uitleggen, daar ben ik een poosje mee bezig.’ Ik glimlachte.
‘En ze is lang gebleven.’ Hij fronste. Het was inderdaad vreemd, dat iemand die ik nauwelijks kende het voor elkaar had gekregen zomaar bij ons in te trekken en zich eindeloos had laten verzorgen. Hoe kon ik dat verklaren?
‘In het begin toen ze pas bij ons was, vond ik haar aardig, maar ik ergens hield een unheimisch gevoel. Alsof er iets niet klopte. Maanden is ze bij ons in huis geweest. Mark nam het mij kwalijk toen ik haar de deur uitzette. Op dat moment stond het water mij al aan de lippen. Al kon ik niet uitleggen wat er precies gebeurde. Feit is dat ik straalongelukkig was geworden. Hoe is dat bij jou gegaan?’
‘Ik bewonderde haar. Alles aan haar vond ik prachtig. Ik kuste de vloer waar ze over liep. Ze kon zingen, dansen, muziek maken, bloemschikken, koken… noem maar op. Ik wilde een kind, en zij ontplofte. De slaapkamerdeur ging dicht, ze deed niets meer in huis, maakte hevige ruzies. Het was mij een raadsel wat ik had misdaan.
Ik kende haar geschiedenis niet. Langzaam maar zeker kwam ik er achter dat ze gestoord was. Ze deed moeilijk. Als haar iets niet beviel zon ze op wraak.’
‘Wilde je een kind en kreeg je daarna ruzie? Mij heeft ze ooit verteld dat een baby haar liefste wens was. Het was op de tennisclub in de kantine, het is mij bijgebleven. Ik vroeg mij af waarom ze er dan geen had. Mannen genoeg die het wilde verwekken, dacht ik zo.’
‘Op een keer na zo’n ruzie, vergis je niet, de handel ontplofte dan, het servies vloog alle kanten op. Ik moest mij met hand en tand verdedigen. Na zo’n explosie aan geweld plofte ze neer op de bank. Ineens vertelde ze mij dat ze geen kinderen kon krijgen. Dat haar eierstokken eruit zagen als een tros opgedroogde druiven. Dat had de gynaecoloog haar verteld. Een geslachtziekte had haar te pakken gehad, Chlamydia waarschijnlijk, of syfilis. Koen was de oorzaak volgens haar. Hij, vergeef me de woorden, het zijn de hare, neukte als een straatkater en was al ziek toen hij met haar trouwde.’
‘Ach, wat sneu. Al zou het mij niet verbazen als Koen ten onrechte de schuld krijgt, want in de tijd dat ik haar kende, sliep ze met wie ze maar wilde.’
Haar ongewenste kinderloosheid was haar achilleshiel. Hiermee zou ik haar dodelijk kunnen verwonden. Met weemoed dacht ik terug aan de tijd dat ik een goed mens was.
Jacob vervolgde: ‘Er was geen land meer met haar te bezeilen. ‘Ik alleen ben niet goed genoeg…’ dat zei ze. ‘Ik ben alleen voor de fok.’ En ik maar roepen dat het niet zo was, dat zij meer dan voldoende was, geen kinderen was prima, riep ik. Maar ik had het verbruid. Ze gooide met alles wat haar onder handen kwam. Wat een desastreuze tijd.’ Het kwam mij bekend voor, waardoor precies wist ik niet, maar door iets verkeerds te doen had ik haar krediet verspeeld. En…toen ik haar tegen mij kreeg was het met mij gedaan.
De ober zette mijn koffie neer, ik knikte naar hem. Ik dacht aan het mooie huis en interieur van Jacobs huis.
‘De puinhoop die zij ervan heeft gemaakt, heb ik gezien, toen ik haar kwam opzoeken.’
‘Het was dweilen met de kraan open.’ Hij wreef over zijn ogen. Het viel hem blijkbaar nog steeds zwaar.
‘Waarom schopte je haar niet de deur uit?’ Ik roerde in mijn koffie, ondanks dat ik melk noch suiker gebruikte.
‘Ik dacht dat het goed kon komen. Als ik geduld had en rustig bleef.’ Hij nam een trek van zijn sigaar. Staarde voor zich uit.
‘Maar je had geen andere vrouw?’
‘Welnee. Hoe kom je daar bij? Ik kwam al handen tekort met Juliette. Waarom ze plotseling ging, snapte ik niet. Ze had mij tot in het oneindige door kunnen sarren.’
‘Waarom ze dat deed, weet ik dan weer. Laten we zeggen dat ze grote behoefte kreeg om een ander dood te pesten. Mij dus.’ Ik dronk mijn koffie. Jacob wenkte de ober voor een tweede.
‘Het is erg. Ze hoort in een kliniek. Het gekke is dat ik het in eerste instantie vreselijk vond dat ze wegging. Ik heb erom gehuild. Pas later voelde ik mij verlost.’
‘Door die nieuwe vriendin?’
‘Wie?’
‘Ik zag je met zo’n leuke vrouw tijdens de Brüsende dagen.’
‘Dat was mijn zuster Hella. Geen vrouw voor mij! Voorlopig ben ik genezen.’ Hij moest er om lachen. Wat een plezierig gezicht had hij. Hij keek mij recht in de ogen. Mij schoot te binnen dat zowel Marit als ik een golf van antipathie had gevoeld toen we hem voor het eerst de hand schudde. Daar had ik hier op het terras geen enkele last van, integendeel.
‘Toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, dacht ik dat jij mij niet mocht. Het verwonderde mij, omdat dat me dat meestal niet overkomt. Klopt dat?’ vroeg ik Jacob. Het felle zonlicht scheen laag in mijn ogen en ik kneep ze samen. Er liepen mensen langs, af en toe keken ze naar ons op het terras. Je moest het geluk maar hebben om op deze doordeweekse dag in het zonnetje te zitten.
‘Juliette was een echte Machiavelli, verdeel en heers. Ze liet zich negatief uit over de dames van de tennisclub. Pas veel later begreep ik dat het haar manier was om iedereen uit elkaar te spelen. Volgens haar bedroog je je man, en lachte hem achter zijn rug uit.’
Het bloed vloog naar mijn wangen.
‘Ze vond mij juist saai, brave Irene, zo noemde ze mij.’ Ik zag haar voor mij. Met één man naar bed geweest? Haar grote ogen en haar ongeloof. Dat vertelde ik Jacob niet en tja… nu was het niet meer waar, het waren er twee.
‘Rustig, ik geloof die verhalen al lang niet meer, voor ze bij mij wegging wist ik al dat ze een enorme fantast was.’
‘Wil je mij helpen?’ Hij knikte.
‘Ik zal wel moeten…’ hij wachtte een moment, ‘om de mensheid te redden.’


Femmy Fijten
Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.